Home

De pastoor betoogt dat de opvang van jonge ontheemden in een kerkelijke traditie staat

Licht brandt in de pastorie waar de minderjarige asielzoekers rond Sinterklaas worden verwacht. Rond de monumentale houten kerk uit 1922 lopen bouwvakkers in gele jassen. Het werk lijkt bijna klaar. Vraag je de mannen in het geel hoe het het gaat, dan schrijft een van hen het nummer van een woordvoerder op een briefje.

Niemand praat. ‘Het ligt heel gevoelig’, zegt een buurvrouw. ‘We hebben geen behoefte aan commentaar’, zegt een ander. Enkele buren zijn actief in een nieuwe stichting die volgens de officiële stukken bijdraagt aan ‘de cohesie en het leefplezier van de bewoners’.

Over de auteur
Ana van Es is rondreizend columnist voor de Volkskrant. Eerder was ze onder meer correspondent in het Midden-Oosten.

Deze stichting wil niet dat op het terrein van de Rooms-Katholieke Antoniuskerk twintig tot dertig minderjarige asielzoekers komen wonen. ‘Jongens in de brugklasleeftijd die zonder ouders hun thuisland zijn ontvlucht en voor wie geen plaats is in een pleeggezin’, verduidelijkt het Centraal orgaan Opvang Asielzoekers, het COA.

In Noord-Hollandse duindorpen zijn bewonersstichtingen in zwang als het gaat om verzet tegen de komst van asielzoekers. Vlakbij, in Santpoort-Zuid, bestaat ook zo’n stichting, met een ruim budget voor rechtszaken. De gemeente daar heeft een nieuwe voorkeurslocatie voor de asielopvang op het oog. Geen dure woonwijk meer, maar een afgelegen camping.

Aerdenhout is één van de rijkste dorpen van Nederland. Rondom de kerk, aan de Sparrenlaan en in de straat erachter, staan villa’s; sympathieke kasten van begin vorige eeuw. Ook moderne witte loeders, voor tweemiljoenplus gekozen uit een Ikea-gids voor villa’s. Verder veel gewone huizen, binnen bereik van tweeverdieners die Amsterdam willen ontvluchten.

Een buurtbewoner die wel praat, filosoof Marlies ter Borg – zonder omhaal omschrijft ze zichzelf als ‘oud geld’ – ziet de kwestie zo: sommige mensen hier hebben hun huis gekocht ‘op de top van de markt’, met ‘een hoge hypotheek, maar dat mag je niet zeggen’. Met de buitenlandse tieners op het kerkterrein zijn ze bang voor waardedaling, dat zit diep.

Een petitie van de stichting, ingediend bij de gemeenteraad, werd ondertekend door inwoners van Aerdenhout. Hun motivatie: er is genoeg plek ‘in andere delen van de wereld’; ‘een pand van 4 miljoen is een wat overdadige huisvesting voor asielzoekers’; ‘Nederland is te vol’; ‘ergens houdt het op’.

Nu grijpt de stichting naar een kort geding om te voorkomen dat de asieljongeren vanaf Sinterklaas in de pastorie wonen. De parochie in Haarlem, die de pastorie en een bijgebouw van de kerk aan het COA verhuurt, kreeg een dagvaarding met tientallen bijlagen.

‘Wij zijn helemaal niet tegen de opvang van asielzoekers’, probeert de voorzitter van de stichting. Alleen ‘dertig jongeren, dat vinden wij bezwaarlijk’. De stichting procedeert lang niet namens alle omwonenden. De voorzitter woont bijna naast de kerk, net als een medestander. Andere sympathisanten wonen verderop, zij kunnen de pastorie niet horen of zien.

Hoe maak je hier een rechtszaak van? Door een greep te doen in de juridische folklore van Aerdenhout. De stichting beroept zich tijdens de rechtszaak op twee erfdienstbaarheden die sinds een eeuw op veel grond in het dorp rusten. Zo kunnen volgens een verplichting uit 1904 slechts ‘herenhuizen’ worden geduld op het ‘villaterrein’ dat een landelijk karakter draagt. Een akte uit 1918 rept van een verbod om ‘pensions’ en ‘sanatoria’ te vestigen.

‘Een opvanglocatie kan onmogelijk worden uitgelegd als een herenhuis’, stelt de advocaat van de stichting. En: ‘dertig kleine kamertjes, dat laat zich vergelijken met een pension.’ Je kunt het natuurlijk altijd proberen. De parochie heeft in tegenstelling tot de stichting geen advocaat.

Na anderhalf uur discussie over de juridische definitie van een ‘herenhuis’, grijpt de pastoor het woord. Hij vraagt zich af waar het hier nu echt over gaat. En hij wil kwijt dat de opvang van jonge ontheemden in een lange kerkelijke traditie staat.

Niemand begint over cohesie in de buurt. Marlies ter Borg vraagt zich af hoe het zal gaan. Stel dat de rechter volgende week besluit dat de jonge vreemdelingen mogen komen. ‘Hoe willen ze ermee verder? Dan zijn die jongeren hun buren, ze wonen er bijna naast.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next