Een bezoek aan de collectie van het Leidse Naturalis stemt nietig.
Als geprivilegieerd Volkskrant-redacteur kom je nog eens ergens: vorige week gingen voor deze krant de deuren van het Leidse Naturalis open voor een exclusief inkijkje in de collectie. ‘De collectie’ is een mooi woord voor een magazijn met kilometers stellingkasten, waar het ene na het andere opgezette dier je met wezenloze knikkerogen staat aan te gapen onder een systeemplafond met tl-verlichting.
Een Ikea-magazijn vol gerubriceerde ‘dieren’ (als dat het woord nog is voor met stro gevulde gelooide huiden) staan er bijeen, van sabeltandtijgers tot de bochelcicade. De lucht is er zwanger van de chemicaliën waarmee de dieren zijn opgezet, tot op het giftige af. Het enige leven dat zich er buiten de mens mogelijk bevindt, wordt met paarse insectenlampen verdelgd: in het biodiversiteitscentrum wordt de museumkever met man en macht uitgeroeid. De torretjes zijn dol op opgezette dieren, vandaar.
Zo’n bezoek stemt nietig. Oog in oog met het leven op aarde, in z’n oneindige schakeringen en variaties, troosteloos geëindigd in stellingkasten, veelal uit naam der wetenschap doodgeschoten (of levend opgeprikt) door ontdekkingsreizigers en avonturiers, die we nog dank verschuldigd zijn ook.
De dunbekwulp stond er natuurlijk. Deze week officieel uitgestorven verklaard door de wetenschap. Gelukkig hebben we de foto’s nog.
In deze rubriek geeft Jean-Pierre Geelen, natuurredacteur van de Volkskrant, zijn persoonlijke commentaar op opmerkelijke confrontaties tussen mens en natuur.
Niet ver daarnaast, in een donker hoekje beneden, staarde een uitgestorven reuzenalk glazig voor zich uit. En kijk: de trekduif. In recordtempo bij miljoenen uit de lucht geschoten door Amerikanen, tot in 1914 de allerlaatste het loodje legde.
Op ooghoogte troffen we een wat onooglijke, roodbruine vogel met een minuscuul wit streepje op zijn vleugel, in een glazen vitrine. Prosobonia leucoptera, meldt het naamkaartje. Oftewel: de Tahitistrandloper. De pechvogel is niet alleen uitgestorven, dit opgezette exemplaar is tevens het enige ter wereld dat bewaard is gebleven. Puntiger kan een bestaan niet eindigen.
De wereld van de biodiversiteit is een duizelingwekkend universum dat we nog niet half kennen. Hoe kun je weten wat je niet weet? Laat dat maar aan de wetenschap over.
Canadese wetenschappers schatten in 2011 dat de mens de aardbol deelt met 8,7 miljoen andere soorten organismen. Zo’n 2,2 miljoen daarvan leven in zee en 6,5 miljoen op het land. Van de zeesoorten was (en is) 91 procent nog onbekend, bij landsoorten is dat 86 procent. Jaarlijks worden zo’n 15 duizend nieuwe soorten ontdekt, telden de Canadezen.
Voor zover we weten leven op aarde zo’n 64 duizend boomsoorten. Vermoedelijk zijn er toch nog 9.200 meer te ontdekken, schatten wetenschappers in 2022 na toepassing van nieuwe statistische methodes.
Er zijn ook voorspellingen dat er nog veel meer leven in onze brouwerij bestaat. Geen onbekende tijgers, maar microben. Een onderzoek uit 2016 schat het aantal soorten op 1 biljoen. Dat is een 1 met 12 nullen. Oftewel: duizend miljard. Oftewel: heul veul.
Zelf telden de onderzoekers op 35 duizend locaties 5,6 miljoen soorten. Ze schatten dat meer dan 99 procent van het microbische leven op aarde ons nog onbekend is, al zien we dankzij nieuwe technieken steeds beter.
Ooit zullen zij alle lijkstijf eindigen in de stellingkasten van een groot museum. Wetenschappers zullen constateren dat al dat leven precies paste op één aardbol.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns