Betoging Duizenden studenten en onderwijsmedewerkers protesteerden maandag in Den Haag tegen de voorgenomen bezuinigingen op het hoger onderwijs. Sommigen kwamen voor meer, zoals het klimaat of de oorlog in Gaza. „Er zijn meerdere boodschappen.”
„3.000 euro? Op je muil!'” en „Vecht, vecht, vecht, studeren is een recht”, klinkt het maandagmiddag op het Malieveld in Den Haag. En: „Stop de eppocalips”, verwijzend naar onderwijsminister Eppo Bruins (NSC). Hij krijgt, in verschillende bewoordingen, het ‘advies’ om af te treden. Net als twee collega-bewindslieden van NSC.
Op het veld, gelegen naast de tijdelijke Tweede Kamer en de A12, waren maandag duizenden studenten, medewerkers en bestuurders van hogescholen en universiteiten op de been om te protesteren tegen de besparing van het kabinet op het hoger onderwijs. De eis was duidelijk: de bezuinigingen moeten van tafel.
Die zijn verstrekkend. Vanaf 2025 wil het kabinet 175 miljoen euro per jaar besparen op 1.300 tot 1.700 onderwijsbeurzen voor jonge en ervaren docenten. Ook wordt bezuinigd door het aantal internationale studenten terug te dringen, studenten die langer doen over hun studie meer collegegeld te laten betalen en door te korten op het Fonds Wetenschap en Onderzoek. Het totale bedrag: zo’n 1 miljard euro per jaar.
Op het Malieveld protesteren studenten vooral tegen de ‘langstudeerboete’ van 3.000 euro. Voor sommigen is dat niet het enige thema: hier en daar is ook een Palestijnse vlag te zien, of een leus als „Solidarity for Palestina”.
Op een podium op het veld benadrukt Thijs Roovers, voorzitter van de Algemene Onderwijsbond (AOb), nog maar eens hoe groot de bezuinigingen zijn. „Omgerekend twee hbo-instellingen of een grote universiteit”. Als het protest niets oplevert, zegt Roovers, wil hij het er niet bij laten zitten. „We zullen geen middelen schuwen. Als het moet, gaan we staken.”
Veel van de demonstranten doen ook mee aan de aansluitende protestmars. Die brengt ze onder meer langs de Tweede Kamer en het ministerie van Onderwijs. Hard boegeroep volgt, en de leus: „Onderwijs is een recht, geen privilege.” Niet ver daarachter roept een groep „onderwijs is een recht, oorlog is een keuze”. Het zijn demonstranten van onder meer de Communistische Jongerenbeweging, die net als enkele andere organisaties aanwezig waren om zich ook uit te spreken tegen de oorlog in Gaza.
Wie stonden op het Malieveld en waarom?
„Dit protest is geen single-issue-demonstratie”, benadrukt Ellen van Werkhoven, studieadviseur culturele antropologie aan de Radboud Universiteit van Nijmegen. Op een van de protestborden van haar en een collega leggen ze de link met de oorlog in Gaza, klimaatverandering en het asielbeleid van het kabinet. „Dit is de koers die het kabinet kiest: veel meer geld naar defensie, veel minder naar onderwijs.” De reden van de bezuinigingen is voor haar duidelijk. „Ik zie het als een poging om kritische stemmen, in dit geval vanuit de wetenschap, stil te krijgen.”
Dat een eerdere demonstratie tegen het onderwijsbeleid, in Utrecht, werd afgelast, noemt Van Werkhoven „bizar”. Volgens haar was het een manier vanuit Den Haag om „angst voor demo’s aan [te] jagen”. „Maar mijn hart stroomt vol als ik zie hoeveel demonstranten vandaag hun solidariteit uiten met andere kwesties. „De meesten gebruiken dit protest, terecht, om zich uit te spreken tegen de bezuinigingen. Maar er zijn meerdere boodschappen. De jongere generaties die hier zijn, hebben dat echt veel beter begrepen.”
„Wij staan hier niet voor onszelf, maar voor de generaties studenten die na ons komen”, zeggen Sonia Wardeh en Nathanaël Reesink, bachelorstudenten geschiedenis aan de Universiteit Utrecht. Ze staan op het Malieveld om zich uit te spreken tegen de langstudeerboete. Reesink: „Studeren wordt nog meer een klasseding voor de elite, vrees ik. De langstudeerboete legt studenten veel te veel druk op, zeker diegenen uit gezinnen met weinig middelen of in lastige situaties. Door die druk zullen een hoop studenten vertraging oplopen en dan 3.000 euro moeten betalen. Studeren is nu al facking duur.”
Wardeh sluit zich daarbij aan. „Door hersenletsel heb ik vertraging opgelopen tijdens mijn studie. Ik ben niet helemaal gestopt en kreeg goede begeleiding, maar zou volgens de nieuwe regels wel een hoge boete krijgen. En er zijn veel studenten die ‘in de shit’ zitten of kunnen komen. Een huisgenoot van mij is bijvoorbeeld erg depressief. Maar omdat de ggz ook niet op orde is, staat hij op wachtlijsten. Intussen betaalt hij al extra collegegeld. Daar zou dan nog eens een boete van 3.000 euro bij komen.”
„We moeten veel meer gaan doen, met minder mensen.” Sander (wil niet met achternaam in de krant) is sinds 2016 werkzaam voor Tilburg University, momenteel als hoofddocent filosofie. Eerdere jaren gaf hij werkgroepen aan klassen van vijftien studenten. Nu moet hij die al voor het driedubbele aantal studenten geven. „De werkdruk is al hoog en wordt met de nieuwe bezuinigingen alleen maar hoger. We hebben nu al last van uitval en burn-outs. Dat zou alleen maar meer worden, ben ik bang.”
Zo’n 25 procent van de studenten van de Tilburgse universiteit komt uit het buitenland. Sander vreest dat dat „internationale klimaat” verdwijnt en het onderwijs eenzijdiger maakt. „Tuurlijk, internationale studenten kosten geld en vertrekken vaak na een aantal jaren weer, maar ze brengen ook ontzettend veel andere perspectieven mee. Neem een studie als sociologie: daar hebben we studenten uit allerlei Europese, Afrikaanse en Aziatische landen. De Nederlandse studenten leren ontzettend veel van hen. Die kennisuitwisseling is een belangrijke functie van het onderwijs, maar door te besparen op het aantal internationale studenten dreigt die functie te verdwijnen.”
Source: NRC