Een wisseling van de wacht is altijd pijnlijk, maar toch hakte het er flink in, toen ik donderdagavond getuige was van de geboorte van een nieuwe Recensent des Vaderlands, in de persoon van ex-Lama Tijl Beckand. Talkshow Eva heeft sinds kort een eigen ‘sterrenpanel’, want, zoals Eva Jinek het samenvatte: ‘Wekelijks staan de kranten vol met sterrenrecensies, maar wat zijn die kritieken eigenlijk waard?’ Kortom: recenseren is te mainstream geworden om over te laten aan recensenten. Een existentiële crisis was geboren.
Het sterrenpanel – dat naast Beckand bestond uit Loes Haverkort en Jörgen Tjon A Fong – begon met een bespreking van speelfilm Gladiator II. Tjon A Fong en Haverkort waren niet onverdeeld enthousiast over het gemakzuchtige vervolg, maar daar wilde Beckand niets van weten: ‘De film heet Gladiator II. Wat wil je als je deel één hebt gezien? Een vervolg.’ Of, in reactie op Haverkorts aanmerkingen: ‘Je moet nooit naar de bioscoop gaan om je te laten opvoeden, want het is allemaal één grote fantasiebubbel. Je krijgt hier alles wat je wilt.’
Over de auteur
Alex Mazereeuw schrijft voor de Volkskrant over film en televisie en is eens in de vijf weken tv-recensent.
Jineks sterrenpanel past perfect in de traditie van de grote talkshowangst voor professionele recensenten. Waarom zou je die uitnodigen, als je ook gewoon Tijl Beckand kan vragen of hij de film een beetje leuk vond? Beckand bracht het recensievak terug naar de basis: hij kreeg wat hij wilde, en dus was de film geslaagd. Helder.
Beckand zat in mijn recensentenhoofd, en kwam daar de rest van het weekend niet meer uit. Had het eigenlijk nog zin om genuanceerd naar dingen te kijken, als programma’s leverden wat ze beloofden? Als je bijvoorbeeld kijkt naar een programma dat Zing! heet, en er wordt in gezongen, dan krijg je toch gewoon wat je wilt?
Maar het beste voorbeeld van ‘krijgen wat je wilt’ zagen we dit weekend in het nieuwe SBS-muziekprogramma 3 minutes of fame: your lucky day, waarin vijf getalenteerde amateurzangers mogen optreden in een grote studio. Ze zijn aangemeld door hun familieleden, omdat ze nooit de kans kregen (of grepen) om méér te doen met hun zangtalent.
Verrassend genoeg is dat direct het hele format: er is geen wedstrijdelement en geen jury, en het programma is vrij van ieder waardeoordeel. Sympathiek zonder sensatiezucht: mensen verdienen gewoon eventjes de tijd van hun leven. Het format bleek aangenaam doelloos, als een emotioneel geladen karaokebar waar de droom geleefd mag worden, zonder te worden afgerekend door brallende schreeuwers.
Misschien was ik softer geworden na de Beckand-affaire, maar het format was ontzettend lief én ik kreeg wat ik wilde. Na die existentiële recensentencrisis heb ik zelf de woorden niet meer, dus parafraseer ik maar gewoon de nieuwe recensiegrootmeester: ‘Je moet nooit naar de televisie kijken om je te laten opvoeden, want het is allemaal één grote fantasiebubbel. Je krijgt hier alles wat je wilt.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant