Het grootste voordeel van papieren boeken boven digitale is dat je er zo lekker in kan strepen en vouwen, iets wat ik tot afgrijzen van mijn (dan opeens) keurige huisgenootje graag mag doen. Zo valt een reeds gelezen boek meteen open bij de interessantste passages. Mijn exemplaar van De Toverberg telt er 78, niet eens zo veel voor een boek van 928 bladzijden.
Deze maand is het honderd jaar geleden dat dit meesterwerk van Thomas Mann verscheen, over de jonge Duitser Hans Castorp die in het Zwitserse Davos zijn tuberculeuze neef Joachim bezoekt. Hij is van plan drie weken te blijven, maar het worden zeven lange jaren, die zich bij gebrek aan afwisseling aaneenrijgen tot een amorfe brij waarin alleen de zondag voor houvast zorgt, want dan wordt de post uitgedeeld.
Het verhaal speelt zich grotendeels af in de aanloop naar de Eerste Wereldoorlog. Terwijl de tbc-lijders zich in hun gesloten wereld hoog in de bergen door de ijzeren regelmaat van de dagen laten dirigeren, klinkt beneden het onheilspellende gerommel van een ineenstortende wereldorde.
Als Castorp niet aan het fantaseren is over de Russische Klavdia Chauchat of zijn neef lastig valt met bespiegelingen over de tijd – ‘De ruimte nemen we waar met onze organen, met onze gezichts- en tastzin. Mooi. Maar hoe zit het met ons tijdsorgaan? Wil je dat eens vertellen? Zie je wel, nu zit je klem’ (fijn, zo’n vouwtje) – neemt hij de toestand in die wereld door. Met name luistert hij naar de innemende humanist Lodovico Settembrini, die zijn jonge vriend uitlegt (vouwtje) dat in die wereld twee principes met elkaar aan het strijden zijn: de macht en het recht, de tirannie en de vrijheid, het bijgeloof en de kennis, het principe van het behoud en dat van de vooruitgang. Zo was het, zo is het en zo zal het zijn.
De doemdenker die meent dat de wereld er nog nooit zo slecht voor stond als nu, moet deze 100-jarige maar eens lezen. Ook als je het boek al hebt gelezen – juist dán, Mann zelf achtte twee lezingen noodzakelijk om echt van de roman te kunnen genieten.
Komende week brengt de Arbeiderspers een gebonden jubileumeditie uit. Het nieuwe omslag is, net als het oude, ontworpen door Nico Richter, die zich dit keer liet inspireren door de illustratie van F. Kuttner voor een Amerikaanse uitgave. De vertaling van Hans Driessen is gelukkig onveranderd gebleven. Vouwtje: ‘Omwille van goedheid en liefde mag de mens de dood geen macht geven over zijn gedachten.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns