Van ‘eerwraak’ is in Turkije geen sprake meer. Niet omdat het geweld tegen vrouwen niet langer voorkomt in het land, integendeel, maar omdat de vrouwenbeweging bezwaar heeft tegen de term. Het woord zou daders een rechtvaardiging bieden, ten koste van slachtoffers.
schrijft vanuit Istanbul over Turkije, Iran, Israël en de Palestijnse gebieden. Hij schreef het boek 'Baas in eigen boerka', over vrouwen in de islamitische wereld.
Zoals ieder jaar op de Internationale Dag voor de Bestrijding van Geweld tegen Vrouwen, 25 november, zullen vanavond in Istanbul duizenden vrouwen de straat op gaan. Zoals gewoonlijk zal de politie na een tijdje ingrijpen, wordt het waterkanon misschien ingezet, en zullen er arrestaties volgen.
Het zal de vrouwen er niet van weerhouden hun leuzen te roepen. Een van de woorden die zullen klinken is ‘femicide’, vrouwenmoord. Gemiddeld wordt in Turkije bijna dagelijks een vrouw gedood, vaak door een (ex-)partner. Een woord dat daarentegen níét te horen zal zijn, is ‘eerwraak’. Turkse vrouwenorganisaties hebben die term in de ban gedaan.
‘De term wordt gebruikt om de dader te beschermen en de vrouw de schuld te geven, alsof zij de eer van de familie zou hebben geschonden’, zegt Suzan Isbelen, voorzitter van vrouwenorganisatie Rosa in de Koerdische stad Diyarbakir. ‘Wij willen misbruik van de term voorkomen. Het concept eerwraakmoord is het product van de patriarchale ideologie. Wij hebben het over femicide en mannelijk geweld.’
Dat is opmerkelijk, want het was de internationale vrouwenbeweging die eerwraakmoorden in de jaren negentig op de agenda zette, waarna de term wereldwijd ingang vond. Rana Husseini, journalist van The Jordan Times, luidde die doorbraak in met haar verhalen over gruwelijke moorden in Jordanië, waarbij een familie samenspande om een ongehoorzame dochter uit de weg te ruimen, teneinde de familie-eer te redden.
Die samenzwering bepaalde het bijzondere karakter van het delict ‘eerwraakmoord’. Voor de rechters in Jordanië was het veelal reden tot vrijspraak of strafvermindering; zo stond het immers in de wet. Om niet het zicht daarop te verliezen, als ware het een ‘gewoon’ misdrijf, maakte de term opgang – ook bij de Verenigde Naties.
UN Women benadrukte in 2011 nog het belang van het erkennen van ‘de unieke kenmerken van zulke misdaden, zoals hun voorbedachte en collectieve aard’. Ook maakt dat aspect eer preventie, gerichte opsporing en adequate bestraffing mogelijk. Wel pleitte de VN-organisatie ervoor de term ‘eer’ altijd tussen aanhalingstekens te zetten: aan het doden van een vrouw is immers niets eervols.
Precies dat is een van de bezwaren van de vrouwen in Turkije. ‘Eer, namus in het Turks, is een beladen begrip’, zegt Dilek Basalan, voorzitter van Kadin Zamani Dernegi, een Koerdische vrouwenorganisatie in Istanbul. ‘Het gaat dan altijd over een vrouw. Die heeft kennelijk iets immoreels gedaan.’
De term zet vrouwen volgens Basalan bij voorbaat op achterstand. ‘Bij namus denken mensen in Turkije, en misschien ook de politie: o, dan zal ze wel niet deugen.’ Ook kan het daders een excuus in handen geven dat kan leiden tot strafvermindering.
Tot 2012 was dat zelfs onderdeel van het Turkse strafrecht. In dat jaar werd de progressieve Beschermingswet 6284 van kracht, die vrouwen moet beschermen tegen geweld. De wet was een uitvloeisel van de Istanbul Conventie uit 2011, een Europees verdrag opgesteld vanuit datzelfde doel. Van ‘eerwraakmoord’ is in Turkse rechtbanken sindsdien geen sprake meer, en recentelijk evenmin in het vocabulaire van de vrouwenbeweging. Die spreekt consequent van femicide.
Elders is die tendens eveneens gaande, zij het niet overal zo radicaal als in Turkije. Vrouwenorganisaties in Jordanië hebben eveneens afscheid genomen van de term eerwraak, zegt journalist Husseini vanuit Amman. ‘Het begrip eer kan mannen een rechtvaardiging geven voor moord.’
Ook in Nederland wordt tegenwoordig vooral over femicide gesproken, hoewel politie en justitie nog altijd werken met het begrip ‘eergerelateerd geweld’ (dat immers niet per se hoeft te leiden tot de dood).
Volgens Janine Janssen, hoogleraar criminologie aan de Open Universiteit en onderzoeker bij het landelijk expertisecentrum eergerateerd geweld van de Nederlandse politie, kan het zinvol zijn het eer-aspect mee te nemen bij opsporing en vervolging. ‘Waren meer mensen bij de moord betrokken? Dat moet je uitzoeken. Ook met het oog op de beveiliging. De politie moet het juiste gereedschap hebben. Wat stond er op het spel? Hoe ga je om met een groot aantal verdachten?’
In Europese landen speelt nog iets. Eerwraak wordt daar veelal gekoppeld aan etnische minderheden. Dat ligt cultureel gevoelig en kan tot onterecht gebruik van het woord leiden. Zo wordt partnergeweld waarbij een jaloerse moslim de dader is in Nederland al snel eerwraak genoemd, ook als van een familiecomplot geen sprake is. Is de dader een witte Nederlander, dan heet het delict opeens anders.
Janssen: ‘Moslims hebben het niet uitgevonden, zeg ik weleens. Dan krijg ik daar negatieve reacties op. Geweld uit naam van de familie-eer komt over de hele wereld voor. We moeten voorzichtig zijn het aan één groep toe te schrijven. Die neiging bestaat. In Zwitserland zijn het bij wijze van spreken de Kosovaren. In Londen Zuid-Aziaten. In Nederland werd het lang als Turks probleem geframed. Nu wordt bij eerwraak vooral aan Syriërs gedacht.’
In Turkije wordt vaak gewezen naar de Koerden, met hun traditioneel clan-gebonden cultuur in Oost-Turkije. Daar kwam eerwraak inderdaad vaker voor. Recente cijfers van femicide komen echter uit alle delen van het land.
‘Als eerwraak in het nieuws was, zeiden mensen: o, daar heb je die lui uit het oosten weer, met hun achterlijke cultuur. Het was vernederend’, zegt Basalan. Voor de vrouwenbeweging was het een extra reden de term niet langer te hanteren. ‘Femicide is overal. In Centraal-Anatolië komen kindhuwelijken en incest voor. Mannelijk geweld kent vele vormen.’
En ondanks alles heeft eerwraak een plek behouden in de Turkse rechtspraak, wet 6284 ten spijt. Volgens artikel 29 van het Turkse wetboek van strafrecht kan – net als in Angelsaksische rechtssystemen – ‘uitlokking’ reden zijn voor strafvermindering. Mannen beroepen zich daarop als ze hun vrouw hebben mishandeld of erger, omdat ze zedelijk gezien over de schreef is gegaan. ‘Maar al te vaak’, zegt Basalan, ‘gaan rechters daarin mee.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant