Ongeveer 60 duizend Israëlische vluchtelingen wachten in een hotel tot ze weer veilig kunnen terugkeren naar hun huizen aan de Libanese grens. Nu een staakt-het-vuren in de lucht hangt, gloort er hoop. ‘Zonder bufferzone pakt Hezbollah de wapens weer op.’
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over Israël, het Midden-Oosten en België. Voor dit verhaal reisde ze naar Haifa.
Toen Carmit Ben Haim vorig jaar op 7 oktober de beelden zag van Hamasstrijders die door Israëlische kibboetsen trokken, en hoorde dat iedereen die zij tegenkwamen werd afgeslacht, was ze doodsbang dat in haar dorp hetzelfde zou gebeuren.
‘We wonen in het dorp Shlomi, op 3 kilometer afstand van de Libanese grens’, vertelt de 52-jarige danslerares, ‘en we weten dat Hezbollah tunnels onder onze huizen heeft gegraven.’ Het gezin was een dag eerder teruggekomen van vakantie en had de koffers net uitgepakt, maar die ochtend pakte Ben Haim ze direct weer in. ‘We wachten het niet af’, zei ze tegen haar man, ‘straks sleuren ze onze kinderen ook mee of schieten ze ons dood. We vertrekken!’
Ben Haim was niet de enige: nog tijdens de dag van de aanval ontvluchtten talloze inwoners uit het noorden van Israël hun huizen. Anderen vertrokken later, toen Hezbollah uit solidariteit met Hamas onophoudelijk raketten op het noorden van Israël bleef afvuren. Twee weken later gaf de regering zelfs opdracht om de meer dan 30 gemeenschappen te evacueren die op 3,5 kilometer van de grens lagen; een besluit waarvan de meeste mensen geloofden dat het tijdelijk zou zijn. Bijna veertien maanden later zitten er nog steeds 60 duizend mensen op kosten van de overheid in hotels en appartementen door het hele land.
‘Dit is mijn leven nu’, zegt Ben Haim terwijl ze haar kamer in het Crowne Plaza Hotel in Haifa laat zien. Het is een standaard hotelkamer: een tweepersoonsbed, een klein bureau, een dressoir met een televisie. Voor het bed staat een wasrek, op het bureau een magnetron en in een smal halletje staat een extra kast, zo’n plastic geval dat je normaal gesproken in de bijkeuken of een schuurtje zou zetten.
In de wasbak die tussen de douche en de wc staat, doet Ben Haim de was en de afwas, en poetst ze haar tanden. Haar kinderen, jongens van 16 en 18, wonen in een kamer op dezelfde gang van het hotel.
Na bijna een jaar oorlog in Gaza kwam Israël in september met een extra ‘oorlogsdoel’: zorgen dat de vluchtelingen uit het noorden weer naar huis konden terugkeren. Het offensief tegen Hezbollah werd geopend met de explosie van duizenden piepers en walkietalkies, daarna volgden er bombardementen en gingen Israëlische grondtroepen Libanon binnen.
Hezbollah reageert met raketaanvallen die bovendien langere afstanden kunnen afleggen. Niet alleen het uiterste noorden van Israël wordt bestookt, ook in de steden Haifa en Tel Aviv klinkt nu regelmatig het luchtalarm. Ondertussen zijn er in Israël tientallen doden gevallen, en zijn er meer dan 3.500 Libanezen omgekomen.
Sommige Israëlische vluchtelingen betwijfelen of deze nieuwe oorlog hen sneller naar huis zal brengen. Anderen hopen dat de strijders van Hezbollah met geweld worden teruggedrongen en er een bufferzone wordt gecreëerd tot aan de Litani-rivier, ongeveer 30 kilometer van de grens met Israël.
‘Niemand wil oorlog, maar we hebben geen keuze’, zegt Carlo Genovis, een 72-jarige inwoner uit Shlomi die al ruim een jaar in het Leonardo Hotel in Haifa bivakkeert. ‘Zonder bufferzone pakt Hezbollah de wapens weer op. Dat kan een jaar duren, of misschien zelfs vijf jaar, maar zolang zij aan de grens zitten, zijn Israëlische burgers niet veilig.’
Genovis is er, net als Carmit Ben Haim, van overtuigd dat het Israëlische leger zowel in Gaza als in Libanon enkel terroristen doodt. Dat een bufferzone zou betekenen dat talloze Libanese vluchtelingen niet terug kunnen keren naar hun dorpen, neemt hij voor lief. ‘Het beeld dat de internationale media schetsen klopt niet’, vertelt hij. ‘Als je kijkt naar de wapens die in gewone huizen in het zuiden van Libanon zijn gevonden: er wonen daar geen onschuldige burgers.’
Het idee van die bufferzone, de belangrijkste eis van Israël bij de onderhandelingen om een bestand, is niet nieuw. Na de oorlog tussen Libanon en Israël in 2006 nam de VN-Veiligheidsraad resolutie 1701 aan die bepaalde dat beide partijen weg moesten blijven uit het gebied tussen de grens en de Litani-rivier. Alleen VN-macht Unifil en het Libanese leger zouden hier nog mogen opereren, maar in de praktijk staan beide partijen machteloos tegenover het zwaar bewapende Hezbollah, de machtigste organisatie in Libanon.
Ondertussen draait de geruchtenmolen op volle toeren: er zou een bestand in de maak zijn, misschien komt het er deze week nog van, maar tegelijkertijd raast het geweld voort. Brigadier-generaal Effi Eitam, een van Netanyahu’s adviseurs, zei maandag ondertussen in een interview met de Israëlische zender Kan dat vluchtelingen beter niet direct terug kunnen keren als het tot een bestand komt. Hij adviseert hen ‘een paar maanden’ te wachten.
De 64-jarige Dvora Abuhatsira durft bijna niet te hopen op terugkeer naar huis, al verlangt ze er vurig naar. Voor de oorlog was ze de hele dag bezig in haar huisje in Shlomi: ze houdt van koken, was altijd bezig in haar geliefde tuin, en genoot van haar buurt waar ze iedereen kent. Nu speelt Abuhatsira’s leven zich af op een klein kamertje in het Leonardo Hotel in Haifa, of in de lobby, waar ze met andere vluchtelingen zit te breien.
‘Ik weet niet hoe ik mijn dagen moet vullen’, zegt ze. ‘Er wordt in dit hotel voor me gekookt, en de kamer wordt elke dag schoongemaakt. Het klinkt als een luxe leven, maar het is afschuwelijk. Ik maak me bovendien constant zorgen. Hoe moet het nu verder? Als ik hier nog iets kon doen, kon ik die sombere gedachten een paar uur van me af zetten, maar we zitten hier maar. Te wachten.’
Voordat dit alles begon, kon Abuhatsira de Libanezen vanuit haar tuin zien, vertelt ze. ‘Kleine figuurtjes die in de verte op en neer bewogen. Jarenlang was dat heel gewoon, maar nu ben ik bang voor ze. Ik ga niet terug naar huis voordat ik zeker weet dat Hezbollah achter de Litani-rivier blijft. Dat is de enige manier waarop ik mezelf weer veilig kan voelen.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant