schrijft voor de Volkskrant over literatuur, non-fictie en onderwijs.
Een beetje hoopgevend nieuws, het werd tijd. Een kleine, feitelijke correctie op het beeld dat ‘grote groepen islamitische jongeren (...) een groot integratieprobleem hebben’ (staatssecretaris Jurgen Nobel voor Participatie en Integratie) en dat ‘jongeren met een migratieachtergrond (...) met hun rug naar de Nederlandse samenleving staan’ (premier Dick Schoof, en hij nam er niks van terug). Ze kunnen gerust zijn, ze zaten ernaast. Met de participatie en integratie van de jonge migrantenkinderen gaat het steeds beter volgens het CBS (Rapportage Integratie en Samenleven, 2024). Dat is vooral te zien in het onderwijs, een belangrijke graadmeter.
In 2022-2023 kreeg 49 procent van de leerlingen in het basisonderwijs van wie beide ouders in het buitenland zijn geboren (tweede generatie) een havo- of vwo-advies. In 2011-2012 was dat nog 38 procent. In het buitenland geboren kinderen, onder wie asielmigranten, kregen nog vaker een havo-vwo-advies: 51 procent. Het verschil met het gemiddelde van alle achtstegroepers – 57 procent een havo-vwo-advies - wordt steeds kleiner.
De grootste stijging zit hem bij de tweedegeneratiekinderen van in Marokko geboren ouders, de favoriete probleemgroep van ons kabinet: 50 procent van hen kreeg in 2022-2023 een havo-vwo-advies (34 procent in 2011-2012). Kinderen van Indonesische herkomst – ook vaak moslims, ook vaak geen Nederlands als thuistaal – doen het beduidend beter dan gemiddeld: 62 procent krijgt een havo-vwo-advies). Het lijkt erop dat onderadvisering van kinderen van migranten tegenwoordig minder vaak voorkomt. Eindelijk. Misschien zijn hun ouders mondiger geworden; misschien zijn leerkrachten zich beter bewust van onbedoelde vooroordelen.
Toch is er geen reden voor een vreugdedans. Ouders hopen op een havo-vwo-advies omdat ze weten dat het hun kind voordelen biedt, sociaal, economisch en in gezondheid. Dat is verschrikkelijk, zulke feiten zouden de keuze voor een praktisch beroep niet moeten bepalen, maar helaas zijn het nog steeds de feiten. Met kinderen die niet dat felbegeerde havo-vwo-ticket krijgen, gaat het helemaal niet goed.
Het is ronduit beroerd gesteld met de leesvaardigheid op het vmbo. Dat is al twintig jaar zo; het onthutsende is dat ze al die jaren geen steek is verbeterd, maar achteruitgaat. We wisten al, uit de Pisa-rapportage van 2023, dat een derde van de Nederlandse 15-jarigen ‘onvoldoende geletterd’ is. Het vermoeden was al dat slechte lezers vooral op het vmbo zitten; nu weten we dat zeker. De onderwijsinspectie heeft voor het eerst de leesvaardigheid van leerlingen in het tweede jaar van het voortgezet onderwijs landelijk gepeild.
Ongeveer de helft van alle leerlingen doet vmbo, van hen zit weer de helft op een beroepsgerichte leerweg (praktijkonderwijs, vmbo-basis of -kader). Twee derde van de tweedeklassers op het basis- en kaderniveau kan niet lezen op het allerlaagste, ‘fundamentele’ niveau 1F, laat staan op het ‘streefniveau’ 2F. Dat betekent dat ze overheidspost, vacatureteksten en bijsluiters van medicijnen niet kunnen begrijpen. Ze lezen te slecht om te kunnen meedoen in de maatschappij. Daarvoor heb je niveau 2F nodig, een niveau dat de meeste havo-vwo-leerlingen, ongeacht hun herkomst, wel halen.
Op deze vaststelling volgde de rituele klaagzang die we van de Inspectie van het Onderwijs in al die jaren dat het leesniveau daalt, horen: leerlingen moeten meer lezen en hun motivatie daarvoor moet omhoog; leraren moeten beter luisteren naar experts, lerarenopleidingen moeten meer aandacht aan leesdidactiek besteden. De verantwoordelijke bewindslieden knikken instemmend, met bedrukte gezichten: ja ja, dat moet allemaal.
Hóé we die verandering bereiken, hoe we schoolbesturen en lerarenopleidingen tot verandering dwingen, hoe we de verkeerde koers van een mammoettanker verleggen, daarover zwijgt de inspectie al even ritueel. Niemand komt met een dwingend noodplan. We hebben in Nederland eerder een onderwijsprobleem dan een integratieprobleem.
Over de auteur
Aleid Truijens is schrijver en recensent en columnist voor de Volkskrant. Ze schreef romans en biografieën over F.B. Hotz en Hella Haase. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant