Home

De oliehoofdstad van Europa staat voor een overgang. Maar kan het afgelegen Aberdeen verder zonder ‘fossiel’?

Olie en gas transformeerden Aberdeen. Nu de hoogtijdagen voorbij lijken, zoekt de Schotse stad een nieuwe bestemming. Als centrum voor duurzame energie, hoopt de Labour-regering. Maar loskomen van de fossiele industrie valt nog niet mee.

is correspondent Groot-Brittannië van de Volkskrant. Hij woont sinds 2003 in Londen.

Net ten noorden van Aberdeen is de toekomst te horen van de ‘olie- en gashoofdstad’ van Europa. Het is het meditatieve geluid van stromend water dat verdwijnt in een houten kast die in een bocht in de Don-rivier is geplaatst. Deze ‘Community Hydro’ zet waterkracht om in schone energie voor honderdveertig woningen in de buurt. ‘Het is een prachtig initiatief dat past bij de overgang naar schone energie’, zegt Nurul Hoque Ali, die namens deze wijk, The Bridge of Don, in de gemeenteraad zit, ‘maar voorlopig kunnen we niet zonder olie en gas.’

Daarmee schetst de politicus, voorheen ontwerper van olieplatforms, de tweestrijd van de stad in het noordoosten van Schotland. De hoogtijdagen van de olie- en gaswinning in de Noordzee lijken voorbij, waardoor Aberdeen zoekende is naar een nieuwe bestemming. Tijdens het recente jaarcongres maakte de Labour Partij bekend dat het hoofdkantoor van Great British Energy, de overheidsinstelling die nieuwe energieprojecten gaat begeleiden, in Aberdeen komt. Beelden van een wild juichende Ali gingen rond op sociale media.

Minder uitbundig is de stemming in de olie- en gasindustrie. Bij de presentatie van de begroting maakte minister van Financiën Rachel Reeves bekend dat de belasting op de winsten die olie- en gasbedrijven maken naar 78 procent gaat, een stijging van 3 procentpunten. Bovendien dichtte ze een maas in het net waarmee producenten hun belastingafdracht middels investeringen konden verminderen. In een reactie pleitte Shell voor meer zekerheid over de toekomst van het zwarte goud in de Noordzee.

Het lot van de olie- en gaswinning heeft ook in de gemeenteraad van Aberdeen ophef veroorzaakt. Uit onvrede met de koers van Labour stapte de sociaaldemocraat Barney Crockett, de voormalige Lord Provost (ere-burgemeester), uit de fractie van zijn partij. ‘We zijn een belangrijke sector van de economie aan het vernietigen’, zegt de 71-jarige politicus. ‘Ondertussen boren de Noren er flink op los. Twee jaar geleden was ik de enige Britse politicus bij een groot olie- en gascongres in het Noorse Stavanger. De enige! Dat zegt alles.’

Crockett vertelt hoe zijn ouders en andere leden van zijn familie hun banen verloren tijdens de de-industrialisering onder premier Margaret Thatcher in de jaren tachtig. Zijn vader werkte in een chemische fabriek. Zelf kwam Crockett als jongeman terecht op de visafslag, maar na het begin van de olierevolutie halverwege jaren zeventig belandde hij op zee. ‘Ik werkte als afwasser in de keuken van een boorplatform. Machtige tijd. De beste chef-koks werkten toen op zee, want daar was het geld. De Amerikanen stroomden toe. Dit was het nieuwe Wilde Westen.’

‘Schotlands olie’

De ‘granieten stad, zoals Aberdeen wordt genoemd, veranderde in een soort Dallas. Huizenprijzen gingen door het dak, juweliers deden goede zaken en op straat reden auto’s met gepersonaliseerde kentekenplaten. De stad werd slapend rijk. In politiek opzicht was de olie de brandstof voor Schotse onafhankelijkheid. ‘Het is Schotlands olie’, luidde indertijd de slogan van de Scottish National Party (SNP). Het is geen toeval dat de vader van het Schotse nationalisme, Alex Salmond, als olie-econoom bij een bank werkte.

Aberdeen is niet langer de machtsbasis van de nationalisten. Onder Salmonds opvolger Nicola Sturgeon werden Dundee en Glasgow de bolwerken van de SNP, steden die weinig hebben met de olie- en gaswinning. Het afgelegen Aberdeen is altijd een soort van stadstaat in Schotland geweest. Onmin over de rol van de fossiele industrie voor Schotland speelde mee bij de breuk, begin dit jaar, van de coalitie tussen de SNP en de Groenen. Salmond is overleden, de SNP geïmplodeerd en de onafhankelijkheid is van de politieke agenda verdwenen.

Tegenstrijdige signalen

Vanuit Londen zijn de afgelopen jaren tegenstrijdige signalen gekomen. De Conservatieve regering van Rishi Sunak heeft toestemming gegeven voor nieuwe boorlicenties, maar de huidige minister van Energie Ed Miliband is van zins dat terug te draaien. Hij heeft al bepaald dat de staat zich niet zal verweren tegen rechtszaken die milieuorganisaties Greenpeace en Uplift hebben aangespannen. Die draaien om de beslissing om Shell gas te laten winnen op gasveld Jackdaw en Equinor en naar olie te laten boren op olieveld Rosebank.

In de verdediging gedrongen houdt de fossiele industrie de media op afstand. Interviewverzoeken zijn kansloos, laat staan een bezoek aan een boorplatform. Een van de weinigen die zich openlijk uitspreken is bestuursvoorzitter David Latin van Serica, een bedrijf dat 5 procent van het Britse gas produceert en zeshonderdduizend vaten olie per dag. Latin heeft gezegd dat hij nog nooit heeft gewerkt in zo’n ‘vijandig klimaat’. Serica overweegt de Noordzee over te steken naar Noorwegen. ‘Het is vreselijk om nu een Brits olie- en gasconcern te zijn’, aldus Latin.

De Britse olie- en gasindustrie is nog steeds goed voor bijna tweehonderdduizend banen, waarvan een groot deel in Aberdeen, terwijl ze de schatkist per jaar omgerekend 10 miljard euro aan belastinginkomsten oplevert. Van de energie die de Britten gebruiken, komt 77 procent van olie en gas. Dat is een constant percentage, maar de productie is dalende en bereikte in 2023 een laagterecord. Ondertussen neemt de import toe. Onlangs besloot energieconcern Ineos de laatste Britse olieraffinaderij, in het Schotse Grangemouth, te sluiten.

Ineos besloot ook twee olie- en gasvelden te ontmantelen. En NEO Energy zal minder investeren in het drillen naar olie op Buchan Horst, een olieveld voor de kust van Aberdeen. ‘Er was hoop dat Labour de overgang als een traject zou zien, niet als de rand van een klif’, zegt Rebecca Groundwater van de Energies Industries Council, ‘en dat de overgang kan plaatsvinden zonder de ene sector als ‘goed’ en de andere als ‘slecht’ te beschouwen. Maar het idee dat de olie- en gasindustrie deel uitmaakt van de overgang lijkt niet te zijn overgenomen.’

‘Veel geld, maar gemeente is arm’

Of Aberdeen zelf echt heeft geprofiteerd van Schotlands olie, valt te betwijfelen. ‘Het is een beetje een bouwput’, verexcuseert raadslid Crockett zich tijdens een wandeling door Union Street. Veel panden staan leeg in deze winkelstraat. In het mooiste gebouw zit het Leger des Heils. ‘Er is veel geld, maar de gemeente is vrij arm’, legt Crockett uit. ‘In geen Britse stad is zo veel geprivatiseerd als hier. Ook de oude en de nieuwe haven zijn in particuliere handen. In Noorwegen is dat anders, daar belandt veel meer gas- en oliegeld in publieke handen.’

Een passerende postbode moppert over zijn woonplaats. ‘De stad is doods’, zegt Micky Crawford, ‘Ik zou niemand aanraden hier te komen.’ Dat is niet de boodschap van de gemeente. Op de hekken rond de bouwputten vertellen kleurrijke borden de rijke geschiedenis van Aberdeen. Zo leert de oplettende passant dat de theeklipper Cutty Sark hier is gemaakt, net als de Rainbow Warrior van Greenpeace. De Aberdonian Thomas Blake Glover was in de 19de eeuw betrokken bij het omverwerpen van de shogun en de modernisering van Japan.

In Books and Beans, een boekhandel annex koffiehuis, zegt horecaondernemer John Wigglesworth dat Aberdeen minder afhankelijk moet worden van olie en gas. ‘Tijdens de hoogtijdagen heerste er een materialistische stemming in de stad. Nu moeten we onze ondernemersgeest herontdekken, onze gemeenschapszin.’ Zo leidde Wigglesworth het Bonnymuir Green Community Trust, een gemeenschappelijke moestuin op een braakliggend sportterrein. Het project leverde een bezoek op van toenmalig premier Boris Johnson.

In het boekencafé krijgt hij bijval van Sandra Macdonald, een plaatselijke politicus wier vader in de tuinen van Balmoral werkte, het Schotse buitenhuis van de koning. Ze is drie decennia lang als technisch medewerker in de olie werkzaam geweest. Daarvoor werkte ze kort in de toerismesector en die ervaring van weleer komt goed van pas om ‘the Silver City by the Golden Sands’ te ‘verkopen’. ‘Dit is een van de weinige steden waar je op een mooie lentedag binnen een uur in de zee kunt zwemmen en in de bergen kunt skiën’, zegt ze lachend.

Ze wijst er enthousiast op dat Aberdeen een van de oudste universiteiten heeft, ict-hubs en een museum met Bacons tot Van Goghs. Volgens Macdonald kan de overgang naar duurzame energie niet snel genoeg gaan, zodat Schotland met veel wind- en waterkracht vooropligt. ‘Deze transitie is ook belangrijk voor vrouwen. Werken in de olie, en zeker op de platforms, is altijd een mannenaangelegenheid geweest. In de duurzame sector is meer werk voor vrouwen. Ga naar de havens, en op een heldere dag zie je windmolens in de verte draaien.’

In die havens is de langzame diversifiëring van Aberdeen zichtbaar. Er liggen cruiseboten, plezierjachten, vissersboten en oude oorlogsbodems en schepen die omgekapte Schotse bomen als biomassa naar Duitsland verschepen. Maar de meeste schepen zetten nog steeds koers naar de boorplatforms. Wat de vakbonden betreft, die de linkse regering op dit terrein fel bekritiseren, zal dat voorlopig zo blijven. ‘De werknemers in olie en gas’, zo heeft de bond Unite gewaarschuwd, ‘mogen niet de mijnwerkers van de huidige generatie worden.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next