Home

Historicus Lotte Houwink ten Cate strijdt tegen de mythe van ‘het’ gezin: ‘Als alleenstaande ouder word ik gezien als mislukt’

Een eenzame uitputtingsslag is het, alleen een kind opvoeden. Zwaar, zielig, suboptimaal. De alleenstaande moeder, want daar gaat het meestal om, is vast verlaten en dus tragisch. Misschien is ze zo dom geweest om zwanger te raken zonder vaste relatie. Nog niet zo heel lang geleden noemden we haar dan een gevallen vrouw en gaven we haar straf (kind inleveren), nu ontvangt ze vooral medelijden. En dat kind, of die kinderen, ja, die groeien natuurlijk op voor galg en rad. Want blijkt niet uit alle cijfers dat kinderen uit eenoudergezinnen een minder hoge opleiding volgen en meer gedragsproblemen hebben, (zie de jaarlijkse Jeugdmonitor van het CBS). Heb ik de vooroordelen zo een beetje op een rij?

Lotte Houwink ten Cate (34) voedt haar zoon Ezra (3) alleen op. En, heel gek, dat gaat haar eigenlijk prima af, zegt ze. Zij is een blije moeder, Ezra een vrolijk kind. Het probleem, dat zijn de anderen. De buurvrouw die de weken na de geboorte bleef vragen waar haar man toch bleef, en zij die – uit schaamte – jokte: „Aan het werk.” En de moeder die zich op de stoep voor de crèche stond te beklagen over haar huwelijk, die vond háár pas echt zielig. Er is, zegt Lotte Houwink ten Cate, een „discrepantie” tussen hoe de buitenwereld haar ziet en hoe zij haar „situatie” ervaart.

Ze is een moeder met vier masters en één doctorsgraad op zak en haar huidige postdoc-onderzoek aan de School of Advanced Study in Londen gaat over de geschiedenis van liefde en seksualiteit. Precies wat mensen hopen te vinden in een monogame relatie, dé traditionele basis voor gezinsvorming. Met die wetenschappelijke achtergrond schreef ze een boek dat best dun is, maar waarin ze veel oprakelt aan historisch onderzoek, feministisch gedachtegoed en cultureel-sociale inzichten over huwelijk, gezinsvorming en moederschap.

Zeggen dat ze in de De mythe van het gezin afrekent met het ideale gezin gaat te ver, wel zet ze flinke kanttekeningen bij het doorsnee kerngezin met twee witte hetero-ouders in een eengezinswoning met 1,43 kind. Ze schrijft: het gezin is niet „van nature” de constellatie waarin mensen nou eenmaal samenleven, het is een construct dat zo’n twee- tot driehonderd jaar geleden ontstond als gevolg van de industrialisatie. Zo eind negentiende eeuw kreeg het kostwinnersmodel de overhand, in Nederland althans. Mannen naar de fabriek, kinderen naar school, vrouwen thuis. Het gezin was de plek waar de arbeider voeding en verzorging vond en waar nieuwe arbeidertjes werden klaargestoomd.

Inmiddels zijn we een paar honderd jaar verder: in Nederland zijn nu 3,3 miljoen eenpersoonshuishoudens, bijna een kwart daarvan is een eenoudergezin, één op de zes kinderen groeit op met één ouder. Het ‘kerngezin’ strookt al een tijdje niet meer met de praktijk, maar het ideaal van één vader, één moeder plus één of meer kinderen onder één dak is gebleven. Het kerngezin is geen bewuste keuze, zegt Lotte Houwink ten Cate, het is een hardnekkige sociaal-culturele norm. Een norm waar het eenzame verstandshuwelijk binnen valt, maar het samengestelde gezin buiten. Erbinnen: een broeinest vol onderlinge spanningen. Erbuiten: een co-ouderend gescheiden stel. Beter teleurgesteld als thuisblijfmoeder dan een gelukkige moeder zijn zonder man.

CV

Lotte Houwink ten Cate (Utrecht, 1990) is historicus en schrijver. Ze doet als postdoc onderzoek aan de School of Advanced Study aan de Universiteit van Londen en is gespecialiseerd in de intellectuele en sociale geschiedenis van het moderne Europa. In 2013 behaalde ze een master Midden-Oostenstudies aan de Universiteit van Amsterdam, gevolgd door masters in internationale geschiedenis aan Columbia University in New York (2014) en aan de London School of Economics (2015). Haar promotie aan Columbia University in New York (2023), met daarin nog een master Europese geschiedenis, betrof onderzoek naar de tweede feministische golf en de criminalisering van seksueel geweld. Met haar zoon Ezra (3) woont ze in Amsterdam.

In een kamertje apart bij de Amsterdamse uitgeverij Pluim die haar boekje uitgaf, zit Lotte Houwink ten Cate aan een ronde tafel. Hartelijk lachend, maar ook een tikje voorzichtig en afwachtend. Vrouw met een mening over seksisme, alleenstaande moeder die kritiek uit op het patriarchaat, wetenschapper die over haar persoonlijk leven schrijft, bákken kritiek leverde het haar al op. Beroemde vrouwen gingen haar voor, Simone de Beauvoir, Joke Smit, Anja Meulenbelt, de titel van haar essay verwijst naar die van de Franse filosoof Élisabeth Badinter die de mensen kwaad kreeg met De mythe van het moederschap.

Steeds zie je haar schipperen tussen wat ze publiek maakt en wat ze privé wil houden. „In mijn wetenschappelijke werk bestaat de ik-vorm niet. Het was een lastige afweging. Schrijf ik over mezelf, dan is het: vrouwen schrijven altijd alleen over zichzelf. Maar door het te doen, wint wat ik zeg aan aandacht.”

Laat me dan meteen maar de vraag stellen waarvan ze zegt dat die haar vaak gesteld wordt, ook door vrouwen, voorál door vrouwen.

Probeer je met je boek over het gezin soms recht te breien wat je zelf ook krom vindt? Moest je jezelf overtuigen dat het alleenstaand moederschap zo slecht niet is?

„Het is geen geheim dat het niet mijn plan was om alleenstaande moeder te worden. Maar mijn kind was zo leuk, het ging zo goed met hem en mij, ons leven was zo leuk dat ik dacht: wat schort er eigenlijk aan deze situatie? Mensen vonden me zielig of juist héél dapper en stoer. Blijkbaar werd de manier waarop ik ouder was, gezien als minderwaardig, niet de bedoeling, mislukt.”

Zeggen mensen dat in je gezicht? Of dénk je dat mensen dat oordeel hebben?

„Nou, sneu en zielig heb ik vaak te horen gekregen. Maar de norm van het kerngezin overheerst ook impliciet. Kookboeken: altijd recepten voor vier personen. In elk kinderboek, elke serie zijn er een papa en een mama in huis. Wat mijn kind meekrijgt op de crèche aan liedjes. In de kunst, de reclame, in de hele cultuur waarin we leven wordt ons aangepraat hoe het plaatje hoort te zijn. Je voelt voortdurend dat jij niet dat plaatje bent.”

Je schrijft dat je 30 was en in verwachting toen je relatie uitging…

„We hadden een relatie van zeven jaar, een heel gelukkige relatie die eindigde aan het begin van mijn zwangerschap.”

Impertinente vragen misschien….

Schaterlach: „Vind ik ook.

… maar was er een verband tussen de breuk en de zwangerschap?

„Nee, dat zou ik niet zeggen. Nee. We hadden een andere kijk op hoe we het leven wilden invullen. Iets liep niet. Ik ontken niet dat het heftig is om op zo’n moment uit elkaar te gaan. Maar wat niet helpt is dat andere mensen dat als een enorm drama ervaren en ervan uitgaan dat er een conflict is. Wat ik daarover wil zeggen is dat we goed bevriend zijn. Ik hecht eraan om dat helder te hebben. Hij werkt aan de universiteit in Engeland waar ik ook een aanstelling heb. We doen allebei enorm ons best, hij is weekenden in Nederland, of ik daar, er wordt flink gereisd.

En je wilde graag een kind?

„Ja. Het is voor mij altijd evident geweest dat ik heel graag moeder wilde worden. Het helpt als je met enorm veel enthousiasme moeder bent, dat helpt ook als je om zes uur ’s avonds denkt: nou moet ik ook nog koken en alles allemaal zelf doen. Soms lopen de dingen anders dan je gedacht had. Mensen beginnen ook geen relatie met de gedachte dat ze afstevenen op een ongewenst seksloos huwelijk met affaires, eindigend in een scheiding. Maar het gebeurt. Je kunt keurig beginnen en er een rommel van maken. Je kunt ook rommelig beginnen en merken dat het toch goed gaat.”

Zeg je nou: zo leuk is dat kerngezin van jullie niet, met je saaie seks en je anderhalf kind?

„Nee, ik val het gezin niet aan. Ik zal ook nooit zeggen dat de ware geëmancipeerde vrouw kiest voor het moederschap zonder man. Misschien heb ik over vijf jaar wel een trouwring om, ik denk het niet, maar je weet niet hoe het loopt. Ik zeg alleen: het gezin is een construct met een politieke en economische functie.”

De Hongaarse premier Viktor Orbán zegt: „De toekomst van Europa ligt in het gezin.” Giorgia Meloni van Italië en Vladimir Poetin van Rusland pleiten voor de „herwaardering van het gezin” om het dalende geboortecijfer in hun land op te krikken. Jordan Peterson, de Canadese psycholoog, wijt de teloorgang van mannelijkheid aan de erosie van het gezin.

Twee ouders die een huishouden voeren hebben in Nederland de meeste financiële voordelen. Ja, er bestaan belastingkortingen en toeslagen voor alleenstaande ouders, maar het nieuwe kabinet wil juist deze groep korten op het kindgebonden budget. Lotte Houwink ten Cate heeft het daarom over de „lange geschiedenis van afknijpen en afstraffen” van alleenstaanden. „De armoede, de stress die dat geeft, dát maakt opgroeien in een eenoudergezin lastig en dat verklaart waarom de kinderen het minder goed doen.”

Je fakkelt het gezin niet af, maar je prijst het alleenstaand moederschap ook niet aan.

„Er bestaan inmiddels zoveel gezinsvormen waarin kinderen opgroeien, de mijne is er één van. Die is niet beter, maar anders. Nee, ik heb er niet voor gekozen om het alleen te doen, maar ik ervaar, juist als vrouw, een enorme autonomie en vrijheid. Zodra mijn kind in bed ligt, hoef ik niet leuk te doen of een interessant gesprek te voeren met mijn man, ik kan aan het werk, de hele nacht als ik wil. Ik kan tijdens crèchetijd een minnaar ontvangen, en ik weet uit ervaring hoe fijn het is om met mannen om te gaan met wie je geen discussie hoeft te voeren over wie de afwasmachine uitruimt. Is mijn kind een weekend bij zijn vader, dan heb ik alle ruimte om te doen wat ik wil. Ik ga geregeld een week voor werk naar New York en dan heb ik er geen enkele moeite mee hem uit te besteden.

„Dat is nog een onderbelichte, leuke kant van het eenouderschap: mijn kind wint aan betekenisvolle relaties met andere volwassenen. En toch blijven mensen hopen dat mijn leven ooit weer heel wordt. Ik zie in mijn omgeving dat vrouwen, moeders die in een relatie zitten met een man, veel minder autonomie hebben dan ik. Dat is niet alleen een observatie, uit de cijfers blijkt dat vrouwen wel meer buitenshuis zijn gaan werken, maar nauwelijks minder zorg dragen voor huishouden en kinderen. En de helft van de getrouwde stellen met kinderen gaat uit elkaar, hè. Over gescheiden ouders, gescheiden moeders vooral, is er ook dat oordeel. Hun gezin is gebroken, ze hebben gefaald en o, wat érg voor de kinderen. Waarom noemen we alleen de relatie die voorbij is, mislukt? Is vasthouden aan het ideaal, doormodderen in een slechte relatie dan zo gezond voor kinderen? Scheiden kan ook een enorme opluchting zijn, het leven kan veel beter worden. Dat kan.”

Je bent zelf kind van gescheiden ouders

„Ik was vier, mijn zusje zeven. In de weekenden waren we bij mijn vader in Amsterdam.”

Je hebt vast geen herinneringen meer aan toen het gezin nog heel was?

„Het wás een heel gezin, wij met onze moeder.”

En komt het door je moeder dat je denkt: opvoeden kan ik prima alleen?

„Grappig is dat je denkt dat je al je wijsheid uit boeken haalt en dat je overtuigingen en inzichten het resultaat zijn van wat je hebt bestudeerd. Maar soms kijk ik naar mijn handen die mijn kind verzorgen en denk ik: o ja, dit zijn precies de handen van mijn moeder. De invloed van je directe omgeving op hoe je leeft is vaak groter dan je wil toegeven.”

Werkte je moeder?

„Fulltime. Altijd gedaan. Het is nooit bij me opgekomen dat je minder zou gaan werken als je een kind krijgt. Mijn zus en ik zijn alleen maar meer gaan werken sinds we moeder zijn. Mijn moeders generatie heeft echt een stap gezet, dat was een aardverschuiving. Mijn moeder heeft haar moeders leven niet gewild.”

Wat was dat voor leven?

„Een katholiek, traditioneel leven. Mijn oma was een prachtige Duitse vrouw, type Romy Schneider. Ze genoot van haar luxe leven, maar ze had niet de regie. Ze stond woedend in de keuken. Nog sterker gold dat voor de vrouwen in mijn vaders familie. Generaties intelligente vrouwen die het te stellen hadden met hun hooggeleerde echtgenoten.”

Boek

Lotte Houwink ten Cate: De mythe van het gezin. Uitgeverij Pluim, 112 blz, € 18,99

Haar vader, Johannes Houwink ten Cate was hoogleraar holocaust- en genocidestudies aan de Universiteit in Amsterdam. Haar grootvader, Philo Houwink ten Cate was, ook aan de UvA, hoogleraar Assyrisch-Babylonisch, Soemerisch, Hethietisch en aanverwante Voor-Aziatische talen. „Zijn ontbijt kreeg hij in bad, zijn lunch kreeg hij voorgesneden geserveerd aan zijn bureau in de studeerkamer, kon hij zonder op te kijken doorwerken. Alleen voor het avondeten kwam hij beneden. Zijn vrouw, mijn grootmoeder, heeft altijd geschreven, maar was in de eerste plaats hoogleraarsvrouw. En daar stelde ze een eer in.”

Maar jouw moeder bedankte voor zo’n leven?

„Ze is er vlammend ingegaan, maar heeft daar ook een prijs voor betaald. Op mijn basisschool werd ze erop aangekeken dat ze vijf dagen werkte. Toen mijn ouders scheidden bleek hoe verstandig haar keuze was, zij stond er goed voor, het kón. Er zijn genoeg vrouwen die om financiële redenen niet eens kunnen scheiden, nog steeds. Ik denk met bewondering terug aan hoe zij het deed. Ook, of juist, haar laksheid qua huishouden, koken, traktaties op de crèche. Als ik zie hoe vrouwen zich inzetten…”

Bedoel je de momfluencers die om half vijf opstaan om te sporten, die hun eigen brood bakken, altijd verse groente koken en de broodtrommels van hun kinderen cureren?

„Dat perfectionisme in het moederschap, en dat zo publiekelijk tonen…” Ze lacht hard. „Nóg een voordeel van alleenstaand moeder zijn. Als ik zo duidelijk niet voldoe aan de norm, en ik word daar toch al op aangekeken door bepaalde mensen op de crèche, dan zijn er nóg wel een paar dingen die ik even niet of op mijn manier doe. Smeer ik ’s avonds gewoon een boterham. Ik heb toch al gefaald.”

Source: NRC

Previous

Next