Home

In de distilleerderij H. van Toor wordt alles gemaakt met natuurlijke smaakmakers en specerijen

Toen er geen Van Toor meer was die de distilleerderij in de familie wilde overnemen, stapte flavorist Leo Fontijne in het bedrijf. Hij blies de vermaarde Vlaardingse schelvispekel nieuw leven in en werd zelfs hofleverancier.

‘Willen jullie eerst naar het museum of meteen aan de drank?’, vraagt Leo Fontijne (60), eigenaar, baas en enige werknemer van Distilleerderij H. van Toor Jz. Een overbodige vraag, want zodra je binnenstapt in deze nog altijd functionerende stokerij voor beroemde kruidenbitters, jenevers en likeuren aan de Maassluissedijk in Vlaardingen, ga je al gauw anderhalve eeuw terug in de tijd.

Naar 1883 om precies te zijn, toen de amper 20-jarige Hendrik van Toor – zoon uit een Vlaardings horecagezin – met zijn vrouw Maria een tapperij aan de Markt begon. Maar al gauw liet hij het bedrijf aan haar en begon hij zelf met het maken van boerenjongens, en later ook boerenmeisjes op brandewijn. De zaken gingen zo goed, dat hij een slijterij kon overnemen, een succesvolle limonadetak (Torine) opzette, en enkele panden op de Maassluissedijk aankocht.

Schelvispekel

De drank blijft nog even staan en we stommelen over een smalle, steile trap naar boven, naar grote stalen tanks en aardewerken vaten. Op de vloer liggen kriskras plastic slangen om de vloeistoffen te transporteren. ‘Kijk’, zegt Fontijne, terwijl hij een zak van 3 kilo uit een vat omhooghaalt en een zoet-kruidige geur, vermengd met alcohol, zich in de ruimte verspreidt. ‘Dit is dus voor de schelvispekel.’

Deze brandewijn met speculaaskruiden is de specialiteit van het bedrijf. Daarvan wordt jaarlijks zo’n 15 duizend liter verkocht. ‘Pekel voor de schelvis’, zo noemden de vissers hun warmhoudertje als ze terugkeerden in de haven en hun vrouwen vroegen wat voor brouwsel ze daar aan boord hadden.

Voor het vervolg van de schelvispekel (en andere distillaten), gaan we weer naar beneden, naar de bottelarij waar in de grond zes enorme dijkvaten (totale capaciteit: 60 duizend liter) zijn ingegraven. Fontijne tilt van een ervan de houten deksel op en steekt een stok van bijna twee meter erin om te laten zien hoe diep het is. ‘Val er niet in’, zegt hij. ‘Je bent meteen dood door zuurstofgebrek.’ Hierin wordt, na twee maanden trekken in de ketel, het alcohol-specerijenmengsel gepompt en aangevuld met 150 liter brandewijn en suiker, waarna het nog minimaal een week moet rijpen.

Schiedam

Via de achterdeur en een binnenplaatsje komen we dan in het ‘echte museum’, met een vitrinekast vol oude jenever- en kruidenbitterflesjes, en aan de muren de reclameplaten van de stokerijen uit Schiedam, dé jeneverstad en Fontijnes geboorteplaats: Kabouter van Jansen, ’t Kraantje van Van Gent, Oude Floryn. Daar ontstond zijn liefde voor het vak. Als jongetje woonde hij op de Noordvest van ‘Zwart Nazareth’, waar het merendeel van de Schiedamse distilleerderijen was gevestigd. Een volksbuurt met ‘open riolen waar zelfs de ratten sterven’, zoals de (deels Vlaardingse) band The Amazing Stroopwafels haar bezingt, en waar de branderijen vuur braken en alles sterke drank ademt.

Fontijnes vader had er een bedrijf in pompen en motoren, dat rook lang niet zo lekker als de kruidenbitters en de likeuren die de buren stookten, in al die magische, borrelende ketels. De jonge Leo ging weliswaar zijn neus achterna, maar belandde eerst als ‘flavorist’ op de geur- en smaakstoffenafdeling bij Unilever.

Ondertussen brak Jacques van Toor, sinds 1970 vierdegeneratie-eigenaar, zich het hoofd over zijn opvolging. Na de dood van Hendrik in 1928 werd weduwe Maria de drijvende kracht, daarna haar zoon en vervolgens kleinzonen. Onder hun leiding werd in 1947 de nieuwe distilleerderij op de Maassluissedijk gebouwd en floreerde het bedrijf. Er was rond zestig man personeel, er waren eigen slijterijen, ze hadden het Grolsch-agentschap van de regio en maakten alle advocaat voor de Henkes-Groep, er gingen honderden liters gazeuselimonade de fabriek uit, likeur en brandewijn vloeiden rijkelijk.

Willy Wonka

In de jaren zeventig werd de limonadetak afgestoten als gevolg van de Amerikaanse frisdrankconcurrentie en kwam er ook de klad in het gedistilleerd. En zoals dat gaat bij veel familiebedrijven: de nakomelingen hebben andere plannen. Toen in 1999 rondzong dat Jacques van Toor een opvolger buiten de familie zocht, greep Fontijne zijn kans.

‘Je bent gek’, zei Van Toor. ‘Je hebt een fantastische baan bij Unilever en dan wil je dit doen.’ Maar Fontijne was klaar met alle kunstmatige geur- en smaakstoffen, en deze ambachtelijke distilleerderij was precies wat hij wilde.

Sindsdien is hij, nu dus alweer bijna 25 jaar, een soort Willy Wonka die in zijn fabriek zijn eigen likeuren creëert met namen als Zon & Maan en Bruidstranen, een likeur met kaneel, kardemom en zoethout en schilfertjes bladgoud. En alles, daar steekt hij zijn hand voor in het vuur, wordt gemaakt met natuurlijke smaakmakers en specerijen.

Hofleverancier

Op de tafel in de ontvangstruimte, die is ingericht als een bruine kroeg, staat ter illustratie een bak met gedroogde sinaasappelschillen, kaneel, steranijs en andere specerijen. ‘Hoeder van het gedistilleerd’, zo noemt Fontijne zich weleens. Hofleverancier mag hij zich ook noemen, sinds 2008. De traditionele likeuren en brandewijnen, zoals Schelvispekel, Oranjebitter en Kandeel houdt hij in ere. Daarnaast ontwikkelt hij nieuwe dranken – sommige op verzoek.

Zo maakte hij ter ere van de weduwe Van Toor een Marialikeur op basis van cognac met een distillaat van sinaasappelschillen. Zijn favoriet is de Torine-gin, die wordt verkocht in de karakteristieke Torine limonadeflessen, met een even karakteristieke smaak met boventonen van rozemarijn en tijm, plus een bouquet aan andere specerijen, op een basis van moutwijn.

‘Ik wil gewoon lekkere dingen maken’, zegt hij, terwijl hij Dag & Nacht inschenkt, een moutwijnlikeur die doet denken aan een lichtzoete korenwijn. ‘Die kruidentreksels ga je dus zelf maken, die ga je niet inkopen.’ Verkoopconcessies doet hij niet en dat hoeft ook niet. Er zal altijd een harde kern van fijnproevers zijn die zijn dranken weten te waarderen.

Nee, het probleem zit hem in later: ‘Ik hoop voor de toekomst net zo iemand als ik te kunnen vinden.’ Misschien moet hij, net als Willy Wonka, gouden wikkels in zijn flessen verstoppen en voor de winnaars een rondleiding in zijn fabriek organiseren om te testen of er een waardige opvolger tussen zit.

Omzet: 350.000 euro (zonder accijns)
Aantal werknemers: 1
Sinds: 1883
Waar: Vlaardingen

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next