Met fascinerende collages van in vierkanten gesneden bladeren en boomschors doet het werk van Milah van Zuilen (26) denken aan dat van Anne Geene en Herman de Vries. ‘De herfst is mijn oogsttijd.’
is kunstredacteur van de Volkskrant.
Een smalle zandweg loopt langs een Gelders beekje, varkens wroeten in de modder in de wei, daarnaast staan twee blokhutten: een om in te wonen, een als atelier. Dit is het domein van kunstenaar Milah van Zuilen (26), een strategische locatie midden in de natuur.
Van Zuilen is niet alleen kunstenaar, ze is ook ecoloog in opleiding. Een dag in de week is ze op de Universiteit van Wageningen te vinden. Haar boekenkasten staan vol boeken over plantenleer. Basisgids grassen staat gemoedelijk naast Zakgids stoepplanten. En De grote paddenstoelengids wordt geflankeerd door Beknopte mosflora. Ze heeft er nog veel meer. ‘Ik heb zelfs plantenboeken in de auto, ik wil ze altijd bij de hand hebben.’
Noem Van Zuilen gerust obsessief. Natuur is haar studieobject én materiaal. In haar atelier hangt haar kunst aan de muur. Het zijn mozaïeken in groen, geel, grijs, wit en bruin. Van veraf doen de vlakjes denken aan pixels. Dichterbij blijken het stukken blad en boomschors. Die heeft ze in kleine vierkanten geknipt en geordend opgeplakt. De collage toont gele, bruine, rode en groene bladeren. Door al die kleuren heen danst een onnavolgbaar patroon van bladnerven. Die trekken zich niks aan van het strakke raster.
Met haar blad-en-schorskunst valt Van Zuilen op sinds ze in 2021 afstudeerde aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam. Ze exposeerde bij Galerie Wit in Wageningen, samen met de bekende natuurvorser en kunstenaar Herman de Vries (93), die ze bewondert. En ze werd meteen bekroond als ‘beste afstudeerder’ door de Amsterdamse galerie Ron Mandos. Vorig jaar volgde een tentoonstelling in het Natuurhistorisch Museum Rotterdam.
Nu is haar werk te zien in het Allard Pierson Museum in Amsterdam, volgend jaar volgen exposities in Museum Arnhem en bij de Lakeside Collection in Depot Boijmans Van Beuningen in Rotterdam.
Vandaag gaat Van Zuilen naar het bos, materiaal verzamelen. ‘De herfst is mijn oogsttijd.’ Het liefst gebruikt ze bladeren die ze op de grond vindt, en ook de boomschors komt van berken die zijn gevallen of omgehakt. Voordat we bij de kunstenaar in de auto stappen om naar het Luntersche Buurtbosch te rijden, waarschuwt de fotograaf. Hij kent Van Zuilen al langer. ‘Ik reed een keer met Milah mee en toen zat ik ineens met mijn neus tegen het dashboard. Ze remde omdat ze een plantje zag.’ Van Zuilen: ‘Je bedoelt moerasspirea, dat moest ik je gewoon even laten ruiken.’
Zonder botanische noodstop belanden we bij het aangeplante bos. Dit is een van haar vaste verzamelterreinen. Van Zuilen raapt ook graag bladeren op De Hoge Veluwe en in Tsjechië, in de bossen bij het huis van haar ouders. Hier in Lunteren zouden we tien stappen buiten de auto simpelweg een vuilniszak vol bladeren bijeen kunnen harken. Maar zo werkt Van Zuilen niet.
Behoedzaam tilt ze drie bladeren op. ‘Amerikaanse eik, dat staat hier heel veel.’ Ze werkt er graag mee. ‘De bladeren zijn groot. Door de tijd heen worden ze lichter, maar de nerven blijven donker.’ Dat contrast kan ze gebruiken in haar kunst. ‘En als ze nog aan de boom zitten, zijn de nerven soms mooi roze. Misschien komen we zo’n blad straks nog tegen.’
Van Zuilens werkwijze begon jaren geleden als verzet tegen de menselijke drang tot ordenen. ‘Een perfect vierkant kom je in de wilde natuur niet tegen, het is een spoor van menselijk ingrijpen.’ Haar collages, waarin ze de landschappen terugbrengt tot een bijna abstract raster, zetten die neiging tot ordenen te kijk. ‘In mijn gebruik van het vierkant zat eerst echt een oordeel. Als je Nederland van boven ziet, zie je ook al die vakjes, door de destructieve monocultuur.’
Het gezin waarin Van Zuilen opgroeide was een beetje alternatief, vertelt ze. ‘Maar ik mag mijn ouders geen hippies noemen.’ In hun tuin in Barendrecht stonden fruitbomen, er werd weinig gesnoeid of gewied. Ze heeft de stad zien oprukken, gemerkt hoe nieuwbouw de fazanten en vogels om hun dijkhuis verdreef. Toen de populieren op de dijk dreigden te worden omgehakt, ging het gezin samen met de buren protesteren. Het hielp niet. ‘Er was iemand komen kijken die zei dat de bomen ziek waren. Ik geloofde dat niet.’ Het klinkt alsof ze het nog steeds niet gelooft.
Haar werk kwam voort uit weerstand tegen de mens die de natuur terugdringt, maar haar ideeën erachter zijn veranderd. Ze wil zelf immers ook elke plant kennen en dus categoriseren. ‘Ik stop de natuur in hokjes. Vreemd genoeg helpt dat me juist om verbanden te kunnen zien.’ Het vierkant vindt ze dus niet meer zo fout. Mens en natuur zijn niet tegengesteld, denkt ze nu. ‘En mijn kijk op het vierkant blijft zich ontwikkelen.’
Dan houdt ze weer stil en raapt naast het bospad een paar beukenblaadjes op. Onverwachts vindt ze in het beukenbosje ook een andere soort. Van Zuilen, verrast: ‘Een inheemse eik. Eén blaadje. Ik zie de boom hier niet staan en vind geen enkel ander blad. Misschien heeft iemand het laten vallen, of het is ingewaaid.’ Dat allenige eikenblad gaat mee.
Door haar plantenkennis ervaart ze iets paradoxaals als ze in het bos loopt, legt ze uit. Ze ervaart het bos tegelijkertijd als losse determineerbare onderdelen en als een harmonieus organisch geheel. Die schijnbare tegenstelling zit ook in haar kunstwerken.
Verderop treffen we inderdaad een blad van de Amerikaanse eik met roze nerven. Die trekt Van Zuilen van het jonge boompje, voor dit mooie blad maakt ze een uitzondering. De zakken van haar jas zitten nu behoorlijk vol.
Terug in haar atelier legt ze uit dat die bladeren niet meteen tot kunst kunnen worden verwerkt. Eerst moeten ze drogen, minstens vier weken. Op haar werktafel ligt een mand klaar vol bladeren die vorige herfst in Tsjechië zijn geraapt door haar moeder. Het houten paneel waarop ze gaat plakken is gemaakt door haar vader, die timmerman is.
Toen Van Zuilen vier jaar geleden begon te werken met organisch materiaal, deed ze dat systematisch. Ze koos bijvoorbeeld een route, of een stuk bos, waarvan ze de ‘oogst’ gesorteerd op locatie of plantensoort opplakte. Soms voegde ze met potlood een legenda toe, zoals bij haar kunstwerk Mom’s Walk, dat een wandeling van haar moeder verbeeldt. Nu bevindt dat kunstwerk zich in de collectie van Museum Voorlinden in Wassenaar.
Die vroege mozaïeken waren eigenlijk pseudowetenschappelijke datavisualisaties. Daarin toont haar werk verwantschap met de kunst van Anne Geene (41), die veertien jaar geleden een spectaculaire entree in de kunstwereld maakte met een ‘plant- en dierkundige encyclopedie’ over haar Rotterdamse volkstuin. Geene begon als fotograaf, net als Van Zuilen (al was dat maar één studiejaar), allebei werken ze tegenwoordig ook met organisch materiaal.
Van Zuilen heeft inmiddels weer een andere afslag genomen, haar collages laat ze niet meer door van tevoren opgelegde regels bepalen. ‘Ik ga intuïtiever te werk.’ Wel blijft de vindplaats van haar materiaal inhoudelijk relevant. Als ze de mand vol Tsjechische bladeren pakt, zegt ze: ‘Dit wordt een Tsjechië-werk.’
Met een papiersnijder maakt ze een klein vierkant van dik papier, dat dienst kan doen als mal. Die legt ze op een blad, en daar knipt ze vervolgens langs. De gedroogde bladeren zelf kan ze niet snijden, die zijn te kwetsbaar. Uit een groot blad van een tamme kastanje knipt ze drie vierkantjes. Dan smeert ze lijm op het hout. Ze begint te plakken in de hoek linksonder, zonder schets of uitgedacht plan. ‘Ik ben gewoon urenlang aan het priegelen, en dan zet ik af en toe een stap achteruit.’
Wie met haar mee naar achteren stapt, ziet een gerangschikte versie van de natuur. Plat en gekaderd. Vastgezet, maar niet helemaal: de kleuren van haar kunstwerken kunnen blijven veranderen. Fixeren doet ze liever niet, dat vindt ze te ingrijpend. Al wordt er wel vaker naar gevraagd nu haar werk steeds meer aandacht krijgt, ook van verzamelaars.
Ze werkt het liefst in stilte, soms helpt muziek. Het knippen en plakken is een tijdrovende precisieklus. Voor de aankomende tentoonstelling in Arnhem zoekt ze een assistent. Niet dat al dat handwerk haar tegenstaat: ‘Het heeft wel iets meditatiefs. En het blijft me verrassen. Als ik mijn hele leven bladeren in vierkanten zou mogen knippen, zou ik tevreden zijn.’
Kunst van Milah van Zuilen is te zien in De roep van de o’o. Natuur onder druk in het Allard Pierson Museum in Amsterdam t/m 26/1.
Volgend jaar is haar werk te zien in de Jan Mankes-tentoonstelling in Museum Arnhem: 25/1 t/m 22/6.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant