Componist en toetsenist Thomas Tol (BZN) is de vader van de Volendamse palingsound. Maandag 25 november viert hij het 35-jarig jubileum van zijn nummer Eleni met een concert met Jan Smit, Mell en een orkest in het Amsterdamse Concertgebouw.
schrijft voor de Volkskrant over popmuziek en human interest.
Iets spelen op de vleugel? Natuurlijk wil hij dat. Wel met een kleine disclaimer, want het is fris in de thuisstudio van Thomas Tol en de handen zijn nog niet opgewarmd. Dan laat Tol het hondsmoeilijke derde deel van Beethovens Mondscheinsonate zo van de koude vingers rollen en knoopt er à l’improviste nog een romantisch deinend stuk achter aan.
Bekend, maar geen Beethoven. Na een paar seconden hoofdbrekens schiet het je te binnen: Mon amour, de eerste hit van BZN. En voor je geestesoog opent zanger Jan Keizer zijn armen weer gul voor love interest Anny Schilder: ‘Cathérine, c’est toi!’ Bloemenmeisje Cathérine/Anny: ‘Oui, mon amour!’
Nee, die BZN-liedjes speelt hij niet zo vaak meer, hoor. Als hij wat vrije tijd heeft neemt Thomas Tol (74), voormalig toetsenist en voornaamste componist van de succesvolste band van Volendam, liever een klassiek stuk onder handen. Dat doet hij in de kelder van zijn huis – ook wel the dungeon, zoals hij zijn studio noemt, om die creatieve martelgang van een liedjesschrijver te benadrukken. Al zo’n 25 jaar is hij daar elke dag bezig. Is het niet om liedjes te schrijven voor Jan Smit, met wie hij al net zo lang samenwerkt, dan wel om het clublied van FC Volendam te updaten, of om een arrangement te maken voor de plaatselijke fanfare.
Met als recente titanenklus het arrangeren van de nummers voor een zestienkoppig orkest. Tol geeft op 25 november een eenmalig concert in Het Concertgebouw in Amsterdam. Want het nummer Eleni van Tol & Tol viert dit jaar zijn 35e verjaardag. Thomas schreef het samen met zijn in 2018 overleden broer en BZN-gitarist Cees na het uiteenvallen van BZN. De song was een kraker die zich ook ver over de landsgrenzen deed gelden. En dat terwijl Thomas destijds geen benul had van enige hitpotentie.
‘Totdat op een gegeven moment bij ons op de vliering een paar schilders aan het werk waren. Naast de wasdroger stond een synthesizerpiano en een cassetterecordertje waarmee ik muziek opnam. Toen Eleni voorbijkwam en die jongens het hoorden, zeiden ze: Thomas, dat wordt een knaller.’
Het werd een single. Eleni’s wiegende weemoed werd voor de videoclip in sepia tinten gevat en voor het dramatisch effect werd gretig gebruik gemaakt van slowmotionbeelden van de val van de Berlijnse Muur.
Een paar dagen na de release van de single werd Tol om kwart over 5 ’s ochtends uit bed gebeld door manager Jaap Buijs, die opgewonden meldde dat Veronica-discjockey Rob Out het nummer de hele avond op de radio had gedraaid.
Tol: ‘Nou, dan wist je het wel.’
Het resoneerde. Eleni werd nummer 3 en bleef acht weken in de Top 40 staan. Indrukwekkender: het nummer veroverde 35 jaar geleden ook de hitlijsten van Engeland, Duitsland en Zuid-Afrika.
Zo’n jubileum moet gevierd. Dus komt zangeres Corina, het nichtje van Tol, destijds uit de plaatselijke boetiek geplukt om het nummer in te zingen, langs voor de liveversie. Een groot deel van het concert bestaat uit liedjes van Tol & Tol, een aantal nummers van BZN, ‘waarvan ik vind dat de mensen best mogen weten dat ik ze geschreven heb’ en een gastoptreden van Jan Smit en zangeres Mell.
‘Het wordt meer een traditioneel concert dan een gezellige zing-maar-mee-popavond. Het moet wel iets gewijds hebben.’ De componist van de succesvolste vertegenwoordiger van de palingsound beseft dat hij zich straks op klassiek territorium begeeft. Een ‘heilig podium’, ‘het Walhalla waar alle groten der aarde hebben gestaan’, nota bene met zijn eigen persoontje centraal achter de vleugel.
Terwijl hij juist de luwte koestert.
Je kunt het zien in In huize Tol, waar succes bescheiden is ingebed in knusse huiselijkheid. De gouden plaat voor Mon amour hangt in de hal. Al het edelmetaal van Jan Smit heeft een plekje gekregen in de dungeon. Terwijl het fotorealistische computergeschilderde portret van de kleinkinderen en kinderen – presentator Kees Tol uiterst rechts – een prominente plek inneemt in de huiskamer.
Boven de koffie aan de Volendamse dijk geeft hij toe dat hij meer dan eens heeft gedacht: ‘Wat doe je jezelf aan? Ik ben een teamspeler. En er zijn een aantal momenten in het concert waarop ik soleer achter de piano. Ik ben daar geen held in. Ik word er zenuwachtig van.’
Hij speelde een keer America uit West Side Story op de piano, voor tweeduizend man in De Doelen in Rotterdam. En hij wist het even niet meer.
‘Ik ben gewoon gestopt en zei: sorry mensen, ik ben het even kwijt. Meteen applaus natuurlijk, want het publiek vindt het het allerleukst als je je kwetsbaarheden toont.’
Hij heeft trouwens ergens gelezen dat Edvard Grieg, zo’n grote componist als die was, ook zo zijn podiumangsten had. ‘Als hij piano moest spelen tijdens een concert, moest hij altijd eerst overgeven.’
En eigenlijk zou al die nervositeit niet hoeven, want wist de interviewer dat hij al eerder in Het Concertgebouw heeft gestaan? ‘In het tweede jaar van het conservatorium in 1974 deed ik als student mee aan een groepsuitvoering. Ik zei toen al: zet me maar ergens achter op het podium.’
Het was in de periode dat het oude rock-’n-roll-BZN, nog zonder Anny Schilder, aan het sappelen was, twee jaar voor Mon amour. Als BZN in 1976 niet was gelanceerd, tja, dan had Thomas Tol doorgestudeerd en misschien wel een carrière als concertpianist gehad. Maar hij haakte af. Klassieke ambities werden geofferd voor het commerciële succes. Waarbij een knagend gevoel overbleef, en die onbeantwoorde vraag: wat als?
‘Ik heb het nooit helemaal achter me kunnen laten. Maar ja, toen Mon amour op 1 kwam, moest ik wel. We waren allemaal arm.’
Dat waren de magere jaren van het oude BZN, waarin voor sommige bandleden garnalen pellen lucratiever bleek dan muziek maken. ‘Ik zat op een school om met muziek mijn brood te verdienen en met het plotselinge succes kon ik precies dat doen.’
Hij had het er laatst nog over met de violisten die bij het concert zullen spelen. ‘En die zeggen, waar zit je over in? Stop met dat gezeur over het conservatorium. Je bent nu 74. Kijk eens naar wat je allemaal wél hebt bereikt.’
Een kleine greep. Meer dan vijf miljoen platen zijn er wereldwijd van BZN verkocht. Als enige Nederlandse band hebben ze dertig jaar onafgebroken in de albumlijsten gestaan. De band had 55 Top 40-hits en was goed voor 88 gouden en platina platen. Dan is er nog die lange rij hits die hij heeft geschreven voor Jan Smit en, o ja, in 2018 ontving hij de Buma Lifetime Achievement Award.
Natuurlijk is hij daar trots op.
‘Maar weet je wat het is? Met BZN traden we zo’n 120 keer per jaar op. Da’s veel. En er moest ook nog elk jaar een plaat uitkomen. Dan wordt het routine en routine is niet altijd leuk. Niet alle liedjes worden dan even goed. Ik moet de tijd hebben om er iets moois uit te laten rollen.’
Hij geeft toe dat hij met Tol & Tol meer liedjes heeft kunnen maken die hem nader aan het hart liggen. Maar toch, die oude liefde. Heeft hij op latere leeftijd, met al zijn schaapjes op het droge, nooit de aanvechting gehad om die studie weer...
‘Jaaa, drie jaar geleden heb ik het Conservatorium van Amsterdam gebeld om te informeren naar de opleiding van dirigent. Nee, niet die van pianist. Ik wilde switchen, want eigenlijk had ik liever dirigent willen worden. Ik heb mijn cv opgestuurd in een mail als open sollicitatie naar een plekje in de klas. Krijg ik een paar dagen later een belletje van gerenommeerd dirigent en conservatoriumdocent Ed Spanjaard – die zat trouwens toen tegelijk met mij op het conservatorium. En hij zei: ik heb nog nooit meegemaakt dat iemand van jouw leeftijd dit wilde doen. Maar de klas zat al vol. Anders was hij dat avontuur met mij wel aangegaan’
En dan nog iets, zegt Tol. ‘Op mijn leeftijd wordt onthouden een dingetje. En dan wordt er ook nog eens les gegeven in het Italiaans, Spaans, Portugees, Engels en Duits. Engels, dat gaat nog wel, maar de rest...’
Nee, nee, hij gaat niet dirigeren op het concert. Heeft hij overigens wel gedaan, niet zo lang geleden. Het kinderkoor van Volendam had voor de laatste kerst een liedje van Jan Smit, van zijn hand, uitgevoerd hier in de kerk. ‘Ik kan niet in woorden uitdrukken wat voor kick dat gaf.’
Zonder met een stokje te zwaaien kan hij zijn hang naar gecomponeerde en breed gearrangeerde muziek ook kwijt in Het Concertgebouw. Hij heeft al een beetje kunnen opwarmen in 2019 met soortgelijke concerten in Volendam en Hoorn. Niettemin, zo’n concert in Het Concertgebouw, voelt dat niet als de ultieme erkenning?
‘Een beetje wel, ja. Maar dan voor mijn werk. Niet zozeer voor mijn persoon. Ik hoef nog steeds niet zo nodig in het middelpunt van de belangstelling te staan.’
Dat gebeurt ook zelden. Hij mag dan een Volendamse vedette zijn, de man wiens liedjes vanaf 1976 vaste gasten zijn in de hitlijsten wordt slechts sporadisch op straat herkend.
‘Laatst hier op de kermis werd Jan Smit uitgenodigd om een paar liedjes te zingen in een of ander café. En Jan, die is gemakkelijk als een pet van een kwartje, die doet dat gewoon. Dan sta ik een beetje aan de zijkant en zie ik al die jonge kinderen – allemaal twintigers, maar zo noem ik ze dan maar – die liedjes volop meezingen. Liedjes die zijn gemaakt voordat ze waren geboren. Daar kan ik zo van genieten. Ze weten niet wie ik ben, maar ik weet wel dat ik ze geschreven heb. Kijk, dát vind ik wel wat.’
Ter ere van het 35-jarig bestaan van het nummer Eleni geven Thomas Tol, Jan Smit en Mell met een zestienkoppig orkest op 25/11 een jubileumconcert in Het Concertgebouw in Amsterdam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant