Home

De succesformule van uitzendbaas Frank van Gool: altijd vooraan, luidruchtig, machtig en braaf

Frank van Gool (1965) reed in zijn Mercedes C-klasse voor het eerst naar Polen in 1999. Vliegverbindingen had het land, nog geen lid van de EU, maar weinig. Aan de grens stond Van Gool daarom lang te wachten. Hij was op zoek naar een kantoorpand voor zijn net geopende uitzendbureau OTTO Work Force.

Nadat hij dat gevonden had, plaatste hij een ‘zoekertje’ in een lokale krant. De volgende dag stond er voor het kantoor een rij van honderd mannen en vrouwen van alle leeftijden die in Nederland wilden werken. Sommigen waren in Polen zelfs al pensioengerechtigd.

Inmiddels telt Nederland zo’n miljoen arbeidsmigranten. Wie wil begrijpen hoe arbeidsmigratie hier zo groot werd, moet naar Frank van Gool kijken. Hij is de belichaming van arbeidsmigratie in Nederland: als een van de eersten bracht hij op grote schaal Polen naar de Nederlandse arbeidsmarkt. Zijn uitzendbureau OTTO Work Force is veruit het grootste voor arbeidsmigranten in Europa. Het heeft in totaal ruim vijftig kantoren op het hele continent, onder meer in Polen, Duitsland, Bulgarije en Oekraïne. Van Gool werd multimiljonair. In de Quote500 van allerrijkste Nederlanders staat hij op plek 234 (met een geschat vermogen van 265 miljoen euro).

OTTO Work Force is de grootste uitlener van arbeidsmigranten voor bedrijven in de logistieke sector, zoals Albert Heijn, Jumbo en DHL. In heel Europa heeft het bedrijf zo’n 27.000 medewerkers. In Nederland werkten sinds de oprichting „honderdduizenden” arbeidsmigranten voor OTTO. „Frank van Gool zit met zijn bedrijven in alle blue collar-haarvaten van de Nederlandse economie”, aldus Wim Davidse, hoofdredacteur van FlexNieuws, vakblad voor de uitzendbranche.

Talkshows

De beursgenoteerde Japanse uitzendgroep OSI nam in 2018 een meerderheidsbelang in OTTO Work Force voor ruim 66 miljoen euro. Begin 2022 verkocht Van Gool ook de rest van zijn aandelen aan OSI, dat nu volledig eigenaar is. Op basis van die transactie zou het gehele bedrijf een waarde hebben van 700 miljoen euro, aldus Quote. Van Gool bleef samen met zijn voormalige geliefde Karolina Swoboda na de overname ceo van OTTO. Tegenwoordig is het bedrijf indirect in handen van private-equityinvesteerders; het Amerikaanse Bain Capital nam deze zomer een belang in OSI.

Van Gool valt ook op omdat hij als een van de weinigen in zijn branche regelmatig naar buiten treedt. Hij verschijnt in talkshows om het op te nemen voor arbeidsmigranten. Hij schrijft een column over arbeidsmigratie in het vakblad voor de flexbranche. In Quote laat hij zich interviewen over zijn privéjet.

Van de duizenden uitzendbureaus in Nederland wordt OTTO Work Force vaak genoemd als het meest professionele als het gaat om arbeidsmigranten. Het uitzendbureau dat bij uitzondering, zeggen ze dan, wél om zijn mensen geeft. Als je Van Gool zelf vraagt naar een verklaring voor zijn succes, zegt hij: „Respect voor mensen staat bij ons bovenaan.”

NRC sprak voor dit artikel met betrokkenen uitde uitzendbranche, politiek en ambtenarij, vakbonden, maatschappelijke organisaties, Frank van Gool zelf en met werknemers van OTTO Work Force .

Wat is de succesformule van Frank van Gool? En wat is de schaduwzijde van dat succes? Een profiel in vier karakteristieken.

1De voorste

Frank van Gool ziet haarfijn in welke maatschappelijke problemen eraan komen en speelt daar slim op in, met een hoge omzet tot gevolg. Arbeidstekorten, de wooncrisis, vergrijzing – Van Gool is er als de kippen bij en ziet overal kansen voor zijn onderneming.

Van Gool wist eind jaren 90 als een van de eersten dat je voor beschikbare arbeidskrachten in het zuiden van Polen moest zijn. Daar woonden veel Polen met een Duits paspoort, een erfenis uit de tijd dat dit deel van Polen nog Duits was. Volgens de regels van de Europese Unie konden zij legaal in Nederland werken, ook al was Polen zelf nog geen lidstaat.

Het idee om naar het zuiden van Polen te gaan werd Van Gool ingefluisterd door de destijds 19-jarige Karolina Swoboda. Zij was een van de eerste Polen die met een Duits paspoort in Nederland kwamen werken. Bij het verpakkingsbedrijf van Van Gool, een van zijn eerste ondernemingen, pakte ze tomaten in. Swoboda vertelde Van Gool precies waar hij moest zijn en met wie hij moest praten, bijvoorbeeld om een kantoorpand te huren. Op een gegeven moment ging ze geregeld met hem mee op zijn maandelijkse reizen naar Polen. Tijdens zo’n lange autorit sloeg de vonk over. Ze trouwden in 2006 en zijn inmiddels gescheiden.

Nederland had rond de eeuwwisseling ook al te maken met tekorten op de arbeidsmarkt, vooral in laagbetaalde sectoren als de tuinbouw en logistiek. „Het aanbod aan binnenlandse werknemers droogde op doordat het opleidingsniveau van Nederlanders steeds hoger werd”, zegt Leo Lucassen, hoogleraar migratiegeschiedenis aan de Universiteit Leiden. „Uitzendbureaus, zoals OTTO Work Force , sprongen in dat gat.”

En nu, tijdens de woningcrisis, is Van Gool er weer als een van de eersten bij als het gaat om de bouw van tijdelijke huisvesting voor arbeidsmigranten. Samen met Swoboda, die ook na hun scheiding bij OTTO Work Force bleef werken, richtte hij in 2018 KaFra Housing op. KaFra is een samenvoeging van de namen Karolina en Frank. Het bedrijf ontwikkelde tot nu toe twintig locaties waar samen zo’n 5.000 arbeidsmigranten kunnen wonen.

Van Gool houdt zich intussen ook bezig met een andere crisis die Nederland te wachten staat: de vergrijzing. In 2040 is naar verwachting een kwart van de Nederlandse bevolking 65 jaar of ouder. Daar zijn handen ‘aan het bed’ voor nodig, en die zijn er niet. Zonder politiek ingrijpen zou in 2050 één op de drie werkenden een baan in de zorg moeten hebben om de groeiende groep ouderen te kunnen helpen.

Vorig jaar richtte Van Gool OTTO Health Care op, dat verpleegkundigen rekruteert in de Filippijnen en Indonesië. Hij werkt er samen met universiteiten en ziekenhuizen; verpleegkundigen kunnen ter plaatse Nederlandse taallessen volgen en leren hoe het zorgsysteem in Nederland en de methoden van zorgverlening in elkaar zitten. Het idee is dat ze twee jaar worden opgeleid en daarna vijf jaar in Nederland komen werken. Om het verwijt van braindrain te pareren, zegt Van Gool dat ze na die periode met relevante kennis terugkeren naar hun eigen land om daar ter plaatse bij te dragen aan de welvaartsgroei.

Sinds kort wil Van Gool ook asielzoekers en statushouders aan werk en huisvesting helpen. OTTO Work Force regelt werk bij bijvoorbeeld een distributiecentrum, KaFra Housing bouwt flexwoningen om naar door te stromen vanuit het asielzoekerscentrum. Oók een slimme zet, zegt EU-arbeidsmigratiedeskundige Malgorzata Bos-Karczewska. Duidelijk is immers dat de tekorten op de arbeidsmarkt structureel zijn, én dat vanuit de politiek de wens om arbeidsmigratie in te perken sterker wordt. Van vluchtelingen is bekend dat een ruime meerderheid lange tijd in Nederland zal blijven.

2De luidruchtigste

Van Gool heeft als grootste uitzendbaas voor arbeidsmigranten van Europa een reputatie hoog te houden. Daar werkt hij hard aan. Zo zou elke journalist in Nederland zijn 06-nummer hebben. Journalisten die een vraag hebben over OTTO Work Force krijgen al snel Van Gool zelf aan de lijn. Wie langs wil komen, krijgt een uitnodiging van hem en wordt in de watten gelegd. Bij bezoek aan het hoofdkantoor van OTTO in Venray biedt de persoonlijk assistent van Van Gool de verslaggever nog „een flesje water voor onderweg naar huis” aan.

Van Gool zoekt vaak talkshows of kranten op als zich misstanden rondom arbeidsmigranten voordoen. Hij zet zich dan af tegen uitzendbureaus die zich schuldig maken aan uitbuiting van arbeidsmigranten, en blijft daarbij hameren op een menselijke behandeling.

Van Gool wil iedereen te woord staan, en herhaalt – hoe vaak dat ook nodig is – zijn boodschap. Die luidt: arbeidsmigranten zijn nodig in Nederland, en je moet ze goed behandelen. ‘We take care of our people’ is het motto dat mensen moeten onthouden als het gaat om OTTO Work Force. Daar staan hij en alle andere medewerkers met ‘OTTO-DNA’ voor.

Van Gool is „altijd een van de weinigen geweest die in de media over zijn business wilde praten”, zegt SP-Kamerlid Bart van Kent. „Hij is trots op wat hij heeft bereikt. Dat hij als voormalig groenteman in de Quote 500 is gekomen. Het maakt niet uit wie hem uitnodigt, hij schuift altijd aan bij grote talkshows op tv. Hij wil z’n merk beschermen.”

Bij OTTO Work Force heten arbeidsmigranten al jaren ‘internationale medewerkers’. Die benaming „klinkt aardiger” zegt co-ceo Karolina Swoboda. Aan het woord arbeidsmigrant kleven tegenwoordig nogal wat negatieve connotaties. Swoboda en HR-directeur Justyna Kooijmans spreken van het ‘OTTO-DNA’ als het gaat om hun werknemers. Dat zijn „toppertjes” en „pareltjes” die hard willen werken en anderen behandelen zoals ze zelf in een ander land behandeld zouden willen worden.

Tijdens de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen was migratie een van de grootste thema’s. Een meerderheid van de partijen wil arbeidsmigratie inperken. Burgers klagen over overlast van arbeidsmigranten, vaak gebrekkig gehuisvest, met veel mensen op weinig vierkante meters. Daarbij is het aantal arbeidsmigranten dat dakloos raakt, fors toegenomen. Drie op de vijf mensen die op straat slapen is arbeidsmigrant, zo bleek dit voorjaar uit een rondvraag van het Leger des Heils. Arbeidsmigratie en daaraan gekoppelde gezinsmigratie zijn bovendien de grootste aanjagers van bevolkingsgroei. En die moet volgens deskundigen juist ingeperkt worden om sociale voorzieningen betaalbaar te houden.

Van Gool geldt als groot voorvechter van arbeidsmigranten in Nederland. Dat bleek onder meer toen PVV-leider Geert Wilders in 2012 een meldpunt oprichtte waar burgers klachten kwijt konden over Poolse, Roemeense en Bulgaarse arbeidsmigranten. Van Gool bestempelde het zogeheten ‘Polenmeldpunt’ publiekelijk als discriminatie en voerde acties. Op een foto uit die tijd is hij te zien in een wit T-shirt met daarop de tekst „Nederland loves Poland”.

Van Gool heeft een „goede marketing”, vindt Nico van Batenburg, oprichter van uitzendbureau Ada Shipyard Services. „Net als Randstad is OTTO een sociaal geaccepteerd merk in de markt. Dat doen ze goed, onder andere door sport te sponsoren.”

OTTO Work Force is onder meer sponsor van voetbalclub PSV, Handbal VOC Amsterdam en Heroes Basketbal Den Bosch. KaFra Housing sponsort de komende twee jaar langebaanschaatster Jutta Leerdam. OTTO Work Force is daarnaast sponsor van het radioprogramma van presentator en sportjournalist Wilfred Genee The Friday Move op BNR.

Op TikTok plaatst het bedrijf filmpjes van bedrijfsactiviteiten en employee stories, waarin uitzendkrachten over zichzelf vertellen. Het tijdschrift ter ere van het 20-jarig bestaan staat vol met dezelfde soort succesverhalen van Poolse arbeidsmigranten die in Nederland hun bestaan opbouwden met hulp van OTTO Work Force.

Angelique van Hal, bestuurder van de brancheorganisatie voor uitzendbureaus NBBU, zegt blij te zijn dat Van Gool arbeidsmigratie in de media in een gunstig daglicht zet. „Vaak wordt negatief gesproken over arbeidsmigranten. Maar we hebben ze als samenleving toch echt nodig. Iemand zal onze appels van de boom moeten plukken. En die persoon moet ook gehuisvest worden.” Het is fijn, vindt ze, als iemand daar op een positieve manier aandacht voor vraagt. „Frank is daarin vooruitstrevend.”

Voor zijn werkbezoeken aan Polen heeft Van Gool tegenwoordig een privévliegtuig, dat hij ook aan derden verhuurt. Onlangs kwam in het nieuws dat de zoon van topcrimineel Ridouan Taghi na uitlevering door Dubai met dit toestel terug naar Nederland vloog. Voetballer Lionel Messi, Europese Commissie-voorzitter Ursula von der Leyen en ex-premier Mark Rutte vlogen eveneens met het vliegtuig. Ook als het om zijn privéjet gaat, schuwt Van Gool de media niet. In een video-interview door Quote vertelt hij hoe hij de jet liet vergroenen.

3De machtigste

Van Gool wordt omschreven als warm, charmant en humorvol. En als iemand die graag in het middelpunt van de belangstelling staat; hij schuwt aandacht niet. Zijn toenmalige geliefde Karolina Swoboda vroeg hij ten huwelijk op het podium tijdens een bedrijfsfeest van OTTO Work Force, voor de ogen van alle medewerkers.

Sommigen noemen hem ijdel of ervaren hem als overdreven amicaal en als een slijmbal. „Als ik hem tegenkom, doet hij altijd alsof we dikke vrienden zijn, terwijl dat helemaal niet zo is”, zegt een anonieme bron.

Zijn sociale vaardigheid helpt Van Gool een groot netwerk te onderhouden, met onder andere veel politieke contacten. Die zijn gunstig als je bijvoorbeeld een bouwvergunning nodig hebt. De politieke contacten van Van Gool zijn een belangrijke factor in zijn succes.

„Frank van Gool is een ongelofelijke netwerker”, zegt FlexNieuws-hoofdredacteur Davidse. Politieke contacten noemt hij een „grote kwaliteit” van Van Gool. „Hij is altijd overal en praat met iedereen. Arbeidsmigratie is een gevoelig onderwerp. Er is te weinig huisvesting. Als je dat wil oplossen, heb je die contacten nodig.”

Bij zijn politieke contacten zoekt Van Gool soms de grenzen van de betamelijkheid op. Zo raakte hij tijdens de Tweede Kamerverkiezingen van vorig jaar in opspraak toen bleek dat hij een ton had gedoneerd aan de verkiezingskas van de VVD. Zijn twee medebestuurders doneerden samen eveneens een ton, waarna de kritiek klonk dat feitelijk twee ton van hetzelfde bedrijf bij de VVD terechtkwam. Het toegestane maximum is één ton. Tijdens het SBS6-verkiezingsdebat viel op dat Van Gool als enige ondernemer een vraag mocht stellen. Hij bleek het 06-nummer van Dilan Yesilgöz in zijn telefoon te hebben en werd ervan beschuldigd invloed te kopen.

Zijn steun aan de VVD legde hem geen windeieren, zegt Kamerlid Bart van Kent. Zo kreeg Van Gool het volgens Van Kent als geldschieter van de VVD voor elkaar dat in het hoofdlijnenakkoord nauwelijks concrete maatregelen werden genoemd om arbeidsmigratie in te perken. En concurrenten in de uitzendbranche die met moeite vergunningen krijgen om arbeidsmigranten te huisvesten, zeggen dat Van Gool dat eenvoudiger voor elkaar krijgt door zijn goede contacten bij gemeenten.

Zelf zegt Van Gool dat dit absoluut niet waar is en noemt het onzin dat je door een donatie invloed zou kunnen kopen. Overigens zegt hij niet alleen het telefoonnummer van Yesilgöz, maar ook dat van bijvoorbeeld Lilian Marijnissen te hebben. De VVD zegt desgevraagd „nimmer tegenprestaties” te leveren voor donaties. „Dus ook niet in dit geval.”

Van Gool weet mensen met politieke ervaring of publieke functies aan zich te binden. Onlangs trad voormalig burgemeester van Loon op Zand, Hanne van Aart, aan als nieuwe baas van KaFra Housing. Tesseltje de Lange, hoogleraar Europees migratierecht aan de Radboud Universiteit, is adviseur voor OTTO Health Care.

En vorig jaar huurde Van Gool ex-ChristenUnie-partijleider Gert Jan Segers in als adviseur. Die schreef voor OTTO Work Force het Deltaplan ‘Grip op Arbeidsmigratie’, een rapport met adviezen om arbeidsmigratie in goede banen te leiden. Hij treedt regelmatig namens OTTO op als spreker op congresdagen over arbeidsmigratie.

Van Gool kwam met Segers in contact nadat die als Kamerlid namens de ChristenUnie moties had ingediend over misstanden bij arbeidsmigranten. Ze vonden elkaar volgens Van Gool in een gedeeld toekomstbeeld van goed georganiseerde arbeidsmigratie: gereguleerd, functioneel en tijdelijk.

De politieke invloed van Van Gool kwam eens te meer naar voren toen de VVD deze zomer een nieuwe visie op arbeidsmigratie presenteerde. Daarin zijn een aantal maatregelen te herkennen die ook in het Deltaplan ‘Grip op Arbeidsmigratie’ van Van Gool en Segers staan, zoals een grotere verantwoordelijkheid van gemeenten voor de ontwikkeling van huisvestingslocaties. Van Gool bevestigt dat hij in de aanloop naar de presentatie van de nieuwe visie door de VVD „geïnterviewd” is over zijn ideeën. Ook in het hoofdlijnenakkoord zegt hij delen uit het Deltaplan terug te zien.

4De braafste?

Het gaat niet altijd goed. Dat lijkt volgens onder meer uitzendbaas Van Batenburg onvermijdelijk. „Op het oog lijkt OTTO Work Force een organisatie die het goede voor heeft met mensen”, zegt hij. „Maar als je met zulke grote massa’s werkt, kan het niet anders dan dat er ook dingen misgaan.”

De anarchistische organisatie Vrije Bond kwam zo’n vijftien jaar geleden in contact met uitzendkrachten die door OTTO Work Force structureel zouden zijn onderbetaald. De Vrije Bond voerde acties tegen het uitzendbureau, en noemde het ‘OTTO Slaveforce’. Marc van Laar, lid van de Vrije Bond en betrokken bij die acties: „We gingen dan bijvoorbeeld naar een van de Polenhotels van OTTO, en daar stonden we met een pamflet en een megafoon en eisten eerlijke betaling.”

Van Gool stelt dat bij OTTO „nooit iemand is onderbetaald”. Wel weet hij, zegt hij, dat uitzendkrachten van OTTO naar de Vrije Bond zijn gegaan nadat zij een schadevergoeding hadden moeten betalen omdat ze een „brandmelder in de slaapkamer gesaboteerd” hadden. „Het was een klein voorval, dat vervolgens door de Vrije Bond heel groot is gemaakt.”

Tussen medio 2019 en eind 2020 was „een groot deel” van de bijna 15.000 uitzendkrachten van OTTO Work Force niet ingeschreven bij een gemeente, bleek in 2021 uit onderzoek van Trouw, Investico, De Groene Amsterdammer en Pointer. Een precies getal gaven ze niet. Betrokken gemeenten, waaronder Venray, bevestigden dat de migranten vaak niet ingeschreven stonden. Zonder inschrijving zijn arbeidsmigranten kwetsbaarder; ze hebben bijvoorbeeld nauwelijks toegang tot sociale voorzieningen.

Van Gool: „Als werkgever is OTTO niet verantwoordelijk voor de inschrijving van uitzendkrachten in het gemeentelijke BRP [Basisregistratie Personen]. We proberen de inschrijving wel te stimuleren, bijvoorbeeld door in de MyOTTO-app te informeren hoe dat werkt.”

SP’er Van Kent trof tijdens een werkbezoek aan een pand van OTTO Work Force in 2021 een jonge man die met een hersenvliesontsteking in bed lag. Hij had veel te lang doorgewerkt terwijl hij ziek was, volgens Van Kent. „Ik belde het servicenummer van OTTO. De persoon die opnam zei: ‘wij zijn toch geen artsen?’ We take care of our people, maar waar was OTTO toen deze jongen zo ziek was?” Via voormalig SP-leider Emile Roemer kwam Van Kent aan het 06-nummer van Van Gool. „Die belde terug toen ik met deze jongen van de huisarts onderweg was naar het ziekenhuis.” De SP stelde hier later Kamervragen over.

Van Gool bevestigt het voorval. „Hij was al langer onder behandeling van een arts. Wij waren continu met deze zieke persoon in contact. Bart van Kent kwam binnen toen de man een stuk zieker was geworden; dat kan gebeuren. Het is goed dat hij actie heeft ondernomen. Onze mensen hebben ook adequaat gehandeld. We hebben onder andere meteen een vertaler naar het ziekenhuis gestuurd.”

Ook recenter zijn er klachten van uitzendkrachten. Vakbond FNV krijgt dagelijks minimaal één telefoontje van een arbeidsmigrant die bij de distributiecentra van Albert Heijn werkt. Die worden voor een groot deel bemand door uitzendkrachten van OTTO Work Force. Annemarie de Zeeuw, medewerker van het FNV-team Albert Heijn distributiecentra, hoort dagelijks dat uitzendkrachten fysiek „op” zijn door het werk. „Ze hebben nek- en rugklachten, last van de knieën en benen door het zware tillen en vele lopen.”

Uitzendkrachten werken in distributiecentra vaak als orderpicker, vertelt De Zeeuw. Ze krijgen een bestelling en moeten die dan snel ophalen in het magazijn voor verder transport. Daarbij tillen ze vaak zware pakketten. De Zeeuw: „Veel arbeidsmigranten hebben hier dusdanig veel fysieke klachten door, dat ze zware pijnstillers en in uitzonderlijke gevallen zelfs drugs gebruiken om de werkdag door te komen.”

De FNV krijgt ook signalen dat het uitzendkrachten stress oplevert zich ziek te melden. De Zeeuw: „Ik hoor dat mensen door de afdeling verzuim van OTTO Work Force onder druk worden gezet om weer te komen werken.” Ze worden bijvoorbeeld elke dag gebeld door de afdeling verzuim, met de vraag of ze zich alweer beter voelen en een shift kunnen draaien. „Wat heb je dan? Kun je niet gewoon komen als je X of Y doet?”, imiteert De Zeeuw. „Ze stellen allemaal vragen die mensen enorm onder druk zetten om te gaan werken. Sommigen gaan dan toch, terwijl ze nog ziek zijn. Of ze herstellen wel van de rugpijn, maar worden geestelijk alsnog ziek van de druk die het bedrijf op hen uitoefent.”

Veel uitzendkrachten van OTTO Work Force bij de AH-distributiecentra hebben volgens de FNV psychische klachten. „Ze hebben last van angst en veel piekeren. Regelmatig heb ik huilende mensen aan de telefoon, die zeggen dat ze helemaal op zijn”, zegt De Zeeuw.

Van Gool zegt op de hoogte te zijn van deze klachten, die eveneens via de FNV bij hem binnenkomen. „Ik ga ook niet ontkennen dat bij sommige bedrijven hard gewerkt moet worden. Zeker bij distributiecentra. Het kan zijn dat de arbeidsbelasting voor iemand te hoog is. Als dat zo blijkt te zijn, proberen we andere werkzaamheden voor diegene te vinden.”

Een van de uitzendkrachten die „op” zijn, is de vriend van de 33-jarige Kasja uit het zuiden van Polen. Uit angst haar baan te verliezen wil ze haar achternaam niet in de krant. Zij en haar vriend werken inmiddels drieënhalf jaar als uitzendkracht van OTTO Work Force bij het distributiecentrum van Albert Heijn in Geldermalsen. Door het tillen heeft haar vriend zware rugklachten en zit hij nu in de ziektewet.

Onder druk van leidinggevenden van OTTO Work Force is hij doorgegaan met werken tot hij niet meer kon, vertelt Kasja. Hij gebruikte Poolse pijnstillers – sterker dan in Nederland gangbare zware pijnstillers als ibuprofen. „OTTO maakt mensen op. Ik heb meerdere collega’s die het werk niet aankunnen.”

Dat heeft volgens Kasja, naast het zware tillen, vooral te maken met de „enorme druk” die leidinggevenden uitzendkrachten opleggen tijdens het werk. „Soms wordt omgeroepen dat we geen pauze krijgen als we niet sneller werken. Of de leidinggevende belt op je mobiel om je persoonlijk te melden dat jij sneller moet. We worden constant in de gaten gehouden. Als je naar de wc gaat, houden ze bij hoelang je weg bent.”

Kasja blijft desondanks bij OTTO werken, omdat ze „het geld en de zekerheid” nodig heeft. Met haar vriend kocht ze een huis in Polen, dat nu gebouwd wordt. Ze werken in Nederland om dat te kunnen afbetalen. „En ik heb eindelijk een fase-C-contract [met de beste voorwaarden, eigenlijk voor onbepaalde tijd]. Dat durf ik niet op te geven. Bij een ander uitzendbureau zou ik helemaal opnieuw moeten beginnen. Nu weet ik tenminste dat ik in het ergste geval, als ik ontslagen word, een vergoeding meekrijg.”

Anders dan veel andere uitzendbureaus geeft OTTO Work Force een groot deel van zijn uitzendkrachten een vast contract, zegt de FNV. Het bedrijf is daarnaast „erg benaderbaar” als de bond zich meldt met klachten van uitzendkrachten. FNV-bestuurder Levin Zühlke-van Hulzen: „Die klachten worden een voor een wel opgepakt, maar een structurele oplossing voor bijvoorbeeld de hoge werkdruk is er nog niet. Na veel druk vanuit de FNV en uitzendkrachten heeft Albert Heijn nu toegezegd een vorm van orderpicken te ontwikkelen die de werkdruk moet verlagen.”

Zühlke-van Hulzen: „Je kan een parallel trekken tussen OTTO Work Force en de privéjet van Van Gool. Hij heeft dat vliegtuig gemoderniseerd en duurzamer gemaakt. Daar is hij trots op en hij vertelt erover in de media. Het is natuurlijk knap dat het vliegtuig zuiniger vliegt, maar moeten er echt privévliegtuigen bestaan? Met OTTO Work Force doet hij precies hetzelfde. Laten zien hoe goed je bezig bent met iets waar eigenlijk helemaal niemand mee bezig zou moeten zijn.”

SP-Kamerlid Van Kent herkent dit: „Op het eerste gezicht is Van Gool een gezellige goedzak. En daarmee de perfecte dekmantel voor een sinistere, duistere industrie.”

Marc van Laar van de anarchistische Vrije Bond sprak de afgelopen decennia tientallen arbeidsmigranten die voor OTTO Work Force werkten, zegt hij. „Veel van hen zeiden tegen mij: OTTO Work Force is kut. Maar wij hebben bij andere uitzendbureaus echt nog veel kuttere ervaringen gehad.”

OTTO Work Force geldt in de Nederlandse uitzendbranche als het braafste jongetje van de klas. Wat zegt het over het verdienmodel van deze branche, als arbeidsmigranten zelfs bij het meest professionele uitzendbureau zo veel klachten hebben?

De geschiedenis laat zien dat migranten het best af zijn als ze zelfstandig naar Nederland komen en zonder tussenkomst van een uitzendbureau gaan werken en huisvesting vinden, zegt hoogleraar migratiegeschiedenis Lucassen. „De relatie met een uitzendbureau maakt hen afhankelijk en daarmee kwetsbaar.”

Van Gool: „Ik denk dat hij met betrekking tot de afhankelijkheid in grote mate gelijk heeft. Maar het probleem is niet dat uitzendbureaus het werk organiseren; ik denk dat dit juist beter is, zeker zoals wij het doen. Wij spreken de taal van arbeidsmigranten. Zo’n 70 procent van onze kantoormedewerkers is ooit zelf arbeidsmigrant geweest. Nee, het grootste probleem is de afhankelijkheid van huisvesting. We moeten toewerken naar een model waarbij arbeidsmigranten zélf huisvesting kunnen gaan regelen.”

Van Gool verdedigt, zoals altijd, zijn verdienmodel: „Klachten zijn er altijd.”

Tegen zijn medewerkers zegt hij dat ze een klacht als „een cadeautje” moeten zien, waarmee ze dingen kunnen verbeteren. „Met zo’n grote onderneming kun je het nooit iedereen naar de zin maken. En niemand is verplicht voor ons te werken.”

Serie Wie verdienen er aan arbeidsmigratie?

Het thema arbeidsmigratie is de afgelopen jaren hoog op de politieke agenda komen te staan. Vaak gaat het in de discussie om de maatschappelijke kosten hiervan, zoals druk op de woningmarkt, uitbuiting en een toename van het aantal dakloze arbeidsmigranten.

Minder vaak gaat het om de vraag wie eraan verdient. Hoe ziet de industrie eruit rondom de miljoen arbeidsmigranten in Nederland? Lees meer artikelen over dit onderwerp op nrc.nl/ serie/arbeidsmigratie/

Source: NRC

Previous

Next