Ondanks zijn status als een van de invloedrijkste regisseurs ter wereld blijft Satyajit Ray onbekend. Eye Filmmuseum brengt nu een ode aan de Bengaalse regisseur, met onder meer een landelijke vertoning van de klassieker Pather Panchali.
Denk aan Indiase cinema en de eerste associaties zijn vermoedelijk kleurrijke Bollywoodfilms met bonte en bombastische taferelen. De Bengaalse filmmaker Satyajit Ray (1921–1992) dacht daar anders over. Met zijn maatschappelijk geëngageerde films probeerde hij een zo realistisch mogelijk portret te schetsen van alledaagse personen en de complexiteit van hun levens. Zijn debuutfilm Pather Panchali (1955) is daar een goed voorbeeld van.
‘Wie de films van Satyajit Ray niet heeft gezien, is in de wereld zonder ooit de zon of de maan te hebben gezien’, zei de Japanse filmmaker Akira Kurosawa. Maar ondanks zijn status als een van de invloedrijkste regisseurs wereldwijd blijft Satyajit Ray onbekend en onderbelicht. Ook in Nederland waren zijn films lang niet te zien. Eye Filmmuseum brengt nu een ode aan de regisseur, met onder meer een landelijke vertoning van klassieker Pather Panchali. Een goed moment om stil te staan bij deze film, die in 2022 de enige Indiase titel was in de lijst met de beste films allertijden van Sight and Sound, het filmtijdschrift van het British Film Institute. Wat maakt Pather Panchali zo’n meesterwerk?
Song of the Little Road, zoals de Engelse titel van de film luidt, uitgebracht in 1955, is het eerste deel van de Apu-trilogie, die vertelt over de coming-of-age van Apu. Pather Panchali toont Apu’s jeugd op het Bengaalse platteland, en de erbarmelijke omstandigheden waarin hij en zijn zusje Durga opgroeien.
Het idee voor Pather Panchali ontstond toen Ray als grafisch vormgever de illustraties verzorgde van het gelijknamige boek, geschreven door Bibhutibhushan Bandyopadhyay. Ray maakte sinds 1947 deel uit van de Calcutta Film Society, een groep van prominente Indiase intellectuelen, regisseurs en critici die zich verdiepte in westerse cinema. Voor de boekverfilming liet hij zich inspireren door Vittorio De Sica en de natuurlijke wijze waarop die de naoorlogse armoede van de Italiaanse arbeidersklasse portretteerde in Ladri di biciclette: de neorealistische klassieker over een vader die samen met zijn zoontje op zoek gaat naar een fietsendief.
Apu (Subir Banerjee) is een stille, observerende jongen. Zijn zus Durga (Uma Dasgupta) daarentegen is een vrijgevochten deugniet en een blok aan het been van moeder Sarbaya (Karuna Banerjee). Het is voornamelijk de warme broer-zusrelatie tussen Apu en Durga die de film zo charmant en herkenbaar maakt. Sarbaya is een strenge vrouw, het archetype van de zelfopofferende en lijdende moeder. De dromerige vader Harihar Roy (Kanu Banerjee) verdient een schaars inkomen als priester, maar ambieert eigenlijk een carrière als toneelschrijver.
De film volgt het ritme van hun alledaagse plattelandsleven. De huishoudelijke handelingen, zoals koken of kleding repareren, herhalen zich dag in dag uit. Ook traditionele patronen herhalen zich. Durga is bestemd om te trouwen en krijgt daarom geen onderwijs, terwijl Apu wel wordt geschoold – door zijn vader. Onder dit repetitieve ritme zit een grondtoon van grotere thema’s, zoals sociale ongelijkheid en scheve man-vrouwverhoudingen, die de film uiteindelijk zo universeel maakt.
In het lyrische Pather Panchali voeren contrasten de boventoon: tussen jong en oud, tussen vreugde en verdriet. Het grootste contrast in de film is de schoonheid van de ongerepte natuur, gefilmd met weidse en diepe shots, ten opzichte van het armoedige leven dat zich afspeelt in benauwde, bouwvallige huisjes.
Maar geregeld valt de natuur ook samen met het gevoelsleven van de personages. In vrolijk ritselende graanvelden resoneert het deugnietig gedartel van Apu en Durga. Dichtbeboste paden vormen een spannend landschap waarin kinderlijke nieuwsgierigheid kan bloeien. Grimmig daglicht of een enkele kaars symboliseert de donkerte en zwaarte die de personages ervaren.
Over het ongekunstelde acteren in zijn film vertelt Ray in een interview in Film Comment in 1968: ‘Het jongetje dat Apu speelde wist niet wat het verhaal was of wat hem te wachten stond. Vaak zei ik gewoon: kijk hiernaartoe, en nu daar.’ Voor de scène waarin Apu op zoek is naar Durga heb ik kleine blokkades op zijn weg geplaatst en drie assistenten op verschillende plekken neergezet die hem beurtelings riepen. Dus de jongen was bezig met de obstakels uit de weg gaan en tegelijk te kijken en luisteren. Op deze manier werd zijn acteerwerk natuurlijker.’
Omdat het twee jaar duurde om de film te maken, was de continuïteit op beeld een bron van zorg. De jonge spelers veranderden in rap tempo van uiterlijk. Bloemenvelden waren het ene moment decor, en de volgende dag voer voor koeien en buffels. Ook financieel zat het Ray aanvankelijk tegen. Geen enkele producent had vertrouwen in zijn onconventionele werkwijze. De filmmaker besloot zijn film dan maar zelf te financieren, tot op het punt dat hij de sieraden van zijn vrouw verkocht. Na een jaar haakte de Bengaalse overheid alsnog aan om het productieproces financieel te ondersteunen.
Uiteindelijk ontving Ray ook steun vanuit New York. De Amerikaanse regisseur en scenarist John Huston herkende in de ruwe takes van Pather Panchali het werk van een groot filmmaker en bracht Ray in contact met het MoMA (Museum of Modern Art). In dat New Yorkse museum vond in 1955 de wereldpremière plaats. Na de première in India trok de film ook in eigen land volle zalen.
Regisseur en cinefiel Martin Scorsese noemt Pather Panchali een van de films die zijn wereldbeeld hebben veranderd: ‘Het was de eerste film die ik zag over India gemaakt door Indiërs.’ Ook de filmmuziek is vermaard: die nam sitarvirtuoos Ravi Shankar op tijdens één twaalf uur durende sessie, waarna het aan Ray was om muziekfragmenten in de montagekamer te koppelen aan passende scènes.
Aan de aarzelende vader van zijn hoofdrolspelertje beloofde Ray dat hij het kind beroemd zou maken. Grote castingrondes hadden geen geschikte kandidaat opgeleverd, tot Rays echtgenote Subir Banerjee op straat zag spelen. ‘Nu kent niemand uw zoontje of mij nog’, sprak Ray. ‘Maar ik zal een film maken die dat alles verandert: ooit zullen alle Bengalen hem en mij kennen.’
Die belofte kwam maar gedeeltelijk uit. Het personage Apu werd beroemd, maar het jochie dat hem speelde raakte uit beeld. Pas in 1980 werd hij opgespoord door een journalist van het Indiase weekblad India Today. Subir bleek te werken in een fabriek in de buitenwijk van Kolkata. De kindster uit die grote Indiase klassieker heeft nooit meer in een andere film gespeeld.
Van 28 november tot 25 december 2024 vertoont Eye Filmmuseum dertien films van Satyajit Ray in het programma Satyajit Ray In Search of the Modern. De Apu-trilogie (Pather Panchali, Aparajito en The World of Apu) wordt ook landelijk vertoond.
Alle films zijn recente restauraties. De originele negatieven van de Apu-trilogie verbrandden in 1993. Deze 4K-restauratie werd gemaakt door de Criterion Collectie in samenwerking met de Academy Film Archive en de Academy of Motion Picture Arts and Sciences.
Naast de films van Ray vertoont Eye in dit programma ook films van regisseurs die Ray hebben beïnvloed, zoals Ladri di biciclette van Vittorio De Sica, en films van hedendaagse regisseurs die geïnspireerd zijn door Ray, zoals Wes Anderson (The Darjeeling Limited, 2007) en Mira Nair (Salaam Bombay!, 1988).
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant