Staatssecretaris Nobel (Integratie) wilde met zijn ‘stevige woorden’ over islamitische jongeren niemand pijn doen, zegt hij maandag in een debat met de Tweede Kamer. Tegelijk blijft hij tot onbegrip van de oppositie wel achter zijn uitspraak staan.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over pensioenen en sociale zekerheid.
Niet zozeer het beleid van het nieuwe kabinet, maar de woorden beheersen maandag het wetgevingsoverleg over integratie in de Tweede Kamer. ‘Wat doen onze woorden buiten deze zaal?’, vraagt GroenLinks-PvdA-Kamerlid Mikal Tseggai zich af. ‘Woorden doen ertoe’, zo begint D66-Kamerlid Mpanzu Bamenga even later. ‘Het maakt uit hoe kabinetsleden zich voor en achter de schermen uiten.’
Het mag geen verrassing zijn voor staatssecretaris van Justitie Ingrid Coenradie (PVV) en staatssecretaris van Participatie en Integratie Jurgen Nobel (VVD), die naar de Kamer zijn gekomen om het kabinetsbeleid en de bijbehorende begroting te verdedigen. Niet alleen ligt er nog nauwelijks concreet beleid – het actieplan integratie is nog niet gepresenteerd –, het waren juist woorden over integratie die het kabinet afgelopen weken bijna in een crisis stortten.
Twee weken geleden, in de nasleep van het geweld tegen Israëlische supporters in Amsterdam, schuwden kabinetsleden grote woorden niet. Premier Dick Schoof sprak van een ‘integratieprobleem’ en staatssecretaris Nobel verklaarde enkele dagen na de gebeurtenissen dat ‘islamitische jongeren voor een heel groot deel onze Nederlandse normen en waarden niet onderschrijven’.
Het waren met name de woorden van Nobel die gevolgen hadden. Niet alleen kwam het de staatssecretaris op een aangifte van moskeeverbond K7 te staan, ook zette de opmerking kwaad bloed bij coalitiepartij NSC, waarvan staatssecretaris Nora Achahbar uiteindelijk vertrok. Na haar ontslag verwees verwees in de media expliciet naar Nobels uitspraak en benadrukte dat die ‘een wig drijft’ tussen mensen. ‘Ik maak me daar ook echt zorgen om.’
Enkele dagen later, toen NSC-Kamerleden Femke Zeedijk en Rosanne Hertzberger het voorbeeld van Achahbar volgden, kwam de uitspraak van Nobel weer voorbij. De staatssecretaris was met de opmerking ‘echt zijn boekje te buiten’ gegaan, zei Hertzberger na haar besluit in een interview in NRC.
Het maakt dat Nobel maandag al bij zijn eerste debat over het onderwerp een groot deel van de oppositie lijnrecht tegenover zich vindt. GL-PvdA’er Tseggai noemt de uitspraak aan het begin van haar betoog ‘schadelijk’ en ‘stigmatiserend’. ‘Wat het kabinet integratie noemt, voelt als uitsluiting voor velen’. D66’er Bamenga vraagt Nobel om ‘onderbouwing’ van zijn bewering en wil weten of hij nog achter de uitspraak staat. Denk-Kamerlid Dogukan Ergin is het felst en vindt dat de staatssecretaris een grote groep Nederlanders ‘onder de bus heeft gegooid’. ‘Gaat hij die schandalige woorden terugnemen?’
Maar dat Nobel ook na deze bewogen weken nog de steun geniet van de coalitiepartijen, blijkt als zij het woord nemen. PVV’er Maikel Boon ziet in de uitspraken juist een teken dat het kabinet de eerste stappen zet om ‘te stoppen met pappen en nathouden’. BBB’er Claudia van Zanten benadrukt dat het belangrijk is ‘om onze ogen niet te sluiten’ voor integratieproblemen, zoals antisemitisme. Ook Nobels eigen partij VVD blijft onverminderd achter hem staan. Gevraagd naar de woorden van de staatssecretaris benadrukt Kamerlid Bente Becker ‘dat we niet iedereen over één kam moeten scheren’ maar dat het ‘heel goed’ is dat de staatssecretaris ‘het probleem benoemt’.
NSC-Kamerlid Diederik Boomsma vindt wel dat er begrip moet zijn voor mensen die ‘niks te maken hebben’ met de gebeurtenissen maar wel het gevoel hebben zich door de uitspraak te moeten verantwoorden. Het risico is volgens hem bovendien dat mensen ‘zich meer terugtrekken in hun eigen identiteit’. Maar een harde veroordeling van de NSC’er blijft uit, Boomsma vraagt Nobel enkel ‘te reflecteren’ op zijn uitspraak.
Die kans grijpt de staatssecretaris uitgebreid aan en direct aan het begin van zijn beantwoording probeert hij zijn uitspraken te nuanceren. ‘In mijn eerste reactie van de gebeurtenissen in Amsterdam heb ik me stevig uitgesproken. Tegelijkertijd hebben mijn woorden ook mensen geraakt om wie het niet gaat’, aldus Nobel. Volgens de staatssecretaris zijn er immers ook ‘heel veel moslims’ die wel meedoen in de samenleving. ‘Ik ben er nooit op uit om een hele groep mensen over één kam te scheren’.
Tegelijkertijd neemt Nobel de woorden nadrukkelijk niet terug. Als D66’er Bamenga meermaals vraagt of hij ‘nou wel of niet zijn woorden terugneemt’, reageert de staatssecretaris dat hij weliswaar geen mensen pijn wil doen met zijn uitspraken maar dat hij ook in de toekomst ‘stevige woorden zal gebruiken op het moment dat het misgaat’.
Het is een vergelijkbare argumentatie die premier Schoof vorige week had bij zijn opmerking over een ‘integratieprobleem’. Ook die zou volgens hem alleen betrekking hebben op ‘jongeren die denken dat regels niet voor hen gelden’ en niet op mensen met een migratieachtergrond ‘die volop meedoen’.
Een dergelijke uitleg gaat er maandag niet in bij de oppositie, die zich blijft afvragen wat Nobel dan bedoelde met ‘een groot deel’. Volgens Denk-Kamerlid Ergin zegt het kabinet er bovendien mee dat niet de uitspraken zelf verkeerd waren, maar dat de mensen die gekwetst zijn ze blijkbaar ‘verkeerd hebben begrepen’. Ergin eiste daarom van Nobel een onderbouwing of excuses.
Maar die kritiek neemt de staatssecretaris voor lief. In een debat waarin het vooral over uitspraken gaat, lijken de bewindspersonen immers de woorden te hebben gevonden om de angel in ieder geval voorlopig uit de verhitte discussie binnen de coalitie te halen.
Alles over politiek vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant