Home

Nederland is geen voorvechter, maar ondermijner van de mensenrechten

Het Internationaal Strafhof vaardigde donderdag een arrestatiebevel uit tegen Israëlische leiders wegens oorlogsmisdaden. Juist nu zou de Nederlandse staat navolging moeten geven aan het vonnis van het Hof in Den Haag, dat een exportverbod legde op levering van F-35-onderdelen aan Israël.

Nederland staat bekend als ‘voorvechter van de mensenrechten’. Maar na de pogingen om het vonnis van het Hof te omzeilen door actief naar andere leveringsmogelijkheden te zoeken, is deze reputatie op zijn zachtst gezegd geschaad. Nu de situatie in Israël en Palestina alleen maar verder escaleert, terwijl het Internationaal Gerechtshof (ICJ) al in januari oordeelde dat er sprake is van een mogelijke genocide, rijst de vraag welke belangen de staat überhaupt inzet om levering van onderdelen voor F-35 straaljagers aan Israël te rechtvaardigen.

Na het vonnis van het Hof, ging de staat direct in cassatie. Volgens voormalig minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Geoffrey van Leeuwen was de staat ‘teleurgesteld’, het ‘volstrekt en principieel oneens’ met het vonnis; hij noemde de export van F-35 onderdelen naar Israël ‘niet onrechtmatig’.

Over de auteur
Cansu Koça is junior docent Amsterdam Law Firm en Privaatrecht aan de Rechtenfaculteit van de Universiteit van Amsterdam. Dit stuk is op persoonlijke titel geschreven. In de maand november is zij gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier meer over ons beleid.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Genocide

Maar het signaal van ICJ zou Nederland er juist toe moeten bewegen zich in te spannen om niet op enige mate deel te nemen aan genocide, maar die juist te voorkomen. De inspanningsverplichting om genocide te voorkomen is immers verankerd in artikel 1 van het Genocideverdrag. Ook de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV), het adviescollege voor regering en parlement op het gebied van buitenlands beleid, wees op ‘dubbele standaarden bij het aandringen op de naleving van internationaal recht’ en een ‘groeiend risico van politieke en juridische ‘medeplichtigheid’ voor Nederland.

Nu de situatie alleen maar verergert en er zelfs arrestatiebevelen voor misdaden op tafel liggen tegen de Israëlische premier Netanyahu, voormalig minister van Defensie Gallant en Hamas-leider Masri, is het misschien goed eens in te zoomen op de belangen die de Nederlandse staat kennelijk zwaarder laat wegen dan de mensenrechten: het exportverbod zou de veiligheid van Israël in gevaar brengen, het voortbestaan van het distributiecentrum in Woensdrecht bedreigen en de relatie met de Verenigde Staten en Israël schaden.

Maar klopt dit ook echt? Wat betreft de veiligheid van Israël, stelde het Hof dat er geen sprake is van oorlog en dat de staat in een dergelijk scenario alsnog een nieuwe exportvergunning kan verlenen. Het recht op zelfverdediging is uiteraard een belang dat wordt erkend door het humanitair oorlogsrecht, maar dat recht is niet onbegrensd. ‘Een evenwicht (...) tussen humaniteit en militaire noodzaak’, zoals dat mooi is geformuleerd op de website van het ministerie van Defensie, ‘is al ingebakken in iedere regel en beginsel van het humanitair oorlogsrecht’.

Proportioneel

Waarom voert de staat het dan niet uit in de praktijk? Is het doden van journalisten, kinderen, zwangere vrouwen, en medisch personeel een militaire noodzaak? En zijn de extreme aantallen waarmee dit gebeurt proportioneel? Dat maakt dat Israël juist een onbetrouwbare partner is binnen het F-35-programma, aangezien de militaire goederen structureel op onjuiste wijze worden ingezet.

Daarnaast is het voortbestaan van het distributiecentrum in Woensdrecht niet direct in gevaar, zo liet defensieminister Ruben Brekelmans onlangs zelf in een plenaire Kamervergadering weten: ‘Woensdrecht functioneert zowel als locatie voor onderhoud als regionale hub voor reserveonderdelen. Op het moment dat we de cassatie zouden verliezen, is de impact mogelijk te overzien, zoals dat nu ook het geval is.’

Wat betreft het belang van de staat om goede relaties met de Verenigde Staten en Israël te behouden: dergelijke overwegingen zijn bezwaarlijk, wanneer die het mensenrechtenbeleid inkleuren. Dat het mensenrechtenbeleid in eerste instantie vanuit een geopolitieke lens wordt bekeken, ondermijnt de eerbiediging van de mensenrechten. De AIV verwees in zijn rapport dan ook naar China als passend voorbeeld van een land dat deze benadering toepast.

Nederland kan dus niet dezelfde gekleurde benadering hanteren als China en nog steeds verwachten als voorvechter van de mensenrechten te worden gezien. In zijn meest recente rapport heeft de AIV de staat bovendien geadviseerd ‘een eigenstandiger’ beleid te voeren, en zich niet weer als ‘steunpilaar voor Amerikaanse initiatieven’ op te stellen.

Tot slot is het opmerkelijk dat de staat het recht op leven (verankerd in meerdere verdragen) minimaliseert in zijn belangenafweging. Zoals de advocaten van de wederpartij hebben betoogd, stelt het VN-Mensenrechtencomité dat ‘staten die betrokken zijn bij de inzet, het gebruik, de verkoop of de aankoop van bestaande wapens (...) altijd rekening dienen te houden met hun impact op het recht op leven’, op grond van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten.

Voorvechter mensenrechten

Het passeren of minimaliseren van het recht op leven strookt niet met de rol van een voorvechter van de mensenrechten. Zeker niet, gelet op het feit van algemene bekendheid dat het recht op leven op structurele wijze in grote aantallen is geschonden, waarbij al 11.500 kinderen zijn gedood.

De aangevoerde belangen doen, kortom, de geloofwaardigheid teniet. Dat maakt in ieder geval duidelijk dat de staat geen voorvechter te noemen is. Selectieve eerbiediging van de mensenrechten is immers ondermijnend voor het systeem in zijn algemeenheid.

Wat de Nederlandse staat nu nog rest: zichzelf verwaarlozer en ondermijner van de mensenrechten noemen.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next