Home

‘Drie lijken bij één incident, dat hakt erin’

Politiemensen over die ene melding, wat er daarna gebeurde en hoe dat hun kijk op het vak heeft veranderd. Vuurwapenexpert Dandy Marcuñé (64) moest als teamleider Explosieven Veiligheid een woning doorzoeken en trof er een familiedrama aan.

is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.

‘Elk incident waarbij een kind is betrokken, heeft grote impact. Dat zal iedere collega bevestigen. Dat was hier ook het geval. Als teamleider Explosieven Veiligheid ben ik gewend om, na een explosie of een melding van explosiegevaar, als eerste de plaats delict te betreden.

‘Ik onderzoek hoe groot het gevaar is, of er explosieven zijn achtergebleven, haal eventueel de Explosieven Opruimingsdienst erbij, adviseer over ontruiming van de omgeving en geef het gebied pas vrij als alles veilig is voor collega’s en andere hulpverleners om hun werk te doen.

‘Maar deze keer was alles anders. In de zomer van 2016 kwam ik bij een plaats delict in Amsterdam, na de melding dat een man zijn vriendin met een handgranaat had bedreigd. De vriendin was het huis uit gevlucht en naar het politiebureau gerend.

‘Toen ik daar aankwam, was de hele straat afgezet en uitgestorven. Ook ambulances mochten er niet in. Ik trok mijn zware beschermvest aan en meldde me bij de officier van dienst om onderzoek te gaan doen, maar die hield me tegen. Hij zei: ‘Een robot van de Dienst Speciale Interventies onderzoekt of er boobytraps in de woning zijn.’

‘Dat was nieuw voor mij. Dus ik moest achter het afzetlint wachten. Omdat ik hoog in mijn adrenaline zat, duurde dat wachten voor mijn gevoel heel lang. Ik had veel vragen: ‘Hoelang moet ik wachten? Welke route liep de dader?’, maar die werden slechts summier beantwoord. Dus ik stond daar gefrustreerd achter het lint en dacht: die zitten míjn werk te doen. Ondertussen werd er een overlegcontainer geplaatst waarin de leiders van alle hulpdiensten met elkaar overleggen over de situatie, en kwamen militairen van de Explosieven Opruimingsdienst uit de kazerne in Soesterberg.

‘Eindelijk klonk het: ‘Jullie mogen naar binnen.’ Ik ging met de commandant van de militairen en een van zijn collega’s onder het lint door en liep voorop naar de woning, halverwege de straat. Daar lag buiten een dode man. Toen ik dichterbij kwam, zag ik naast hem ook een baby liggen. Dat komt hard binnen.

‘De voordeur stond nog open. We gingen in een treintje naar binnen, ik voorop, om zo min mogelijk sporen te vernietigen. Binnen moesten we een trap op, want het ging om een bovenwoning. Ook daar stond de toegangsdeur op een kier. Ik duwde, maar hij ging niet verder open. Toen we er met z’n tweeën tegenaan duwden kon ik mijn hoofd om de hoek steken. Ik zag het lijk van een oude vrouw die op haar buik lag. Ze was vermoord. Drie lijken bij één incident – ook dat hakte erin.

‘Voorzichtig liep ik langs haar heen en ging naar de keuken, terwijl de twee militairen de badkamer doorzochten. Meteen zag ik het: midden op de keukenvloer lag een handgranaat op scherp, met de slagpin eruit en de beugel eraf. Hij was niet afgegaan. ‘Hij ligt hier!’, riep ik. ‘Oké, iedereen eruit’, zei de commandant van die militairen. Hij ging de kop eraf draaien om hem onschadelijk te maken.

‘Ondertussen doorzocht ik die woning verder. Ik zag geen vechtsporen, zoals bijvoorbeeld een omgevallen bank. Boven, op zolder, stond het dakraam open. Toen ik naar beneden keek, zag ik recht eronder die man weer liggen. Hij was van driehoog naar beneden gesprongen en had zijn kindje meegenomen. Zo’n hummeltje heeft in het leven geen enkele kans gekregen.

‘Terug in de keuken maakte ik foto’s van die handgranaat, waarna de militairen hem in een antistatische zak stopten en meenamen. Ik controleerde nog alle lichamen en de straat op veiligheid, en gaf daarna de woning vrij.

‘Deze gebeurtenis maakt twee dingen heel duidelijk: ik moet geduld hebben als ik niet meteen de plaats delict op kan. We hebben er later goed over gesproken: dat onderzoek met die robot deden ze ook voor míjn veiligheid. Ik hoef niet alles alleen te doen. Later, tijdens het gijzeldrama in de Applewinkel in Amsterdam, moest ik ook weer wachten. Dat ging me toen veel makkelijker af.

‘En sommige incidenten hakken er enorm in. Kijk, je ziet het aan deze foto, die een persfotograaf van mij nam toen ik terugkwam uit dat huis van dat familiedrama. Ik schrok toen ik die foto van mezelf zag. Je ziet de spanning in mijn gezicht, die getergde kop, ik líjk niet eens op mezelf. Je kunt de impact van mijn gezicht aflezen. Ik zie eruit alsof ik in dat uur tien jaar ouder ben geworden.

‘Die foto heb ik sindsdien altijd bij me, ik gebruik hem als een spiegel. Hij herinnert me eraan dat ik na een incident steeds even naar mezelf moet kijken: hoe gaat het met me? Moet ik even de tijd nemen om iets te verwerken? Want elke gebeurtenis in je politiewerk draag je met je mee. Als je daaraan voorbijgaat, kan het ineens gebeuren dat je emmertje overstroomt.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next