Home

Breyten Breytenbach: activist met een onwrikbaar geloof in de kracht van poëzie

De Zuid-Afrikaanse dichter en anti-apartheidsactivist Breyten Breytenbach zat negen jaar in de gevangenis, maar vond in poëzie de ultieme vrijheid. Zondag overleed hij op 85-jarige leeftijd in Parijs.

is recensent voor de Volkskrant, gespecialiseerd in poëzie en Duitstalige literatuur.

‘O mijn god, o mijn god, ik had nooit gedacht dat het zo zou zijn.’ Als de Zuid-Afrikaanse dichter Breyten Breytenbach in 1982 na negen jaar gevangenschap vrijkomt, is hij overdonderd door de wereld. ‘Al die geluiden, geuren en kleuren. En mens heeft onvoldoende zintuigen om dat allemaal op zich in te laten werken.’ Zijn gevangeniservaring werd cruciaal voor zijn schrijverschap.

Breytenbach was een wereldwijd bekende dichter met een onwrikbaar geloof in de kracht van poëzie. In Nederland raakte hij bekend door zijn verzet tegen de apartheid én door de vele boeken die van hem werden vertaald. Breytenbach overleed zondag op 85-jarige leeftijd in zijn huis in Parijs.

Hij werd op 16 september 1939 als jongste van drie broers geboren in Bonnievale, een dorpje in de Zuid-Afrikaanse provincie West-Kaap. In 1958 gaat hij fine arts studeren aan de universiteit van Kaapstad. Dan begint hij zich te verzetten tegen de apartheid en verhuist in 1960 naar Parijs.

Daar leert hij de Frans-Vietnamese Yolande Ngo Thi Hoang Lien kennen. Met deze vrouw, die Breytenbach eens beschreef als ‘zij die is als verse sneeuw tussen de lakens’, trouwt hij in 1962. Het huwelijk wordt door de Zuid-Afrikaanse autoriteiten gezien als een criminele daad: in Zuid-Afrika waren gemengde huwelijken op dat moment verboden. Teruggaan naar zijn geboorteland is uitgesloten.

Sestigers

Breytenbach wordt lid van de Sestigers, een groep schrijvers die zich in het Afrikaans verzetten tegen de apartheid, waartoe ook André Brink en Ingrid Jonker behoren. In 1964 debuteert Breytenbach met de poëziebundel Die Ysterkoei Moet Sweet.

Die bundel leidt vanwege z’n surrealistische, lyrische, bij vlagen erotische en zeker ook subversieve inhoud, tot evenveel lof als kritiek bij de lezers in zijn geboorteland. Het is het startschot voor een lange, imposante literaire carrière waarin Breytenbach ruim twee dozijn dichtbundels uitbrengt én bijna net zoveel prozawerken publiceert.

Vele van deze boeken zijn ook in het Nederlands vertaald. Adriaan van Dis – die met Breytenbach bevriend zou raken en training van hem zou krijgen in ondergrondse verzetstechnieken – zorgde voor de eerste bundel proza in Nederlandse vertaling: De boom achter de maan.

Opgepakt

Breytenbach wordt wel eens naïviteit verweten, omdat hij in 1975 clandestien terugkeert naar Zuid-Afrika en daar wordt opgepakt. In zijn proces bekent hij schuld: hij zou zijn teruggekeerd om een anti-apartheidsorganisatie in het leven te roepen die als witte afdeling gelieerd zou zijn aan het ANC.

Hij moet negen jaar in de cel doorbrengen, deels in isolatie. Het weerhoudt hem niet van schrijven. Integendeel. Ondanks zijn vrijheidsberoving weet hij vijf boeken uit te brengen, waaronder het ook in het Nederlands vertaalde De ware bekentenissen van een witte terrorist.

Die memoires over zijn veroordeling en gevangenschap gaan in op de vraag die vele politieke gevangen voorgelegd krijgen: hoe heb je dit alles overleefd ?Breytenbachs antwoord: ‘Ik heb het niet overleefd.’ Hij zou het boek, nadat hij het voltooid had, zelf nooit meer teruglezen.

Kleur van de werkelijkheid

In het werk van Breytenbach worden grote vragen opgeworpen: ‘mijn vriend zegt: een zo grote wereld kan niemand vervullen met begrip / maar in het begin was hij leeg’. Maar het zijn de kleine dingen, leerde hij in de gevangenis, de minuscule details die antwoorden bieden.

Het schrijven werd net zo’n zintuig voor hem als zijn oren en ogen. Het papiertje van een toffee waar hij in zijn cel naar staart, of een blad dat over de gevangenismuur komt waaien, daarin treft hem de kleur van de werkelijkheid zoals hij die niet eerder zag.

De dichter nam vaak onorthodoxe standpunten in. Zo sprak hij zeer kritisch over de Waarheids- en Verzoeningscommissie, in 1995 na de afschafffing van de apartheid opgericht, als een vooral door christelijke motieven gedreven instituut, waardoor de nadruk op vergeving kwam te liggen:

Revealing is healing: ik weet het niet,’ zei Breytenbach daarover. ‘Ik vermoed dat het in de kerk zo gaat, maar ik ken genoeg mensen die twintig weesgegroetjes opzeggen, naar buiten gaan en alles weer opnieuw zouden doen.’

Als echt alle waarheid naar buiten zou komen, zou het land tot op het bot bloeden. Rechtvaardigheid, niet vergeving, moest voor Breytenbach voorop staan.

Ultieme vrijheid

Breytenbach was een activist, zeker, een die zeer indrukwekkende boeken schreef over zijn gevangenschap en over de strijd voor gelijkheid. Maar meer nog was hij een dichter. Een dichter die wars was van conventies en orthodoxie, omdat die de mens z’n creativiteit ontnemen, hem in intellectuele impotentie storten en hem uiteindelijk zelfs gevaarlijk maken.

Poëzie was voor hem de plek om ultieme vrijheid te ervaren. Er school een onbegrensd optimistisch lyrisch denker in Breytenbach. Zo beweerde hij dat in eenieder van ons een dichter schuilt. Ieder mens, aldus Breytenbach, heeft de behoefte om gevoelens te communiceren: ‘Die vorm van communicatie, zelfs als de persoon er zich niet bewust van is, is een poging tot creatie, de creatie van jezelf en een herschepping van dat wat je omringt.’

Oerkracht

Hij was ervan overtuigd dat dergelijke uitingen vaak de vorm van een gedicht aannemen. Hij zag het als een soort oerkracht, om angsten te bezweren. Om die reden kon hij ook beweren dat ‘we lang niet zo modern zijn’. Poëzie, zei de dichter, ‘is een oneindige lijn die helemaal terugloopt tot aan het begin van de tijd.’

Reflecterend op die voorbijgaande tijd treffen Adriaan van Dis en Breyten Breytenbach elkaar in 2021 in Parijs. ‘Old soldiers never die,’ zei Van Dis bij dat weerzien. En Breytenbach antwoordde: ‘No we don’t, we don’t die. No. No.

3 x Breyten Breytenbach

Breytenbach komt in de jaren zestig in aanraking met de zenfilosofie. Een levenslange fascinatie is geboren, die hij zo samenvat: het buitengewone bestaat niet in vliegen, maar in het lopen op deze aarde.

Tijdens zijn gevangenschap zijn het meditatie en het schrijven die hem helpen de fysieke en mentale begrenzingen te overstijgen. Het belangrijkste doel: voorkomen dat hij ‘kalendergek’ zou worden. Het wachten op vrijheid moest zo worden overwonnen.

Breytenbach geloofde dat het Afrikaans de taal van het verzet kon worden. Na zijn vrijlating liet hij dit los. Hij besefte dat het vernederend was voor de gekleurde bevolking. Het Afrikaans als jongste prins in de Germaanse taalfamilie? ‘Nee, bedankt. Die prins is vergiftigd. Wat resteert is een taal voor inscripties op grafzerken.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next