Mail van een lezer: ‘Een week geleden liet Holocaust-hoogleraar Amos Goldberg weten: ‘Mijn samenleving is genocidaal geworden.’ (...) Ik verwacht ook van de Volkskrant (mijn dagblad) een duidelijke hoofdredactionele stellingname. Liefst op de voorpagina.’
Het verlangen naar grote woorden is te begrijpen. Israël trekt zich vooralsnog niets aan van de internationale druk om het uitzichtloze lijden in Gaza te stoppen. De Verenigde Staten blijven gewoon wapens leveren. Grote woorden kunnen helpen om politici wakker te schudden.
Toch vinden we het niet aan ons om het woord ‘genocide’ te gebruiken, ook niet nu er een arrestatiebevel is uitgevaardigd tegen de Israëlische premier Netanyahu vanwege de verdenking van misdrijven tegen de menselijkheid, maar niet van genocide.
Het woord roept veel emoties op, zeker in de Israëlische context. Het land is voortgekomen uit de grootste genocide ooit. Voorzichtigheid en precisie in het woordgebruik zijn daarom meer dan ooit gepast. Het is niet aan journalisten, maar in de eerste plaats aan rechters om te bepalen of er sprake is van genocide – de vraag ligt voor bij het Internationaal Gerechtshof.
Hoe ernstiger de gebeurtenis, hoe meer de feiten voor zichzelf kunnen spreken en hoe minder behoefte we hebben om er beladen termen op te plakken. Show, don’t tell is ook in de journalistiek het beste uitgangspunt. Dat is in Gaza niet altijd eenvoudig. Het verzamelen van feiten wordt ernstig gehinderd doordat Israël journalisten de toegang weigert.
Van volstrekt andere orde, maar dichter bij huis weten we soms ook frustrerend weinig.
Toen eind vorige week bekend werd dat staatssecretaris Nora Achahbar aftrad, gonsde het van de geruchten. Er zouden in de ministerraad allerlei racistische uitlatingen zijn gedaan. Niemand wilde dat on the record zeggen, we waren volledig afhankelijk van anonieme bronnen. Normaal gesproken zijn we zeer terughoudend met het citeren ervan om geen onderdeel te worden van een achterbaks moddergevecht, maar in dit geval konden we er niet helemaal omheen.
Tot ongenoegen van lezer Arnoud Bodde uit Groningen: ‘Dit waren geen bronnen die anoniem wílden blijven, neen, het waren weer eens bronnen die van journalisten altijd maar anoniem mógen blijven. De spindokters, de lekkers, de scoopleveranciers. Halve en driekwart bronnen die in het verleden al veel te vaak werden opgepompt tot gedegen journalistiek op basis van insiders die precies zouden weten hoe het zit. Politiek is geen theater, mensen.’
Dat laatste klopt, maar spanningen in de coalitie kunnen van grote invloed zijn op het lot van het kabinet, en daarmee het land. Dat is niet alleen maar theater. In dit geval zijn de anonieme uitlatingen ook een teken van de gewetensnood waarin coalitiepartij NSC verkeert, zoals Frank Hendrickx vandaag schrijft in zijn uitgebreide reconstructie.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns