Als ik met expats praat, hoor ik bijna altijd dat het moeilijk is om er bij Nederlanders ‘tussen’ te komen. De vriendengroepen zijn al gevormd, en anders dan bijvoorbeeld onder Amerikanen heerst er geen sfeer van ‘kom anders ook naar de barbecue, dan leer je wat nieuwe mensen kennen’. Nederlanders zijn aardig, maar het is moeilijk om dieper te komen dan de oppervlakte.
Het ten onrechte als typisch Nederlands ervaren woord ‘gezellig’ betekende in de 14de eeuw meer iets als ‘vertrouwd’. Dat legt iets bloot: pas als je vertrouwd bent, mag het leuk worden. Maar hoe word je vertrouwd?
Dit hebben ook de expats meegemaakt die hier vanuit Marokko in de jaren zeventig de Nederlandse economie kwamen versterken. Dat, in combinatie met racisme en xenofobie, heeft ervoor gezorgd dat er over de kleinkinderen van deze groep wordt gezegd dat ze een integratieprobleem hebben. Ik denk dat het andersom is: Nederland heeft een gezelligheidsprobleem.
Source: Volkskrant columns