Home

Geen dak boven je hoofd, maar wel goed geknipt – met dank aan de Rotterdamse straatkappers

Met een grote kappersbus rijden ‘straatkappers’ Auke van Harten en Sjoerd de Vries door Rotterdam om dakloze mensen gratis te knippen. Want een goed kapsel, dat geeft zelfvertrouwen. ‘Wie op straat leeft, geeft heus óók om zijn uiterlijk.’

is regioverslaggever van de Volkskrant in de provincie Zuid-Holland.

‘Weet je zeker dat het dan niet te koud wordt deze winter?’, vraagt straatkapper Auke van Harten (34). Nee, zegt Andy, een lange, magere man die al jaren geen vaste verblijfplaats heeft. ‘Daar heb ik mijn muts voor.’ Andy weet wat hij wil: ‘Alles eraf, dat staat mij veel beter.’ Met enige bescheidenheid voegt hij daaraan toe: ‘Dat vind ik dan, hè.’

Andy kan in de verste verte geen kapper betalen. ‘Ik heb niet eens geld voor een warme maaltijd van 2,25 euro van de opvang. Ik leef op chips, snoep, koeken en noedels. Dus een gratis knipbeurt, dat zijn voor mij de goede dingen.’

Met een peukie in zijn mondhoek neemt hij plaats in de bus van de Straatkapper, die voor de deur van de daklozenopvang Nico Adriaans Stichting (NAS) in Rotterdam staat geparkeerd. Zojuist heeft Andy nog even crack zitten roken in de drugsgebruikersruimte van de NAS, nu kan hij zich alweer verheugen op een nieuw uiterlijk.

Gratis geknipt

Sinds 2017 knipt kapper Auke van Harten samen met een compagnon gratis mensen die thuisloos zijn, of ernstige financiële problemen hebben. Sinds kort heeft de Straatkapper, zoals het duo zichzelf noemt, een fonkelnieuwe elektrische bus. Daarmee rijden ze langs de daklozenopvang, GGZ-instellingen en andere plekken waar hun doelgroep zich ophoudt.

De imposante grijze bus is met hulp van netwerkorganisatie Handen van Humanitas mogelijk gemaakt door allerlei bedrijven: van haarverzorgingsmerk Schwarzkopf tot de Rotterdamse New York Barbershop. Stichting Humanitas betaalt ook het salaris van de straatkappers. ‘Hoofd voor hoofd de wereld veranderen’, staat in beloftevolle letters op de bus.

Van Harten is zichtbaar trots op zijn mobiele kapperszaak. ‘Hier knippen wij mensen die vaak op straat door iedereen voorbij worden gelopen. Uiterlijk speelt een grote rol of je wel of niet iemand aanspreekt. Met een goede knipbeurt krijgt iemand die op straat leeft hernieuwd zelfvertrouwen – en zo hopen we de kloof tussen mensen te verkleinen.’

Het is een misvatting dat mensen die op straat leven niet veel meer om hun uiterlijk geven, zegt dakloze Andy, terwijl hij toekijkt hoe de straatkapper de ratelende tondeuse op zijn schedel zet. Integendeel. ‘Ik mag dan dakloos zijn, maar dat betekent niet dat ik me moet verwaarlozen.’ Tevreden kijkt hij even later naar het eindresultaat: mooi gladgeschoren. ‘Het ziet er veel beter uit zo’, zegt hij. ‘Dat vind ik dan hoor.’

Vreemde verzoeken

Straatkapper Van Harten ziet dat de beslotenheid van de bus zorgt voor een intieme setting, waarin de daklozen de ruimte krijgen om een goed gesprek met hem te voeren. En dat hij af en toe ook vreemde verzoeken van zijn gasten krijgt, vindt hij alleen maar mooi.

‘Laatst wilde een man de hele achterkant van zijn haar eraf, omdat hij bovenop toch al kaal was. Het haar aan de zijkanten wilde hij dan wel weer behouden. Nou ja, oké.’ Een andere dakloze wilde per se dat de kapper om zijn enorme staart met klitten heen knipte. ‘Hij noemde die staart zijn salamander. Die salamander wist alles, dacht hij, en voorzag hem van advies als er iets was.’

Dat soort rariteiten zijn niet besteed aan Wendel, een joviale kerel met kort kroeshaar en gele brillenglazen die de bus komt binnenlopen. Hij wil graag dat zijn baard netjes wordt bijgetrimd. ‘Je hebt je wel al even geschoren vandaag, of niet?’, vraagt Van Harten hem. ‘Yes, man, elke maandag moet ik me scheren.’ Wendel zucht. ‘Ondanks alles.’

Hij legt uit waarom hij zich aan zijn wekelijkse ritme houdt. ‘Als je een serieus gesprek moet voeren, moet je zorgen dat je er fatsoenlijk uitziet. Als je niet onder jouw mensen bent, zeg maar. Als je praat met een hulpverlener of een mogelijke werkgever.’

Op de rails

Dat laatste is extra belangrijk voor Wendel. Binnenkort hoopt hij weer aan de slag te kunnen, om zijn leven op de rails te krijgen. ‘In het magazijn, als hovenier of bij McDonald’s, dat maakt me niets uit.’ Met een strakke baard loopt hij vrolijk de bus uit. Hij bedankt Van Harten. ‘Dit is een fijne gozer’, roept hij hard over straat. ‘Een hele fijne gozer!’

Lachend kijkt Van Harten hem na. Hier doet hij het voor. Al tijdens zijn opleiding tot medewerker maatschappelijke zorg (mmz) bedacht zijn kompaan Sjoerd de Vries het plan om straatkapper te worden, geïnspireerd door een Canadees voorbeeld.

Van Harten ging aanvankelijk nog werken in de gehandicaptenzorg, maar deed er een kapperscursus naast. Op straat leerde hij het echte werk. ‘En toen we in contact kwamen met Humanitas, bleek dat we dit fulltime konden gaan doen.’

Tegenslagen

Dan neemt de 54-jarige Amro in de bus plaats. Al 39 jaar leeft hij op straat, zijn leven is doorspekt met tegenslagen. Hij moest dwangarbeid uitvoeren, werd vaak bestolen en ooit midden in de nacht ineens in zijn buik gestoken. Amro’s grootste probleem is dat hij werd geboren in een woonwagen (‘in de buurt van de Pyreneeën’) en niet is geregistreerd in de basisadministratie. Hij is ongedocumenteerd: voor de overheid bestaat hij niet. ‘Moeilijk, moeilijk, dit leven, man.’

Het is allemaal niet te zien aan zijn mooie peper-en-zout-kleurige kapsel. Dat overigens wel een knipbeurt kan gebruiken. ‘Ik ben op zoek naar iemand met wie ik een kind kan krijgen’, zegt Amro. Er is wel een vrouw in zijn leven, maar zij is lesbisch en verlangt alleen naar het kind – niet naar Amro. ‘Dat wil ik niet. Ik ben op zoek naar een normale relatie, tot de dood ons scheidt.’

Als Van Harten met de spiegel hem zijn nieuwe kapsel laat zien, lacht Amro. ‘Ik ben ineens vijf jaar jonger. Dank je wel, man, hartstikke bedankt. Daar ben ik blij mee.’ Trots beent hij de bus uit – op zoek naar de ware liefde.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next