Na het wereldkampioenschap voetbal van 2010 in Zuid-Afrika, waar de wereldvoetbalbond Fifa een winst van 631 miljoen dollar boekte – op dat moment een record – zei de voormalige voorzitter van de Fifa João Havelange tegen zijn opvolger Joseph ‘Sepp’ Blatter dat hij ‘een monster’ had gecreëerd. Dat monster genereerde twee jaar geleden in Qatar een winst van meer dan een miljard dollar.
Recentelijk, veertien jaar later, reageerde Blatter op Havelanges aantijging in de Zwitserse online krant Watson. Te laat voor Havelange, want die overleed acht jaar geleden op 100-jarige leeftijd. Dit is wat Blatter zei: ‘Hij had gelijk. Ik heb een monster gecreëerd.’
Het is wonderlijk hoe mensen die ooit een machtige positie hebben bekleed opeens, als het einde van hun leven nadert, aan zelfreflectie gaan doen en kunnen terugkomen van eerder ingenomen standpunten. Je ziet dat bij politici en captains of industry. Oud-premier Dries van Agt was een pregnant voorbeeld: die werd, toen hij de 75 eenmaal was gepasseerd, steeds linkser en radicaler terwijl hij daarvoor lang als een conservatieve CDA’er door het leven was gegaan.
Helaas wint bij dit soort late bekeringen de radicale overtuiging meestal aan kracht, terwijl de macht haar in praktijk te brengen juist afneemt.
Zo is het bij Blatter ook. Hij moest in 2015, na zeventien jaar in functie te zijn geweest, vanwege beschuldigingen van corruptie gedwongen aftreden als Fifa-voorzitter en werd acht jaar geschorst. Inmiddels is hij 88 en kennelijk wordt hij ’s nachts bezocht door spoken uit het verleden die hem confronteren met zijn dubieuze verleden als capo di tutto capi van de Fifa-maffia. Sinds een paar jaar heeft hij besloten dat de biecht het beste verweer is.
Zo verklaarde hij in 2022, het jaar van het laatste WK, dat de keuze voor Qatar, waarvoor hij zelf de eerstverantwoordelijke was, bij nader inzien helemaal fout was geweest. En een paar weken geleden zei hij in de documentaire Das Spiel um Milliarden, de uitverkoop van het Europese voetbal zonder met zijn ogen te knipperen dat het met de vercommercialisering van het voetbal de spuigaten uit loopt.
Het opportunisme waarmee Blatter jarenlang aan de touwtjes heeft getrokken gebruikt hij nu om zichzelf schoon te pleiten. Zijn opvolger Infantino is de grote boosdoener: die is zo tuk op miljarden dat hij steeds met voorstellen voor meer voetbal komt: een WK voor clubs, om de twee jaar een landen-WK, de mondialisering van het wangedrocht Nations Cup; altijd en overal voetbal, voetbal, voetbal, tot je er helemaal mataglap van wordt. Zelf heeft hij er in elk geval schoon genoeg van, zei Blatter tegen Watson, hij leidt aan oververzadiging.
De Fifa, vindt hij, moet ingrijpen en grenzen stellen aan het aantal wedstrijden en toernooien en een salarisplafonds instellen. Het is alsof je Geert Wilders opeens Netanyahu voor massamoordenaar hoort uitmaken: er klopt iets niet. Het nieuws heeft een verdachte bron: volgens de man die vanaf 1976 bijna vier decennia lang fanatiek bezig is geweest het voetbal uit te leveren aan de commercie, draait het nu te veel om geld.
Blatter pleit voor een meerdaags Fifa-congres in Zürich. ‘De eerste dag kijken we naar de problemen, de tweede naar de oplossingen.’ Liefst onder zijn voorzitterschap, vermoed ik. Want de Blatters van deze wereld zijn ook nog eens overtuigd van hun eigen onsterfelijkheid én onmisbaarheid.
Over de auteur
Bert Wagendorp is voormalig sportverslaggever van de Volkskrant, oprichter van wielertijdschrift De Muur en auteur van wielerroman Ventoux. Hij schrijft wekelijks een sportcolumn. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns