Terwijl het klimaat verder opwarmt, dromen sommige landen nog van olierijkdom. Bijvoorbeeld Suriname, een land dat tegelijkertijd wordt bedreigd door klimaatverandering. Vooralsnog krijgen de oliewinsten voorrang: "Het is niet fair om te zeggen: 'Jij mag niet meer.'"
Suriname is een van de drie landen die 'koolstofnegatief' zijn. Het wil zeggen dat de regenwouden, die 93 procent van het land bedekken, meer CO2 uit de lucht halen dan het land zelf uitstoot. Daar is het Zuid-Amerikaanse land trots op.
Maar de komende jaren gaat de wereldwijde klimaatimpact van Suriname flink groeien. Afgelopen maand besloot de Franse oliegigant TotalEnergies definitief om meer dan 10 miljard dollar (9,5 miljard euro) te investeren in de Surinaamse oliewinning. Vanaf 2028 moet de olie rijkelijk gaan vloeien; het bedrijf denkt 750 miljoen vaten uit de oceaanbodem voor de kust te kunnen halen.
"De perspectieven zijn enorm goed", zegt Albert Ramdin, de Surinaamse minister van Buitenlandse Zaken, tegen NU.nl. De olievondst moet tientallen miljarden euro's opleveren en de Surinaamse economie laten floreren.
Vorig jaar spraken landen tijdens de klimaattop in Dubai af om "weg te bewegen" van fossiele brandstoffen, omdat de wereld in het Parijsakkoord heeft afgesproken de opwarming te beperken tot ruim onder de 2 graden. Als we het bij 1,5 graden willen houden, zijn volgens het Internationaal Energieagentschap helemaal geen nieuwe olievelden meer nodig. Hoe verstandig is het dan om nog toe te treden tot het gilde van grote olieproducenten?
Voor Ramdin is het antwoord duidelijk: als we gaan stoppen met fossiele brandstoffen, dan moeten de rijke landen eerst het goede voorbeeld geven. Ontwikkelingslanden als Suriname, Guyana en Senegal, die hun grote voorraden van het zwarte goud pas net hebben gevonden, volgen wat hem betreft later. "Het is niet fair naar die landen om nu ineens te zeggen: 'Nee, jij mag niet meer.'"
"De landen die reeds olievelden hebben, gaan gewoon door", zegt Radmin. "Landen als Noorwegen hebben nadrukkelijk hun economie gebouwd op olie en gas - ook Nederland. Nu moet men niet hypocriet zijn of onrechtvaardig."
Op de klimaattop in Bakoe staat dit dilemma centraal. Ontwikkelingslanden vragen al jaren om meer klimaatsteun, zodat ze de overgang naar een schone economie kunnen maken. Colombia heeft al een plan klaarliggen om de overstap te kunnen maken en zijn olie en gas in de grond te laten zitten. Maar vooralsnog ontbreekt de 40 miljard dollar die het land nodig heeft voor groene energie, natuurherstel, duurzame landbouw en aanpassingen aan klimaatverandering.
Ook wetenschappers en milieuorganisaties onderschrijven dat rijke landen als eerst moeten stoppen met olie- en gasproductie om een eerlijke overstap naar groene energie te maken. Onderzoekers van het Tyndall Centre for Climate Change Research brachten twee jaar geleden een afbouwpad in kaart, waarbij de winning van fossiele brandstoffen als eerste stopt in rijke landen en landen die economisch minder afhankelijk zijn van olie en gas.
Om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 graden, zouden Nederland, Noorwegen, de VS, Canada en Qatar dan in 2034 moeten stoppen. Suriname valt in de middelste categorie, die tot 2043 mag blijven pompen. Landen als Irak, Jemen en Soedan zouden nog tot 2050 olie mogen produceren, al moeten ze daarvoor al wel beginnen met afbouwen.
Het laat zien waarom het zo belangrijk is dat landen het eens worden over klimaatsteun aan arme landen, zegt Laurie van der Burg van milieugroep Oil Change International. "Je kunt natuurlijk niet makkelijk eisen dat ze geen nieuwe velden gaan aanboren, als ze ook geen investeringen krijgen in de alternatieven."
Van der Burg betwijfelt of de olievondst in Suriname inderdaad de beloofde welvaart gaat opleveren voor de gemiddelde burger. "Vaak profiteert maar een aantal spelers: de bedrijven die investeren en soms ook de overheid. Maar in veel gevallen komt het geld niet terecht bij de lokale gemeenschappen." Ook de inkomsten uit de Surinaamse goud- en bauxietwinning leverden de bevolking eerder weinig op.
Ramdin belooft dat het nu anders zal lopen. Hij wil voorkomen dat de Surinaamse economie volledig afhankelijk wordt van olie en gas, en belooft dat de winsten in een speciaal welvaartsfonds komen.
Maar stoppen met olie en de opbrengsten laten schieten? Dat zit er voorlopig niet in. "Wij ondervinden de consequenties van klimaatverandering even goed", zegt Ramdin. Zijn land heeft last van bosbranden, droogtes en overstromingen. "Wie gaat dat compenseren? Men is niet bereid daarover te praten."
De Surinaamse regering werkt aan een plan dat vooruitkijkt naar een nieuwe economie in 2060, zonder fossiele brandstoffen en mijnbouw. Tot die tijd blijft de olie vloeien: "Wij nemen zo'n 35 jaar om goed te kunnen verdienen, maar ook goed te kunnen investeren in een nieuwe economie."
Source: Nu.nl algemeen