Op de klimaatconferentie in Bakoe is zondag in alle vroegte toch nog een akkoord gesloten over het belangrijkste punt op de agenda. 197 landen stemden in met een nieuw wereldwijd doel voor klimaatfinanciering oplopend tot 300 miljard dollar in 2035.
is economieredacteur. Hij schrijft over de energietransitie.
Dat bedrag, dat moet worden opgebracht door 23 rijke landen, is aanmerkelijk lager dan de 1.300 miljard dollar die de ontvangende ontwikkelingslanden hadden geëist. Dat bedrag hebben zij volgens economische studie nodig om de klimaatravage te betalen.
De 300 miljard bestaat ook niet uit giften, maar uit een ‘brede variatie van geldbronnen’, waaronder leningen en private investeringen. Het is, gecorrigeerd voor inflatie, zo bezien amper een verbetering ten opzichte van het vorige doel: 100 miljard euro per jaar in 2020.
De 1.300 miljard is niet helemaal uit de tekst verdwenen. Er wordt erkend dat ontwikkelingslanden dit bedrag nodig hebben om de prijs van klimaatverandering te kunnen betalen. Maar dat bedrag zal dus niet één-op-één komen uit giften van de 23 ontwikkelde landen die volgens het klimaatakkoord verplicht zijn bij te dragen aan de kosten van de arme landen.
In het akkoord wordt een lange lijst van potentiële bronnen benoemd waaruit de 1.300 miljard dan ‘gemobiliseerd’ zal worden. Zoals meer geld vanuit ontwikkelingsbanken en hulp bij het terugbrengen van schuldenlast van ontwikkelingslanden. Ook worden relatief welvarende ontwikkelingslanden ‘uitgenodigd’ om ‘geheel op vrijwillige basis’ een bijdrage te leveren bovenop de 300 miljard.
Die zin is met name een verwijzing naar China dat nu al zo’n 3 miljard aan klimaatfinanciering levert en daar ook wel mee door wil gaan, maar absoluut niet bij de groep van ontwikkelde landen wil horen en ook geen verplichtingen wil aangaan. Ook andere landen die formeel ‘ontwikkeld’ zijn kunnen zich hierbij voegen. Zoals Zuid-Korea, Singapore en de olielanden in het Midden-Oosten.
Dat alle landen met deze tekst zouden instemmen, leek zaterdag nog haast onmogelijk. Ver in de verlenging - de klimaattop had eigenlijk vrijdag afgerond moeten zijn - ontploften de onderhandelingen totaal. De delegaties van minst ontwikkelde landen en kleine eilandstaten verlieten boos de zaal met alle delegatieleiders. Zij voelden zich geschoffeerd toen ze een tekst voor hun neus kregen, waarin zij niet waren gekend. In de chaos die daarop ontstond was grote onvrede te horen over de manier waarop de Azerbeidzjaanse voorzitters deze situatie had laten ontstaan.
Maar in de uren daarna gingen gesprekken tussen landen in verschillende zaaltjes in het Olympisch Stadion van Bakoe toch door. Waarbij bleek dat het bezwaar van de arme landen en eilandstaten er vooral om ging dat er te weinig werd gedaan om ervoor te zorgen dat een groter deel van de financiën hun kant op komt. Wat leidde tot enkele bescheiden aanpassingen van de tekst. Tegen middernacht liep de plenaire vergaderzaal vol om het akkoord te bekrachtigen.
Het moment waarop dat uiteindelijk gebeurde, verliep al even chaotisch als alles wat eraan voorafging. Kort nadat voorzitter Babayev zijn hamer had laten zakken en er een lauw applaus klonk, kreeg India het woord. De vertegenwoordiger was woest omdat het voorzitterschap haar niet, zoals ze had gevraagd, voor het afhameren het woord had gegeven. Zij sprak van een tragische fout en noemde het hele akkoord een ‘optische illusie’. En ze zei dat ze het akkoord niet accepteerde.
Vervolgens schaarden ook vertegenwoordigers van Nigeria ‘dit is een grap’ en Bolivia zich achter de opmerkingen van India. Al deze sprekers kregen applaus, vooral van de honderden vertegenwoordigers van ngo’s in de zaal. Maar voorzitter Babayev vertrok geen spier, bedankte de gedelegeerden voor hun verklaring en zei dat die in de notulen opgenomen zouden worden. Aan de tekst veranderde niets.
Opvallend was wel dat de zeer kritische reacties kwamen van landen met fossiele brandstoffen in de grond die zeker niet tot de allerarmsten behoren. Terwijl het stil bleef uit delegaties naar wie de afgelopen dagen zoveel aandacht uitging: de minst ontwikkelde landen en kleine eilandstaten.
Die reactie kwam veel later toen Samoa namens de eilandstaten rustig een slotverklaring uitsprak. Hij stelde dat zijn groep bezorgd is over de gebrekkige wil om de allerkwetsbaarste landen bij te staan. Hij zei te hopen dat het akkoord de toegang tot financiering voor eilandstaten door dit akkoord zou vergroten.
Daarbij zal hebben meegespeeld dat deze landen de afgelopen dagen in nauw contact hebben gestaan met de Europese Unie en andere donorlanden. Die donorlanden willen er ook buiten het akkoord alles aan doen om het geld te krijgen bij de armste landen die letterlijk kopje onder blijven gaan door ontwikkelingssamenwerking.
Ook weten de eilandstaten en armste landen in welk pakket de onderhandelaars namens de 23 donorlanden zitten. De komende jaren heeft de grootste economie en vervuiler uit hun midden, de VS, een president die het Akkoord van Parijs geheel wil opzeggen en zeker niet van plan is bij te dragen aan het doel voor klimaatfinanciering. Veel Europese lidstaten vrezen ook de klimaatsceptische achterban in eigen land.
Een teleurstellend akkoord sluiten was zo bezien voor ontwikkelingslanden uiteindelijk verstandiger dan weglopen, in de wetenschap dat het de komende jaren alleen maar moeilijker zal zijn om een betere deal te bereiken.
Dus stond EU-klimaatcommissaris Wopke Hoekstra na afloop van de vergadering met een ernstig gezicht voor de plenaire zaal. Hij zei dat hij blij was met de uitkomst omdat het toch gelukt was ‘in eenheid’ een akkoord te sluiten in een ‘waarlijk ingewikkelde geopolitieke tijden’.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant