Home

Kinderen zitten vast in de asielnoodopvang: ‘Het is hier ’s avonds heel gehorig. Soms heb ik nare dromen’

Het aantal kinderen in een asielnoodopvang is de afgelopen twee jaar bijna verdubbeld. Hoe ervaren zij de soms zeer slechte omstandigheden, en waarom lukt het niet om hen een geschikter onderdak te bieden?

is binnenlandverslaggever van de Volkskrant. Verslag vanuit Assen.

Ja, het is koud ’s nachts, maar dat is niet Benjamins grootste zorg. Onder een papierachtig wegwerpdekbed en een wollen dekentje slaapt hij dan maar met zijn jas aan. Wat hij echt vervelend vindt, is het geluid. Het galmt in de hal waar de 15-jarige jongen uit Iran sinds tien dagen woont. ‘Ik denk dat ik elke avond wel een uur wakker lig.’

In de noodopvang in Assen, een evenementenhal op het TT-terrein, verblijft Benjamin samen met zijn moeder, een andere vrouw en haar baby in een kamertje opgetrokken uit oranjebruine schotten – zonder plafond. Zo’n twaalf meter boven zijn bed zoemen enorme tl-buizen, die gisteren pas om half 11 ’s avonds uitgingen, zegt Benjamin. De mussen die door de hal vliegen, poepen soms op hun spullen.

Sinds de inrichting van de hal in 2021 wordt de tijdelijke opvang steeds met korte perioden verlengd. Voor die paar maanden zijn kamers met plafond, waaraan voor de brandveiligheid extra eisen worden gesteld, te duur, was steeds de redenatie. En dus zijn ze er nog steeds niet.

Die gang van zaken is exemplarisch voor de asielnoodopvang, waarin op dit moment zo’n 6.200 kinderen verblijven. Ongeveer 2.500 van hen zijn alleenstaand, de anderen verblijven er met hun ouders. Het tijdelijke karakter van de opvang en de onzekerheid over de duur maken dat kinderrechten er ‘met voeten worden getreden’, concludeerde het Kinderrechtencollectief vorige maand, een samenwerking van acht kinderrechtenorganisaties. Bijvoorbeeld doordat kinderen geen onderwijs krijgen, er geen goede toegang tot medische zorg is, de situatie onveilig voor hen is of hun ontwikkeling steeds door verhuizingen wordt onderbroken.

‘Al die schendingen van kinderrechten grijpen in elkaar’, zegt Marc Dullaert, voorzitter van het Kinderrechtencollectief en voormalig Kinderombudsman. ‘Bijvoorbeeld als een kind in een onveilige situatie zit en er ook nog eens geen medische post aanwezig is wanneer het misgaat. Of als je vier keer moet verhuizen in twee jaar tijd. Dat belemmert de ontwikkeling van het kind én de toegang tot onderwijs.’

Bovendien, zegt Dullaert, is de noodopvang een fysiek en mentaal ongezonde omgeving voor kinderen. Artsen die er werken, bevestigen dat. ‘Er is continu lawaai, overal zijn mensen, het toiletblok is ver weg’, zegt Petra de Jong, jeugdarts in asielzoekerscentra en voorzitter van AJN, de Nederlandse vereniging voor jeugdartsen. ‘Voor kinderen is dat een bedreigende situatie, waar ze dag en nacht in zitten. Als gevolg krijgen ze problemen met zindelijkheid, hoofdpijn, angstklachten of verliezen gewicht. Gewicht verliezen terwijl je in de groei bent, dat is niet oké.’

Trauma’s

Dergelijke symptomen liggen sowieso al op de loer bij kinderen met trauma’s, zegt De Jong. ‘Maar in de noodopvang nemen die problemen toe, dat laten we gebeuren. Zodra kinderen in een stabiele omgeving terechtkomen, verdwijnen de klachten meestal.’ Reguliere asielopvang biedt die tot zekere hoogte: gezinnen kunnen daar langdurig blijven, hebben een eigen kamer en wc, en mogen zelf koken.

Het is niet voor het eerst dat experts de noodklok luiden. De inspecties van Justitie en Veiligheid en Gezondheidszorg en Jeugd stuurden al in 2022 een brandbrief aan de toenmalige staatssecretaris van Justitie. Later dat jaar oordeelde het gerechtshof in Den Haag dat kinderen alleen in de noodopvang mogen verblijven als daar in hun behoeften wordt voorzien.

In reactie daarop werden maatregelen genomen om de doorstroom in de asielketen te bevorderen. Maar het aantal kinderen in de noodopvang is sindsdien niet afgenomen, maar juist ruim verdubbeld – en de omstandigheden zijn ook niet verbeterd.

‘Het probleem is dat politici constant blijven crisisdenken’, zegt universitair docent immigratierecht Mark Klaassen van de Universiteit Leiden. ‘Er wordt met de situatie omgegaan alsof die tijdelijk is, terwijl we weten dat het aantal asielzoekers dat naar Nederland komt op de lange termijn niet afneemt.’

Minder asielzoekerscentra

Sinds 2016, toen het aantal asielaanvragen in Nederland afnam, zijn er reguliere asielzoekerscentra gesloten. In 2021 nam het aantal asielzoekers voor het eerst weer toe, maar werden nauwelijks nieuwe azc’s geopend. Zo’n 40 procent van de mensen in de asielketen verblijft nu in een noodopvanglocatie.

Klaassen: ‘Een asielzoekerscentrum is hoe dan ook geen fijne plek voor een kind om te zijn. Maar op plekken die daarvoor zijn ingericht, kunnen de rechten van het kind in ieder geval worden gewaarborgd. Het landelijk bestuur laat deze onrechtmatige situatie voortbestaan.’

Eerder deze maand nam de Tweede Kamer een motie aan die het kabinet oproept uiterlijk op 1 december met een plan te komen om kinderen zo snel mogelijk op te vangen op locaties waar ‘voorzieningen als onderwijs, zorg en (buiten)speelmogelijkheden’ in orde zijn. Maar de haalbaarheid van dit voornemen is twijfelachtig.

Het COA zegt behoefte te hebben aan ‘voldoende stabiele opvanglocaties’, maar dat het niet lukt die te realiseren omdat het geen locaties aangeboden krijgt. ‘Zolang er geen structurele opvang bijkomt, zijn wij aangewezen op de noodopvang. Daarom is de spreidingswet zo belangrijk.’ Ook zegt de organisatie te investeren in de opvang in Assen sinds in juli duidelijk is geworden dat er nog tot eind volgend jaar mensen in de hal zullen worden opgevangen.

Alleenstaande minderjarigen

Van de 5.200 alleenstaande minderjarigen (amv), die wettelijk moeten worden opgevangen op een speciale, kleinschalige locatie met constante begeleiding, zit volgens het CAO ongeveer de helft in de noodopvang. Om de druk op de speciaal voor hen bedoelde opvang te verlichten, worden 17-jarigen soms als volwassene beschouwd.

Vorig jaar nam het aantal alleenstaande minderjarigen dat naar Nederland kwam met 38 procent toe. Betrokken instanties verwachten dit jaar weer een toename, hoewel tot dusver de instroom van deze groep vergelijkbaar is met die in 2022. Nidos, de organisatie die samen met het COA verantwoordelijk is voor de opvang van alleenstaande minderjarigen, voorziet een groeiend tekort aan passende opvangplekken. Voor alleenstaande minderjarigen met een verblijfsstatus zijn eind volgend jaar naar verwachting bijvoorbeeld zo’n 3.500 plekken nodig, nu zijn er 1.720.

Het tekort is zo nijpend dat minister Marjolein Faber (PVV) van Asiel en Migratie, die voornemens is om de komende jaren flink te bezuinigen op asielopvang, provincies en gemeenten recentelijk in een Kamerbrief met klem opriep ‘bestaande plekken voor deze kwetsbare groep te behouden en nieuwe plekken te realiseren’.

Gemeenten en het COA hebben echter moeite met het optuigen van specifieke amv-opvang, die minder mensen huisvest dan een regulier asielzoekerscentrum. De Spreidingswet, die de coalitie wil intrekken, kan uitkomst bieden: daarin is namelijk ook opgenomen hoeveel amv’ers elke gemeente moet huisvesten.

Benjamin houdt het in de noodopvang is Assen heus nog wel een paar weken vol, zegt hij. ‘Maar ik ben bang dat het langer gaat duren.’ De beoogde verblijfsduur van maximaal 20 dagen wordt geregeld overschreden: een derde van de kinderen hier verblijft er nu al langer.

De puber slijt zijn dagen op het volleybalveldje in de hal (‘Als we de bal mogen lenen, want er is er maar eentje’) en aan de tafelvoetbaltafel. Daarvan staan er vijf, waarvan vier kapot zijn en onder de plakkerige, ondefinieerbare bruine vlekken zitten – van cola of koffie misschien? Benjamin, lachend: ‘Eén keeper heeft geen benen meer, maar verder werkt het spel nog prima.’

Drie keer per week krijgt hij anderhalf uur taalles. Na een maand in Nederland gebruikt hij al regelmatig een Nederlands woord. ‘You call it ‘lessen’ right? I love ‘lessen’. I can’t wait to start school.’

Artemis (8) in de opvang in Schagen: ‘Het toilet is hier gelukkig veel schoner dan op de vorige locatie’

Priggeweg, Schagen

Opvang: een tijdelijk paviljoen in een weiland, met een houten vloer. Doet van binnen denken aan een enorme garage met kleine cabines erin.
Omvang: plek voor 300 mensen, waarvan op dit moment 28 kinderen.
Gemiddelde verblijfsduur: iets langer dan een jaar

Artemis is gevlucht uit Iran en verblijft inmiddels 2 jaar in Nederland, waarvan zes maanden op de locatie in Schagen:

‘Ik vind het hier een beetje leuk, vooral omdat er veel andere kinderen zijn. We spelen veel in de grote hal. Soms ook wel buiten, maar er is geen speeltuin, dus als het lekker weer is, kunnen we alleen voetballen. Er roken ook veel mensen op het terrein. Dat vind ik echt vies. Als ik veel rook zie, ren ik snel weer naar binnen.

‘Soms slaap ik goed, soms slaap ik minder goed. ’s Avonds is het hier heel gehorig. Dan hoor ik ‘Vroemmmm!’ van kinderen die met stepjes door de gang racen. En soms heb ik nare dromen.

‘Dit is de derde plek waar ik in Nederland verblijf. Verhuizen vind ik niet erg. Dan zeg ik ‘Doei, vrienden!’ en maak ik weer nieuwe. Op de vorige plek was het eten heel slecht. Hier maken we zelf heel lekker eten. De keuken is wel vies. Maar het toilet is hier gelukkig veel schoner dan op de vorige locatie. De badkamer delen we met ongeveer tien mensen. Zij hebben allemaal een sleutel, dus als ik douche ben ik soms bang dat er iemand binnenkomt. Dat is bij mij gelukkig nog nooit gebeurd, maar ik heb het weleens gezien bij anderen.’

Batool (12) in de opvang in Amsterdam: ‘Toen ik hier voor het eerst kwam, vond ik het eng dat er zo veel water was’

MS Galaxy, Amsterdam

Opvang: cruiseschip dat tot 2022 dienstdeed tussen Zweden en Finland.
Omvang: plek voor 1.500 mensen, onder wie op dit moment 88 kinderen.
Gemiddelde verblijfsduur: 1,5 jaar.

Batool is Syrische en verblijft nu een jaar in Nederland, waarvan tien maanden op deze locatie in Amsterdam:

‘Het is een mooie boot, vooral aan de binnenkant. Maar erop wonen is wel anders dan een weekje vakantie. Het zijn kleine kamers, en we hebben geen raam. Ik deel de kamer met mijn broer, net als thuis, maar het liefst zou ik nu wel een eigen kamer hebben.

‘Toen ik hier voor het eerst kwam, vond ik het eng dat er zoveel water was. Ik was bang om erin te vallen. Maar nu weet ik dat dat niet gebeurt, en ik leer zwemmen: ik heb elke zondag zwemles. Sowieso zijn er veel activiteiten op de boot. Gisteren gingen we borduren, dat vond ik heel leuk.

‘Het is jammer dat we hier niet zelf kunnen koken. Thuis kookte mijn moeder graag. Ze maken hier vaak hotdogs voor de kinderen, dat vind ik niet zo lekker. Maar dan eet ik gewoon van het buffet voor volwassenen, dat is meestal prima.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next