Het COA wil dat meer asielzoekers aan het werk gaan. In het asielzoekerscentrum van Luttelgeest, diep in de Noordoostpolder, worden zij begeleid naar werk in de kassen en op het land. Bijkomend voordeel: werkgevers worden minder afhankelijk van arbeidsmigranten.
is economieredacteur. Ze is specialist arbeidsmarkt en sociale zekerheid.
Karolien Tesselaar van snijbloemenkweker Tesselaar was al wel gewend haar ‘goedemorgens’ in vreemde talen over het erf te roepen. Een bom dia, voor de Portugese arbeidsmigranten. Bună dimineaţa, voor de Roemenen. Nu moet de tuindersvrouw uit Luttelgeest er nog een taal bij leren: Arabisch. Want sinds kort lopen tussen de rijen alstroemeria’s in haar kassen ook zeven vluchtelingen rond uit Syrië, Afghanistan en Iran.
Als het aan het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) ligt, volgen veel meer werkgevers het voorbeeld van de tuinder. In een brief die het vorige week met de veertig grote steden naar het kabinet stuurde, roept de organisatie op om de bureaucratische drempels voor nieuwkomers weg te nemen. Op dit moment verblijven 53 duizend asielzoekers in de opvang, daarvan waren er dit jaar niet meer dan 7.200 aan het werk.
Doodzonde in een land dat kampt met personeelstekorten, vindt het COA. Helemaal omdat die tekorten nu vaak worden bestreden door arbeidsmigranten naar Nederland te halen. Zo werken in de uitgestrekte akkers van de Noordoostpolder, waar Luttelgeest ligt, ruim drieduizend arbeidsmigranten op het land en in de kassen. Terwijl alleen al in het daar gevestigde asielzoekerscentrum 650 potentiële arbeidskrachten verblijven.
Voor tuinder Tesselaar maakt het niet uit wie haar snijbloemen plukt, vertelt ze terwijl ze door de kas loopt, ‘als het maar wordt gedaan’. Ze werkt dan ook al jaren met arbeidsmigranten (‘ik zeg liever expats, dat klinkt positiever’) uit alle windstreken: Polen, Roemenen, Portugezen en, sinds de oorlog, Oekraïners. Maar toen een bewoner van het nabijgelegen azc op zijn fietsje op haar erf verscheen, had ze toch haar bedenkingen.
Ze wil alles immers ‘conform de regels’ doen. En die luisteren voor asielzoekers nogal nauw: het eerste halfjaar mogen nieuwkomers niet werken, daarna alleen als zij in het bezit zijn van een burgerservicenummer (wachttijd bijna een halfjaar) en een tewerkstellingsvergunning (wachttijd 5 weken). Als een asielzoeker dan eindelijk aan het werk is, kan hij elk moment worden overgeplaatst naar het azc in pak ’m beet het Limburgse Sweikhuizen.
Toch ging Tesselaar overstag toen begin dit jaar ook het COA zelf aan de poort rammelde. De organisatie was net een project gestart om asielzoekers aan werkgevers in de regio voor te stellen – naar een idee van de stagiair. ‘Het was hem opgevallen dat werkgevers en asielzoekers elkaar maar moeilijk vinden’, zegt programmabegeleider Fenna Wielenga. ‘Terwijl zij wel veel voor elkaar kunnen betekenen.’
Aan motivatie schort het de nieuwkomers in ieder geval niet, blijkt in de kas van Tesselaar. Syriërs Ali (19) en Abdul (40) sturen hun kar in noodvaart langs de rijen snijbloemen. De stengels met een ontluikende paarse knop trekken ze vakkundig uit de grond, die met een groene kop laten ze staan. ‘Dit is voor mij als therapie’, zegt Abdul. ‘Als ik hier ben, heb ik geen tijd om na te denken en gek te worden van het wachten.’
Ook voor de verlegen Ali heeft het werk, naast het salaris, een gezonde bijvangst: zijn nicotine-inname is drastisch omlaaggegaan. ‘Als ik niets omhanden heb, ga ik roken en dan denken aan Syrië’, vertelt hij. ‘Dat kan hier niet.’ Nog een voordeel: hij doet ervaring op. ‘Ik was 7 jaar toen de oorlog begon, daardoor kon ik nooit naar school. Dit is mijn allereerste baan.’
Niet alleen voor de nieuwkomers levert het werk wat op, maar ook voor de samenleving. SEO Economisch Onderzoek becijferde dit voorjaar dat als asielzoekers net als Oekraïense vluchtelingen direct kunnen werken, dat miljarden aan welvaartswinst en bespaarde uitkeringslasten zou opleveren. Wielenga ziet bovendien nog een voordeel: als asielzoekers werken, kan dat het draagvlak voor de opvang in de samenleving vergroten.
Uit onderzoeken blijkt dat wie contact heeft met nieuwkomers positiever over hen denkt. ‘Omwonenden kunnen kennismaken met bewoners op de werkvloer en daardoor krijg je meer van elkaars verhaal mee’, aldus Wielenga. ‘Bovendien betalen asielzoekers die werken tot 75 procent van hun salaris mee aan hun eigen opvang, dat scheelt dus belastinggeld.’
Volgens onderzoeker Jaco Dagevos van het Sociaal en Cultureel Planbureau is een meerderheid van de Nederlanders er inmiddels dan ook voorstander van dat asielzoekers werken. ‘Tien jaar geleden was er nog de angst dat asielzoekers banen zouden afpakken, maar door de krapte staan alle seinen nu op groen.’
Ook het kabinet zegt in het regeerakkoord de arbeidsparticipatie van vluchtelingen te willen vergroten. Al signaleert Dagevos op dat punt wel een ‘ambivalente houding’. ‘Want tegelijkertijd wil dit kabinet ook de opvang soberder maken en meer richten op terugkeer.’ Uit onderzoek blijkt dat onzekerheid over de verblijfspositie een rem zet op de integratie: mensen zijn minder geneigd te investeren in het leren van de taal of een opleiding.
Inmiddels zijn in de Noordoostpolder dankzij de inspanningen van Wielenga en haar collega’s zeker zeventig asielzoekers aan het werk gegaan. En naar volle tevredenheid, kan in ieder geval tuindersvrouw Tesselaar stellen. ‘Het is een win-winsituatie dat migranten die hier al zijn op deze manier de taal kunnen leren en zingeving krijgen’, vindt ze. ‘En anders dan voor de arbeidsmigranten hoeven we voor deze mensen geen extra huisvesting te regelen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant