Home

Fascisme is terug van nooit weg geweest

Over fascisme kan in Nederland nauwelijks anders gedacht worden dan als iets uit het verleden. Iets wat ooit was, en wie weet nog eens terugkeert, maar omdat het tot het verleden behoort, is het oordeel erover belegd bij een specifiek kennisgilde: dat van historici.

Willem Schinkel is hoogleraar sociale theorie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Dit is een verkorte, bewerkte versie van de Domela Nieuwenhuis-lezing die hij op 17 november in Heerenveen uitsprak.

De taalpolitie rond ‘fascisme’ – wie het woord gebruikt, wordt gemaand dat niet te doen – maakt het conceptueel eenmalig. Het wordt een uniek en daarmee apolitiek gebeuren. Het historische fascisme wordt ontleed in een lijstje kenmerken, waarna, wonder boven wonder, niets hedendaags letterlijk alle kenmerken van het verleden belichaamt.

Als er geen holocaust in zicht is, is spreken over fascisme ongewenst, want overdreven, voorbarig, conceptueel onzuiver.

En wanneer een actuele genocide plaatsvindt, zoals op dit moment in historisch Palestina, leidt het feit dat een zelfverklaard ‘Joodse’ staat, die dus op ras en apartheid gebaseerd is, fascistisch zou kunnen zijn of handelen, tot een hersenkronkel waar Holocaust-geïnspireerde historici niet uitkomen.

Zo wordt fascisme een woord voor overwinnaars die terug kunnen kijken op het kwaad omdat ze het overleefd en overwonnen hebben, en er bovendien nooit zelf in geïmpliceerd zijn geweest. Het wordt iets om te herinneren in een herdenkingspolitiek waarin parallellen met hedendaagse gedaantes van het kwaad de herinnering bezoedelen.

Spreken over fascisme in het heden is, in de vigerende liberale opvatting, een anachronisme. Het is ofwel te laat – fascisme hebben we gehad, dat hoofdstuk is afgesloten – ofwel te vroeg – ja, misschien keert het terug, maar dat is pas te zeggen wanneer alle vinkjes op de typologielijstjes van historici en geschiedeerbiedige columnisten gezet zijn.

Maar we moeten onder ogen zien dat fascisme altijd onderdeel is van een politiek-economische en historische dynamiek en dat het de afgelopen decennia weer is opgeleefd. Welke dynamiek is dat? En waarom is het fascisme terug van nooit weggeweest?

Koloniale context

Om deze vragen te beantwoorden, moeten we om te beginnen leren van wat in de zwarte radicale traditie over fascisme gezegd is maar door de gevestigde witte, liberale orde simpelweg is genegeerd. W.E.B. Du Bois en Aimé Césaire zagen al vroeg dat wat het fascisme in Europa aanrichtte niet uniek was maar eerst in koloniale contexten uitgevoerd was. Wat Europeanen niet konden verkroppen aan Hitler, schreef Césaire, was dat hij witte Europeanen aandeed wat eerder buiten Europa werd gedaan. Leden van de Black Panther Party zagen dat ook in de Verenigde Staten een fascistisch regime heerste. En James Baldwin constateerde: „Witte mensen waren, en zijn, verbijsterd door de Holocaust in Duitsland. Ze wisten niet dat ze zo konden handelen. Maar ik betwijfel ten zeerste of zwarte mensen versteld stonden.”

Juist omdat Hitler en zijn nazi-juristen zich lieten inspireren door de Jim Crow-wetten die in de VS de rassenscheiding moesten regelen, zijn in de zwarte radicale traditie aanknopingspunten te vinden voor een diagnose van het heden. Maar die zijn ook te vinden in de Europese socialistische traditie die evenzeer wordt vergeten, om het spreken over fascisme keurig liberaal te houden.

Wat bij Du Bois, C.L.R. James, Walter Rodney, George Jackson, maar ook bij Walter Benjamin, Jan Romein en Anton Pannekoek te leren is, is dat fascisme zich voordoet onder liberaal-kapitalistische condities van parlementair gerepresenteerde economische uitbuiting. In het fascisme vindt het kapitaal een massabasis onder arbeiders en kleinburgers die het, in tegenstelling tot het socialisme en communisme, niet bedreigt. Omgekeerd vindt het fascisme in de alliantie met het kapitaal een machtsbasis, een voet binnen de deur van de macht.

Economisch historicus Adam Tooze beschrijft hoe op 20 februari 1933 een groep grootindustriëlen in de villa van Hermann Göring van Hitler de vraag kreeg of ze hem financieel wilden helpen om het communisme te overwinnen, via de komende verkiezingen of anderszins. Parlementaire democratie, stelde Hitler, was sowieso incompatibel met privaat bedrijfsleven. Het laat zich raden wat het antwoord van de industriëlen was.

De omschrijving van de filosoof Walter Benjamin van het fascisme is daarom zo toepasselijk: fascisme is de poging de proletarische massa te organiseren zonder de eigendomsverhoudingen te veranderen. Zo kan ‘het volk’ gemobiliseerd worden voor de continuering van kapitaalaccumulatie, en worden de mensen apologeten van hun eigen uitbuiting – een moderne variant van de constatering van Spinoza: „zodoende strijden zij voor hun slavernij als ging het om hun heil.”

In onze tijd is de ‘proletarische massa’ al lang geen massa meer, maar een gefragmenteerd, intern verdeeld geheel van in verschillende mate precaire arbeiders, waarvan in het Westen de meesten zich tot ‘de middenklasse’ rekenen, hetgeen minder een klassepositie is dan een uiting van loyaliteit aan de bestaande orde.

Du Boisiaanse deal

Kortom, fascisme mobiliseert mensen langs raciale lijnen, en speelt mensen tegen elkaar uit om revolutionair potentieel te onderdrukken. De middenklasse kiest niet voor solidariteit met mensen die nog sterker uitgebuit worden, maar is, uit angst sociaal-economisch te vallen, solidair met het kapitaal. Het laat de eigendomsverhoudingen intact en laat zich raciaal mobiliseren als ‘de echte mensen’, het ‘volk’, ten opzichte van de raciale ander. Niemand die het over ‘het probleem migratie’ heeft, hoor je over de noodzaak het kapitalisme te beëindigen. Daar is geen reden toe zo lang er mensen zijn die harder gepakt worden, en dat is een project waartoe witte mensen zich telkens weer laten verleiden. 

Het werk van historicus en socioloog W.E.B. Du Bois is cruciaal om te begrijpen waarom fascisme momenteel opleeft. Du Bois wijst erop dat arbeiders in de VS in de negentiende en twintigste eeuw geen front vormden tegen het kapitaal. Dat was omdat witte arbeiders een deal met het kapitaal sloten. Die deal was: geen revolutionaire solidariteit met niet-witte arbeiders, en in ruil krijg je enkele kruimels van het kapitaal. Die bestonden vooral uit wat Du Bois een ‘psychologisch loon’ noemde: het symbolisch delen in de superieure status van witheid.

In de VS is één naam voor de deal die Du Bois beschrijft letterlijk de ‘New Deal’. Een andere naam is ‘verzorgingsstaat’. Die maakte het bijvoorbeeld in Nederland mogelijk om arbeiders te betrekken bij de natiestaat, terwijl die in een koloniaal project verwikkeld was, zoals recent in NRC betoogd door Josien Arts en Marguerite van den Berg.

Die Du Boisiaanse deal is door het kapitaal opgezegd. Ook voor witte arbeiders stokt het sociaal-democratische mobiliteitsproject: hun kinderen gaan het gemiddeld genomen niet beter krijgen dan zij, hun relatieve privileges gaan op de helling. Wat is er gebeurd? De financialisering en mondialisering van de economie heeft het enerzijds minder noodzakelijk gemaakt nationale industriële arbeiders kruimels kapitaal toe te spelen, en anderzijds heeft het kapitaal ontdekt dat verschulding minstens zo effectief is als het uitdelen van privileges. Verschulding – de massale toename van publieke en private schulden – betekent binding aan de orde en is een rem op revolutionair potentieel.

Het opzeggen van deze deal is het moment dat fascisme weer opleeft en waarop meer expliciet gemaakt wordt dat er privileges voor witte mensen, in het bijzonder witte mannen, dienen te zijn. Het moment waarop witte mensen proberen hun relatieve voordelen te consolideren nu ze die voordelen bedreigd zien.

Necropolitiek

Hoe speelt dit zich af binnen de parlementaire politiek? Het hele ‘politieke spectrum’ schuift telkens verder naar rechts op door te benadrukken dat ‘draagvlak’ belangrijk is. Dat het belangrijk is te ‘luisteren naar de mensen in het land’. Dat zijn codewoorden voor ‘witte mensen’, want alleen witheid houdt de paradoxale combinatie van ‘de mensen in de wijken van de grote steden’ en ‘de mensen op het platteland’ bijeen. Witte woede levert stemmen op: de electorale strategie is in feite het aanwijzen van mensen die slechter af zijn, zodat witte mannen hun eigen uitbuiting nog bereid zijn te incasseren. Je wordt genaaid, maar anderen worden harder gepakt. Zo is bijna dagelijks te zien dat op de Middellandse Zee zwarte en bruine mensen verdrinken, in een necropolitiek die exact dat tot doel heeft.

Daarbij is de propositie van de middenpartijen: stem op ons, want zij zijn de echte fascisten. Met andere woorden: er moet een beetje meer geweld zijn, ter voorkoming van het grote geweld van de gevreesde fascisten. Of het nu gaat om het racisme rond integratie of om de planetaire plundering van de stikstofvergiftiging en de mondiale opwarming: fascisten verwezenlijken hun programma voordat ze aan de macht zijn, omdat liberale politici bereid zijn op te schuiven en ‘de mensen’ tegemoet te komen. Telkens voeren liberale politici een Houdini-act op wanneer kiezers voor the real thing gaan, schuiven ze verder naar rechts en vinden ze manieren om samen te werken met degenen die ze claimen in te tomen: een gedoogkabinet, een buitenparlementair kabinet, een zakenkabinet.

Veel nuttiger dan proberen door middel van lijstjes met vinkjes te bepalen welke partij of persoon fascistisch is, is daarom een politiek perspectief waarin fascisme verschijnt als deze dynamiek binnen de liberaal-kapitalistische orde. Fascisme is de open horizon aan de rechterzijde van de liberale politiek, de dynamiserende kracht van de huidige orde. Er is dus geen fascistische toekomst te vrezen. Walter Benjamin zei al: „Dat het ‘zo verder’ gaat is de catastrofe.”

Source: NRC

Previous

Next