Home

Dan maar een slechte deal: hoe Bakoe schoorvoetend tot een akkoord kwam

Ver in de blessuretijd en met dikke wallen onder de ogen van de onderhandelaars kwamen de landen op de klimaattop dit weekeinde schoorvoetend tot een akkoord. Een reconstructie van de chaotische laatste dagen in Bakoe.

is economieredacteur. Hij schrijft over de energietransitie.

Een klimaattop is net als een bevalling, zegt Marina Silva. ‘Als wij ouders, en zeker wij moeders, alleen de pijn zouden zien, zouden we waarschijnlijk niet zo liefdevol naar het kind kijken. Maar op dit moment wachten we nog op het moment dat het kind geboren wordt.’

Het is zaterdagavond 10 uur. De Braziliaanse minister van klimaat en milieu heeft een persconferentie belegd, in de hoop de dreigende mislukking van de klimaattop in Bakoe af te wenden.

Silva’s stem doet ertoe. Brazilië is de voorzitter van de top van volgend jaar. Bij de monding van de Amazone moeten alle landen van de wereld nieuwe nationale klimaatplannen presenteren op de COP30. De linkse regering van president Lula werkt al meer dan een jaar met man en macht om te zorgen dat die plannen optellen tot een serieuze afname van CO2-uitstoot. ‘Maar daarvoor moet Bakoe wel een akkoord opleveren.’

Geldkwestie

Geld is namelijk het belangrijkste onderwerp waarover de vertegenwoordigers van 197 landen in Bakoe onderhandelen. Er moet een nieuw doelbedrag komen voor de 23 landen die, volgens het klimaatakkoord van 1992, moeten bijdragen aan de kosten die ontwikkelende landen maken door klimaatverandering.

Die onderhandelingen lijken vast te lopen. ‘Als we volgend jaar ambitieuze doelen willen stellen, hebben we hier een uitkomst nodig’, waarschuwt Silva.

Het is niet alleen Silva’s positie die haar oproep gewicht geeft in de klimaatwereld. De tengere politicus en oud-activist met haar grote grijze knot heeft de gave van het woord. In een klaterende Portugese stroom rijgt zij de ene rake zin aan de ander. Achter in de zaal snakt de tolk regelmatig naar adem.

Zaterdagmiddag: chaos

Het akkoord over financiering kwam vanaf zaterdagmiddag 3 uur aan een zijden draadje te hangen. Ver in de blessuretijd – de top had eigenlijk vrijdag afgerond moeten worden – verlaten delegaties van kleine eilandstaten en minst ontwikkelde landen vrijwel direct de onderhandelingstafel.

Zij voelen zich geschoffeerd omdat er ineens een tekst op tafel ligt die in hun ogen veel te weinig rekening houdt met hun positie. Terwijl zij de landen zijn waar bewoners hun huizen in de oceaan zien verdwijnen door zeespiegelstijging. Waar kwetsbare vrouwen en kinderen vastzitten in vluchtelingenkampen vanwege mislukte oogsten door klimaatgerelateerde stormen en kurkdroge hittegolven.

Het zal uren duren om de ontstane chaos te herstellen, voorspellen ervaren diplomaten buiten de zaal. Die tijd is er niet meer. Veel delegaties moeten in de loop van de avond of de volgende dag vertrekken.

Schuld

Het zwartepieten is in de wandelgangen al volop op gang gekomen. De meeste schuld van de dreigende mislukking wordt toegedicht aan het Azerbeidzjaanse voorzitterschap.

Van tevoren klonk in veel westerse media kritiek op het feit dat de conferentie is georganiseerd in Azerbeidzjan, een autocratisch geregeerd land dat leeft van oliewinning. In de eerste dagen heeft president Ilham Aliyev het er niet beter op gemaakt door fossiele brandstoffen ‘een geschenk van god’ te noemen.

Maar voor de onderhandelaars is het problematischer dat de Azerbeidzjanen de technische kanten van het voorzitterschap slecht onder controle hebben. Het voorzittersteam telt amper leden die veel ervaring hebben met klimaattoppen. Ze overzien het ingewikkelde, bijna anarchistische onderhandelingsproces tussen zoveel landen niet. Daar komen ongelukken van, zoals eilandstaten die zich overvallen voelen door een tekst.

Laat openingsbod

Ook andere landen speelden een rol in de chaos. Zo zijn ontwikkelingslanden unaniem verbolgen over het extreem late moment waarop de donerende landen een bedrag op tafel legden dat zij aan klimaatfinanciering willen bijdragen.

Pas vrijdagochtend kwam het openingsbod: 250 miljard dollar vanaf 2035. Een dag later werd dat opgehoogd naar 300 miljard. Dat is drie keer zoveel als het oude doel, maar nog geen kwart van de 1.300 miljard die de ontwikkelingslanden vragen.

Het is ook aanzienlijk minder dan de experts van een VN-panel hebben berekend. Zij zeggen dat de bijdrage van rijke landen 300 miljard dollar moet zijn voor 2030 en 390 miljard in 2035. Door het zeer late tijdstip hebben ontvangende landen bovendien amper tijd om alle details van het voorstel te doorgronden.

Saoedi-Arabië

De andere naam die valt als schuldige voor de chaos is Saoedi-Arabië. De oliestaat blijft zichzelf met veel theater als ontwikkelingsland portretteren, terwijl de Saoedi’s miljarden verdienen aan olie en per hoofd van de bevolking ongeveer drie keer zoveel CO2 uitstoten als een gemiddeld Europees land.

De Europese landen ergeren zich dood aan de Saoedi’s, die elke onderhandelingstafel op de COP lijken te gebruiken om zand in de motor te strooien.

De Panamese onderhandelaar Juan Carlos Gomez, die met zijn markante hoedje en weinig diplomatieke oneliners aan media-aandacht niets tekort komt, heeft een kernachtige samenvatting paraat: ‘A lot of people fucked up!’

Andere politieke wind

Terwijl in de wandelgangen wordt gesomberd en gewezen proberen de delegaties er toch nog uit te komen. In die gesprekken groeit bij ontwikkelingslanden blijkbaar het besef dat een slechte deal misschien toch beter is dan geen deal.

Zij kennen de situatie in het kamp van de donerende landen. Daar zal de grootste economie en vervuiler binnenkort opnieuw de president inaugureren die eerder het Akkoord van Parijs opzegde: Donald Trump schroefde tijdens zijn vorige ambtstermijn de Amerikaanse bijdrage aan klimaatfinanciering terug.

Dus zal het geld vooral van de resterende 22 landen moeten komen. Maar ook daar waait een andere wind. In veel Europese lidstaten wint de klimaatsceptische achterban snel aan kracht.

Lichtpuntjes

Daarom oordeelden veel ontwikkelingslanden: liever nu een teleurstellend akkoord, dan weglopen in de wetenschap dat het de komende jaren nóg moeilijker wordt.

Bovendien ziet een deel van hen ook lichtpuntjes in de tekst. Om te beginnen dat die wel degelijk erkent dat de landen jaarlijks 1.300 miljard dollar nodig hebben uit ‘het mondiale Noorden’. De armste landen en eilandstaten zien bovendien dat het akkoord hun voordelen belooft, zoals makkelijker toegang tot een groter deel van het klimaatgeld.

Ook staan er passages in over andere maatregelen die hun financiële positie kunnen verbeteren. Zoals het saneren van hun schulden of nieuwe heffingen op CO2-uitstoot in bijvoorbeeld de scheepvaart, waarvan de opbrengst gebruikt kan worden om klimaatkosten te dekken.

Lauw applausje

Dus loopt tegen middernacht de immense plenaire vergaderzaal vol met ministers en onderhandelaars, niet zelden met dikke wallen onder de ogen. In groepjes verspreid over de zaal praten ze over laatste aanpassingen en hun interpretatie van de tekst. Voor iedereen lijkt duidelijk dat het zo dan maar moet.

Als dat anderhalf uur later daadwerkelijk wordt bevestigd met een hamerslag van voorzitter Mukhtar Babayev, klinkt er zelfs een lauw applausje.

Maar zelfs dan is de bizarre achtbaan naar deze deal nog niet ten einde. India vraagt het woord. De afgevaardigde is furieus. Het voorzitterschap had haar verzoek genegeerd om haar bezwaar kenbaar te maken voor het afhameren van het akkoord. Ze noemt het hele akkoord vervolgens ‘optische illusie’ en zegt dat de tekst onacceptabel is.

‘Dit is een grap’

Vervolgens voegen vertegenwoordigers van Nigeria – ‘dit is een grap’ – en Bolivia zich bij de opmerkingen van India. Al deze sprekers krijgen een daverend applaus, vooral van de honderden ngo-vertegenwoordigers in de zaal die de deal veel te slap vinden.

Maar voorzitter Babayev vertrekt geen spier en bedankt de gedelegeerden voor hun verklaring, die in de annalen opgenomen wordt. Voor de zaal moet duidelijk zijn: de tekst blijft staan zoals hij is.

Pas vier uur later volgen de reacties van de landen naar wie de afgelopen dagen zoveel aandacht uitging: de minst ontwikkelde landen en de kleine eilandstaten. De vertegenwoordiger van Samoa voert daar namens die laatste groep het woord. Hij stelt kalm vast dat de eilanden bezorgd zijn over de gebrekkige wil om de kwetsbaarste landen bij te staan. Maar hij zegt te hopen dat het akkoord de toegang tot financiering voor eilandstaten zal vergroten.

Op de borst kloppen

EU-klimaatcommissaris Wopke Hoekstra heeft dan allang met een ernstig gezicht zijn reactie op de deal gegeven. Die is volgens hem ‘ambitieus’. Hij is vooral blij dat het toch gelukt is ‘in eenheid’ een akkoord te sluiten in ‘waarlijk ingewikkelde geopolitieke tijden’.

Voorzitter Babayev neemt de gelegenheid te baat om zichzelf en zijn president als trotse vaders van het akkoord op de borst te kloppen: ‘Mensen zeiden dat wij dit niet voor elkaar zouden krijgen, wij hebben hun ongelijk bewezen.’

Intussen blijkt uit de reactie van het volgende gastland van de klimaattop dat zij vooral nog moet bijkomen van de bevalling: ‘Het hele proces was pijnlijk.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next