De Vlaamse auteur schreef succesvolle romans, maar kreeg veel kritiek toen ze vertelde over vermeend misbruik in haar jeugd. Nu is er het deels aangrijpende Het wordt beter, waarin ze nogal kritiekloos de inzichten beschrijft die ze opdeed in (niet altijd bewezen) therapieën.
Toen Griet Op de Beeck in de herfst van 2017 bij De wereld draait door vertelde dat ze tussen haar 5de en 9de seksueel was misbruikt door haar vader, kreeg ze een storm van reacties over zich heen. Sommigen vonden het moedig dat ze haar persoonlijke verhaal publiekelijk durfde te delen, anderen twijfelden of haar in therapie ‘hervonden herinnering’ wel klopte.
Met dit optreden hoopte de Vlaamse auteur, die toen al drie zeer succesvolle romans op haar naam had staan, erkenning te krijgen voor wat haar als kind was overkomen. ‘Maar het hele gebeuren voelde voor mij nooit als erkenning, natuurlijk ook omwille van de hatelijke reacties van stemmen in kranten’, schrijft ze in Het wordt beter – Hoe je vrij en voluit kunt leven. In dit lijvige non-fictieboek vertelt ze hoezeer het misbruik haar leven heeft beïnvloed en hoe ze de gevolgen daarvan te boven is gekomen. Haar levensverhaal wisselt ze af met beschrijvingen van therapieën die ze heeft gevolgd en de inzichten die ze heeft opgedaan.
Griet Op de Beeck groeide op in een huis ‘dat knetterde van de opgestapelde eenzaamheid, van de onvervulde noden, van de rusteloze angst (…).’ Ontreddering en onveiligheid beheersen het leven van een angstig meisje, dat op school elke pauze op het toilet doorbrengt en geen vrienden heeft.
Ze gaat naar de universiteit, studeert af, vindt een baan in het theater, krijgt een vriend, maar heeft geen idee wie ze is en wat ze wil. Ze kan zich niet echt verbinden met anderen, heeft suïcidale gedachten en ontwikkelt een eetstoornis. Jarenlang bezoekt ze een therapeut, zonder resultaat. Op aanraden van een vriendin besluit ze dan zelf maar een therapieopleiding te volgen. Ze koopt ‘twee te dure therapiestoelen’, zet een advertentie op sociale media voor cliënten, en gaat aan de slag.
‘En toen gebeurde er een klein wonder dat de poorten naar de wereldtop voor mij openzette’, schrijft ze. Ze ontmoet Esther Perel, de beroemde relatietherapeut, die haar uitnodigt om naar New York te komen en een sessie van haar podcasttherapie bij te wonen. Daarna volgt Op de Beeck haar naar Costa Rica, voor een traumatherapie.
Inmiddels zijn we in het tweede deel van het boek beland, waarin Op de Beeck minutieus, in pagina’s lange dialogen, verslag doet van de therapieën die ze volgt, in ademloze bewondering voor de toptherapeuten: Bessel van der Kolk, Gabor Maté, Richard Schwartz, die haar nieuwe vrienden worden. Equitherapie, systeemtherapie, genogram, familieopstellingen, Internal Family Systems: het komt allemaal aan bod.
Kritiekloos en cherrypicking citeert ze onderzoeken over de geweldige effecten van de therapieën, zonder enige bronvermelding. ‘Studies hebben veelvuldig aangetoond’, beweert ze, of: ‘Ik geloof absoluut in de waarde van genogram.’ Dat veel effectstudies lijden aan methodologische tekortkomingen – te kleine steekproef, zelfrapportage, geen controlegroep – en er dus weinig empirisch bewijs is voor het succes van deze therapieën, vermeldt ze er gemakshalve niet bij.
Door de openhartige wijze waarop Griet Op de Beeck haar gekwelde emotionele leven beschrijft is Het wordt beter deels een aangrijpend boek; het is ook deels een informatief boek, vooral wanneer ze kort een relevante psychologische theorie uitlegt, zoals de hechtingstheorie van John Bowlby. Maar zodra ze, vooral in het tweede deel, als zelfbenoemde deskundige de meest uiteenlopende therapieën becommentarieert, wordt het boek wollig en wijdlopig.
En wat is het slecht en slordig geschreven. De lezer, die geregeld vragend wordt toegesproken (‘Is Somatic Experiencing iets voor jou?’) moet zich voortdurend door lange, meanderende en grammaticaal gebrekkige zinnen worstelen, die uitblinken in jargon. Vooruit, hier komt er een: ‘En door ook nog nieuwsgierig te zijn naar wat maakt dat dat deel bij je partner in actie is geschoten, kan je bijvoorbeeld ontdekken dat het numbing deel probeert je partners zesjarige zelf te beschermen die leert offline te gaan als zijn ouders ruziemaakten.’
Om de lezer te overtuigen van de waarde van de therapieën strooit Op de Beeck met superlatieven en drogredenen, op het dweperige af: ‘Marcus is zonder twijfel een van de indrukwekkendste therapeuten die ik ooit heb ontmoet.’ En: ‘Oké Licia is een vriendin maar echt dat doet ze geweldig goed.’ Ongetwijfeld heeft Griet Op de Beeck, zoals ze zelf zegt, ‘schitterende gesprekken’ gevoerd met haar boeiende vrienden aan de wereldtop, maar als schrijvende gids voor wie vol en vrijuit wil leven schiet ze hopeloos tekort.
Griet Op de Beeck: Het wordt beter – Hoe je vrij en voluit kunt leven. Prometheus; 384 pagina’s; € 23,99.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant