Home

In Denemarken lukte het wel om afspraken met boeren te maken over krimp van de veestapel: vier lessen voor Nederland

Wat in Nederland niet lukt, kan in Denemarken wel. Deense politieke partijen sloten deze week een akkoord over een CO2-belasting voor boeren, een unicum in de wereld. Ook werden ze het eens over een krimp van de veestapel. Wat kunnen we van de Denen leren?

is correspondent in Scandinavië en Finland van de Volkskrant. Hij woont in Stockholm.

Er was één man die afgelopen week trots rondliep op de klimaattop in Bakoe: de Deense minister voor Energie, Lars Aagaard Møller. Hij vertelde iedereen die het maar horen wilde over hoe even daarvoor zeven Deense politieke partijen, over rechts en links, het besluit hadden genomen een CO2-belasting voor boeren in te voeren. Dat is een wereldprimeur. Bovendien hadden de boeren zelf ook actief meegesproken, jubelde Møller tegenover journalisten. ‘Daarom weet ik zeker dat het ook echt gaat gebeuren.’

Het akkoord houdt in dat Deense boeren vanaf 2030 16 euro gaan betalen voor elke ton CO2-equivalent. Dat bedrag loopt op in 2035. Dat is niet het enige. De Denen hebben ook meteen een oplossing gevonden voor het slepende stikstofdossier.

Net als in Nederland bakkeleien Deense boeren, overheid en milieuorganisaties al jaren over het mestoverschot. Het voornaamste probleem in Denemarken is dat de wegvloeiende mest een ernstig zuurstoftekort in de fjorden veroorzaakt. De zorgelijke toestand van het water is in strijd met Europese afspraken. Nu stelt de Deense overheid 6 miljard euro beschikbaar, waarmee het voor boeren aantrekkelijk moet worden een deel van hun akkers te verkopen of in bos- en weidegrond te veranderen.

De Deense deal is, na jaren van discussie en verzet van boeren, een kleine revolutie. Het akkoord is ook een groot contrast met Nederland, waar een oplossing juist verder uit zicht lijkt. Hoe hebben de Denen dat voor elkaar gekregen?

1. Het is de polder, domoor

De basis voor het besluit ligt niet in het parlement, maar in de polder. Het waren boerenorganisatie Landbrug & Fødevarer en de Deense Natuurbescherming, samen met een trits andere maatschappelijke organisaties, die in juni een principeakkoord sloten met de regering. Vervolgens zocht de regering steun in het parlement.

Het idee voor een polderakkoord kwam van het centrumrechtse Venstre, traditioneel de boerenpartij in Denemarken. De partij werd intern verscheurd door het idee van een CO2-taks voor boeren en greep uit nood naar de polder. Die kent ook in Denemarken een lange traditie, in de vorm van overleg tussen werkgevers en de bonden.

‘We hebben sowieso een politieke traditie van compromissen sluiten, het zit in ons DNA’, zegt Emma Sander Poulsen, beleidsmedewerker bij de Deense Natuurbescherming. Poulsen bereidde voor haar organisatie de onderhandelingen inhoudelijk voor en was soms ook bij de gesprekken.

Bijgestaan door vijf ministers uit het Deense kabinet kwam dit ‘driepartijenoverleg’ (boeren, milieu en regering) voor de zomer zeker twintig keer bijeen in een zaal op het ministerie van Economische Zaken in Kopenhagen. Op tafel veel koffie, zoete broodjes en een bak snoep. Soms ook een glas wijn. ‘Het duurde vaak erg lang, soms tot in de nacht. De snoepjes hielden ons op de been’, zegt Poulsen.

De landbouwsector twijfelde aanvankelijk of ze mee zouden moeten praten, zegt Anders Panum Jensen, medeonderhandelaar namens boerenorganisatie Landbrug & Fødevarer. ‘Maar er was een duidelijke meerderheid in het parlement voor een CO2-belasting. En een overheidscommissie had radicale voorstellen gedaan voor de hoogte daarvan (150 euro per ton, red.), die zeer schadelijk waren voor boeren. Dus we dachten dat we veel te winnen hadden door mee te praten. Daarnaast geeft dit veel meer zekerheid. Anders krijg je misschien een scenario waarbij de regering iets doordrukt waar veel politieke en maatschappelijke weerstand tegen is. Dat zou een recept zijn voor een jarenlange giftige politieke stemming.’

Magnus Bredsdorff, die het proces volgde voor de krant Politiken, voegt toe dat ook onder het Deense volk brede steun bestaat voor het belasten van de uitstoot van boeren. De landbouwsector is goed voor een derde van de nationale uitstoot van broeikasgassen en voor de industrie geldt al een CO2-tax. ‘Daar komt nog bij dat veel Denen zich zorgen maken over de toestand van de fjorden, het water en de biodiversiteit. Er bestaat bijna geen land met zo weinig beschermde natuurgebieden op land als Denemarken.’

Het polderakkoord werd goed ontvangen, maar er was ook kritiek. Zo noemde een boerenleider de stikstofdoelen onrealistisch. Deze week lagen milieuactivisten alweer voor het ministerie: zij vinden dat er te veel concessies zijn gedaan aan de landbouwsector. Bredsdorff: ‘Niet iedereen is blij en het akkoord is niet perfect, maar de regering heeft wel de boeren en de milieusector om de tafel gekregen.’

2. Pak zowel CO2-uitstoot als mestoverschot aan

Het was aanvankelijk het plan om alleen over de CO2-belasting, waterkwaliteit en biodiversiteit te praten, maar bij aanvang drong de Deense Natuurbescherming erop aan ook het stikstofprobleem mee te nemen. ‘We zeiden: het is onzinnig om wel over natuurherstel, maar niet over stikstof te praten. De oplossing voor het kustwater is toch vooral minder mest’, zegt Poulsen.

Volgens journalist Bredsdorff was het accepteren van stikstofmaatregelen door de boerenlobby deel van een compromis. ‘De afgesproken CO2-belasting is veel lager dan voorgesteld door de experts en gaat ook nog eens twee jaar later van start. In ruil daarvoor kwam het kopen van land op tafel.’

In de lijst met maatregelen staat nu dat Deense boeren vanaf 2027 jaarlijks 14.000 ton minder stikstof moeten uitstoten. Iedere boer krijgt een uitstootplafond, waarbij de maximale uitstoot afhangt van de bodemkwaliteit en de afstand tot water. ‘Boeren die dichtbij een fjord wonen krijgen een strenger regime’, zegt Bredsdorff. ‘Dat betekent dat ze bijvoorbeeld op een ander gewas moeten overstappen of een deel van hun akkers moeten opgeven.’

Voor de boeren waren de gesprekken over stikstof het moeilijkst, zegt Jensen van de boerenorganisatie, omdat de maatregelen hoe dan ook zorgen voor een krimp van de veestapel. Het opgeven van 15 procent van de landbouwgrond noemt hij ‘een grote winst’ voor Deense Natuurbescherming. In ruil voor die concessie spraken de partijen af dat er voor de akkers die overblijven in de toekomst geen nieuwe regels bijkomen. ‘We vermijden zware regelgeving en al te hoge belastingen’, aldus Jensen.

Poulsen: ‘Daar vonden we elkaar. De boeren zien ook dat minder landbouwgrond de beste oplossing is. Tegelijk zijn ze het zat dat ze steeds weer nieuwe regels krijgen opgelegd.’

3. Pot met geld

Het Deense polderoverleg kon ook slagen omdat de ministers een zak met geld meenamen. De Deense regering maakt 6 miljard euro vrij voor de transformatie van boerenland naar natuurgebied. De stichting van de Deense farmaciegigant Novo Nordisk legt daar nog eens 1,3 miljard euro bij.

‘Het was de sleutel tot de oplossing’, zegt Jensen van de boerenlobby. ‘De verandering van landbouwgrond naar natuurgebied, met financiële steun van de overheid, is een oplossing voor zowel de CO2-doelen als het terugdringen van de stikstofuitstoot, terwijl de boeren gecompenseerd worden. Het is een win-winsituatie.’

Een belangrijk verschil met Nederland is dat het accent niet ligt op het uitkopen van boeren. Denemarken heeft daar weinig ervaring mee. Beleidsmakers zijn eerder in Nederland komen kijken hoe dat werkt. Toch gaat de voorkeur naar krimp van de veestapel door de productie per boer te laten dalen. ‘Voor veel boeren is het effectief om een deel van hun akkers op te geven, om zo de stikstofuitstoot te reduceren. Daar ligt de nadruk op. Maar er zullen ook boeren zijn voor wie de meest efficiënte oplossing zal zijn om hun boerderij te verkopen’, aldus Jensen.

4. Protestpartijen zijn gemarginaliseerd

Sinds 2022 hebben de Denen een ‘paarse’ centrumregering die bestaat uit de Sociaaldemocraten, conservatief-liberalen en een middenpartij. Hoewel deze coalitie een meerderheid heeft, wilde zij voor het polderakkoord steun van extra partijen, waarbij minstens een linkse en een rechtse partij moesten aanschuiven. Daar werd de afgelopen maanden over onderhandeld.

Wat hielp, is dat rechts-populistische partijen als de PVV, die zeer kritisch over of zelfs ronduit tegen klimaatbeleid zijn, in Denemarken gemarginaliseerd zijn. De Deense Volkspartij kreeg in 2015 nog een vijfde van de stemmen, maar haalde bij de vorige verkiezingen in 2022 slechts op het nippertje de kiesdrempel. Dat komt vooral doordat de grootste traditionele partijen, waaronder de Sociaaldemocraten, het strenge immigratiebeleid van de Deense Volkspartij hebben overgenomen.

De Deense boeren stemden traditiegetrouw op het klassiek-liberale Venstre. Een deel van hen stapte twee jaar geleden over naar een nieuwe partij, de radicaal-rechtse Deense Democraten, die zich opwerpt als voorvechter van het platteland. De partij haalde in 2022 8 procent van de stemmen.

De partij Deense Democraten profileerde zich als een van de felste tegenstanders van het Driepartijenakkoord, maar dat had weinig effect in de peilingen. Venstre, de traditionele boerenpartij, boekte daarentegen wat winst in de kieswijzers. Jensen, van de landbouwbond, zegt zich geen zorgen te maken over zijn achterban. Op de jaarvergadering, begin november, spraken de verzamelde boerenvertegenwoordigers hun steun uit voor de gemaakte afspraken.

Zijn advies voor Nederland? ‘Het belang van dialoog en het fundamentele idee dat je iets meer kunt krijgen als je een brede consensus hebt. Misschien moet je op korte termijn inleveren, maar de voordelen op lange termijn zijn groter. Als je die voordelen niet ziet, is het moeilijk die stap te zetten.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next