Voor een deel van de Nederlandse burgers weegt de wens om restrictief asielbeleid te voeren zwaarder dan het borgen van democratische principes. Een gevaarlijk ontwikkeling.
De Nederlandse democratie staat onder druk. Zo’n vijf maanden na de installatie van het kabinet-Schoof lijkt de ‘rechtsstaatverklaring’ die de coalitiepartijen ondertekenden steeds minder waard. Op verschillende momenten zijn democratische normen opgerekt. Met de wekenlange discussie rondom het inroepen van noodrecht om asielmaatregelen door te voeren, waardoor het parlement in ieder geval tijdelijk buitenspel zou komen te staan, als voorlopig dieptepunt.
De discussie daarover spitst zich vooral toe op het, in de woorden van CDA-leider Henri Bontenbal, ‘democratisch ethos’ van politici. Het democratisch ethos van de Nederlander, de wil en de inzet om democratie en rechtsstaat te koesteren, blijft onderbelicht. Terwijl een gezonde democratie ook onder het volk een stevig fundament nodig heeft. In zijn boek The people vs. democracy beschrijft politicoloog Yascha Mounk het gevaar van het afbrokkelen van de democratie van onderop. Hij ziet dat in veel landen het vertrouwen in democratische principes afneemt en een groeiende groep positief staat tegenover autocratische alternatieven.
Hoe zit dat in Nederland?
Op het eerste oog is de steun voor de democratie als staatsvorm nog steeds stevig onder de Nederlandse bevolking. Het Global Trends-onderzoek van Ipsos I&O, uitgevoerd in februari van dit jaar, laat zien dat ongeveer driekwart van alle Nederlanders zegt dat democratie het ‘ideale bestuurssysteem’ is. Steun voor de democratie in Nederland ligt daarmee op een verglijkbaar niveau als in andere onderzochte Europese landen. Onder alle groepen (jong en oud, lager- en hoger opgeleid, rijk en arm) zijn er duidelijke meerderheden die de democratie omarmen.
Maar dan hebben we het over de democratie in de meest abstracte zin. Maken we het concreter, dan beginnen er scheurtjes te ontstaan in de democratische principes. Uit onderzoek volgen twee belangrijke voorbehouden.
Over de auteurs
Sjoerd van Heck is onderzoeker en opiniepeiler bij Ipsos I&O, onderzoeksbureau voor overheid en non-profit. Maartje van de Koppel is onderzoeker en opiniepeiler bij Ipsos I&O.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Ten eerste, onder significante groepen van het Nederlandse electoraat is een nogal eenzijdige winner-takes-all-opvatting van de democratie dominant. In de analyse van Yascha Mounk is een goed functionerende democratie een liberale democratie. De liberale component draait om bescherming van de rechtstaat, grondwet en individuele rechten voor iedereen – ook voor minderheden. Dit vormt een samenhangend geheel met de democratische component, die ervoor zorgt dat de wil van de meerderheid van het volk wordt omgezet in publiek beleid.
Afgelopen september vroegen we in ons onderzoek aan kiezers welke van deze twee componenten zij het belangrijkst vinden, of dat zij beide elementen even belangrijk vinden. Zes op de tien PVV-kiezers (60 procent) vinden dat het in een democratie uiteindelijk moet gaan om wat de meerderheid van de kiezers wil. Ook een significant deel van de BBB-achterban is die mening toegedaan (38 procent). En onder kiezers van SP (23 procent), VVD (22 procent) en SGP (21 procent) zijn substantiële minderheden die deze eenzijdige opvatting van de werking van democratie huldigen. In totaal gaat het om 25 procent van het electoraat.
Het tweede voorbehoud is dat de steun voor het abstracte begrip democratie verder onder druk komt te staan wanneer we doorvragen naar concrete beleidsmaatregelen. Een survey-experiment dat we uitvoerden in september, toen de discussie over het inroepen van het noodrecht op zijn hoogtepunt was, laat zien dat veel coalitiekiezers bereid waren het parlement even buiten spel te zetten om asielmaatregelen door te voeren. Een meerderheid van zes op de tien kiezers (63 procent) wil dat het kabinet snel maatregelen neemt om asielmigratie te beperken.
Zodra we aan de stelling toevoegen dat die maatregelen zouden betekenen dat het parlement buitenspel zou worden gezet, keldert die steun naar 42 procent. Maar kiezers van de PVV veranderen amper hun mening (97 procent tegenover 89 procent). En ook de meerderheid van de VVD-kiezers (55 procent) is bereid het parlement buitenspel te zetten. Voor een deel van de kiezers weegt hier de wens om restrictief asielbeleid te voeren zwaarder dan het borgen van democratische principes.
De roep om minder immigratie domineert al een tijd de politieke agenda. Ook in andere landen is het een belangrijk thema, maar het eerdergenoemde Global Trends-onderzoek laat zien hoe sterk het anti-immigratiesentiment in Nederland is in vergelijking met 49 andere landen. Slechts een kwart (27 procent) van de Nederlandse bevolking vindt dat immigratie een positieve impact op de samenleving heeft. Wereldwijd is dat 48 procent en van de achttien onderzochte Europese landen (gemiddeld 39 procent) is alleen Bulgarije nog minder overtuigd van de positieve effecten van migratie.
Dat zet de democratie onder druk: een gevaarlijke mix van zeer sterke anti-immigratiehoudingen die gepaard gaan met de opvatting dat democratie toch vooral een expressie van de volkswil dient te zijn, en de bereidheid om democratische instituties tijdelijk ‘on hold’ te zetten. Op deze wijze dreigt de liberale democratie bij een deel van de Nederlandse kiezers haar fundament te verliezen. Als de wil om migratie in te perken het wint van het democratisch ethos, kan anti-immigratiesentiment de weg vrijmaken voor democratisch verval.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant