Home

‘De diepe wens van de allereerste minuut dat ik haar zag, voor haar te zorgen, ketste af op onvoorspelbaarheid’

Op een cursus voor notarissen voelt Huib zich onmiddellijk aangetrokken tot een medecursist. Van deze vrouw kan hij zielsveel gaan houden, voelt hij gelijk. Zij lijkt hem net zo te zien zitten, maar waarom gedraagt ze zich zo raadselachtig?

is journalist. Voor Volkskrant Magazine interviewt ze wekelijks mensen over liefde en relaties.

Huib (70): ‘Ze had een mooi regelmatig gezicht, zonder uitzonderlijk knap te zijn. Make-up, maar niet te veel. Ze droeg een rok met een bloes en een sjaaltje, laarzen en oorbellen, en in haar haar zaten vele tinten blond. Waar het ’m precies in zat, weet ik niet. Met een onmiddellijkheid die ik niet eerder had meegemaakt, voelde ik mij tot haar aangetrokken. Het was liefde op het eerste gezicht, meer dan zomaar een crush. Geen begeerte of dweepzucht, maar toewijding en trouw: elk lampje knipte aan. Ik wil voor haar zorgen, haar helpen, ging het door me heen. Geen idee waarom, want ze zag er bepaald niet hulpbehoevend uit.

De liefde van nu is een rubriek in Volkskrant Magazine over seks en relaties.

‘Net als ik nam ze die dagen deel aan een cursus voor notarissen. De opmerkingen die ze maakte, klonken scherp en slim. Van binnen juichte ik: ik doe een strik om je heen en neem je mee naar huis – wat natuurlijk een hysterische opwelling was, al helemaal in een setting als deze. Een schel verlichte ruimte met stoelen en tafels, veel mannen en een enkele vrouw. Ik luisterde naar de docent, maar keek naar háár, mijn ogen lieten zich alleen onder dwang terugsturen naar de powerpointpresentatie, en wanneer ik het even vergat, gingen ze weer en moest ik oppassen niet te staren. Waar de betovering precies uit bestond, dat moest ik nog ontdekken. Vaststond dat alle vrouwen met wie ik de laatste jaren gedatet had, bij haar verbleekten en ineens allemaal varianten leken van hetzelfde type.

Babbelen op de cursus

‘Tijdens de pauze van die eerste cursusdag, liep ik naar haar toe. Een openingszin had ik niet gerepeteerd. Ik vertrouwde erop dat alles goed kwam en dat kwam het ook. Zodra ik tegenover haar stond, begonnen we te babbelen, ik geloof dat het ging over de manier waarop we met onze klanten omgingen. Zij vond persoonlijk contact belangrijk, ik houd het graag zakelijk – dat soort dingen. Iedereen was alweer gaan zitten toen wij nog aan het praten waren. De docent moest ons komen halen.

‘Mijn vermoeden, daarvan raakte ik steeds meer overtuigd, was juist. Ik had vandaag de vrouw ontmoet van wie ik zielsveel zou kunnen gaan houden. Ik besefte wat een einzelgänger ik de laatste jaren was geworden; vrienden genoeg, maar wat voelde de liefde ineens fris en zoet. We hebben elkaar in de twee cursusdagen nog een paar keer kort gesproken, ik wilde me niet te veel opdringen.

‘Eenmaal thuis nam ik me voor twee weken te wachten met haar te bellen om er zeker van te zijn dat mijn gevoel echt was. Maar nog datzelfde weekend zag ik een onbekend nummer oplichten. Was dit mogelijk? Kon ik zo makkelijk liefde vinden? Haar telefoontje scheelde me twee weken. Twee weken van strategie bepalen en wachten. Al in de eerste minuten begreep ik dat ze geen partner had en weer een paar minuten later stelde ze voor om het weekend erop samen een hele dag door te brengen. Koffie, museum, borrel, eten, alles werd even geweldig, maar toen ik haar ’s avonds bij het station afzette en ik verrukt vroeg: ‘En, wat vond je ervan?’, antwoordde ze raadselachtig en koel: ‘Nu wordt de keuze bij mij gelegd.’

Vol goede hoop

‘Ik ben iemand die makkelijk contact maakt. Als ik mijn arm plagerig of vriendschappelijk om iemand heen leg, wordt dat meestal wel gewaardeerd. Het gaat ver om haar houding bij het afscheid afwerend te noemen, maar de drie slordige kussen op mijn wang waren niet bepaald bemoedigend. Toch was ik nauwelijks gealarmeerd. Nog zozeer vervuld van die ene sensatie die sinds die eerste ontmoeting mijn leven was. Daarbij: zij had het initiatief genomen en niet andersom, zij had voorgesteld een hele dag samen door te brengen, zij appte míj toch steeds, dit had gewoon tijd nodig. En tijd had ik genoeg.

‘Vol goede hoop bezocht ik haar de keer erop bij haar thuis, waar ze – ik zeg het er nog maar eens bij – míj had uitgenodigd. We deden boodschappen en gingen koken. Het was gezellig en huiselijk, samen door de paden van de supermarkt en thuis alles uitpakken en klaarzetten. Ik zag voor me hoe dit het begin zou kunnen zijn van de routine van de rest van ons leven. Maar de manier waarop ze aanraking vermeed en beschroomd en schutterig langs me heen liep in haar eigen woonkamer en keuken, leken die van iemand die niet alleen geen bezoek gewend is, maar eigenlijk liever alleen is.

‘En even later, toen ik op de bank zat, nam ze in een wijde boog tegenover me plaats. Wat stokbrood en een schaal snackjes als verdedigingslinie tussen ons in. Na een tijdje stond ik op, pakte haar losjes bij de schouders en zei dat ik het geweldig naar mijn zin had gehad die dag. Ze verstarde. Ik dacht: jongen, laat naar je kijken, je vergist je in deze vrouw, kap hiermee. En ook al trok ze tijdens het eten weer wat bij, liet ik de dag erop weten dat het me beter leek het hierbij te laten. Hoe gênant om achter een vrouw aan te blijven lopen die zo duidelijk liet blijken dat ze me niet moest.

Onnavolgbaar

‘‘Jij hebt bindingsangst’, kaatste ze terug. ‘Wie, ik?’, schreef ik terug. ‘Daag me niet uit, of ik kom je zoenen.’ Er volgden nog wat ontmoetingen, maar haar gedrag en de zinnen die uit haar mond kwamen waren allemaal even onnavolgbaar en tegenstrijdig. Wat betekende het toen ze moeite had met vrijen, maar wel zei dat ze een kind van me had gewild als ze jonger was geweest? Wat betekende het toen ze zei: ‘Als ik zeg dat ik niet wil, moet je gewoon doorzetten?’ Wat wilde ze? Dat ik me tegen haar zin aan haar opdrong?

‘De diepe wens van de allereerste minuut dat ik haar zag, voor haar te zorgen, haar van een onbekend gewicht af te helpen, ketste af op onvoorspelbaarheid en ijzige afstandelijkheid, en dat begon me te frustreren. Al die mooie belevenissen ten spijt – die ene keer bijvoorbeeld dat we op één gedeeld handdoekje een hele dag op het strand lagen, niet zomaar leuk, maar geweldig – peerde ik hem, uit zelfrespect. Wat er ook met haar was gebeurd, liefde is niet altijd genoeg. Soms is de ander niet te helpen.’

Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Huib ­gefingeerd. Wil je meer van deze verhalen horen? Luister dan ook naar onze podcast De liefde van nu.

OPROEP

Van eenmalige avonturen tot langlopende relaties: Corine Koole is voor deze rubriek en de gelijknamige podcast op zoek naar verhalen over álle soorten liefde en bijzondere ervaringen die (ook bij jongere lezers) tot nieuwe inzichten hebben geleid.

Meedoen? Mail een korte ­toelichting naar: deliefdevannu@volkskrant.nl.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next