Nederlandse mannen met ouders die buiten Europa zijn geboren, hebben in hun carrière het meeste last van economische tegenwind. Zij komen dan nog minder snel aan een vaste baan dan anderen. Dat kan ook op de lange termijn doorwerken.
Dat het voor mannen veel uitmaakt of zij afstuderen in economisch slechte of juist economisch goede tijden, blijkt uit onderzoek van statistiekbureau CBS. Dat vergeleek groepen die in de jaren 2007 en 2008 afstudeerden met andere die in 2012 en 2013 afstudeerden.
In de jaren 2012 en 2013 ging het economisch gezien niet zo goed. Daardoor was er minder werk. Het werkloosheidspercentage liep toen op tot 8,2 procent en er stonden 95.000 vacatures open. Daardoor hadden afgestudeerden toen veel last om aan het werk te komen. En dat trof dus vooral de mannen van wie de ouders buiten Europa geboren zijn.
Drie maanden na hun afstuderen was de helft van deze tweede generatie mannen financieel onafhankelijk. Onder alle mannen die waren afgestudeerd, was dat 64 procent. Financieel onafhankelijk betekent dat zij minstens het wettelijk minimumloon verdienen op basis van een voltijd baan.
Vooral kinderen van Marokkaanse ouders voelden de economische tegenwind. Slechts 45 procent van deze groep afgestudeerden was binnen drie maanden financieel onafhankelijk.
Het tempo waarin afgestudeerden een volwaardige baan krijgen, kan van belang zijn voor de lange termijn. Hiervoor keek het CBS naar de afgestudeerde mannen uit 2007 - 2008, toen de arbeidsmarkt veel gunstiger was voor werkzoekenden.
Na veertien jaar is er nog steeds een verschil te zien tussen degenen die binnen drie maanden een baan vonden, en degenen die er langer over deden. Zij hebben vaak minder uren gewerkt en vaker hun werk onderbroken.
Degenen met een langzame aansluiting hadden in 2022 in totaal 20 procent minder gewerkt dan de mannen die na het afstuderen continu voltijd hebben gewerkt. Herkomst maakt hierbij uit: mannen van buiten-Europese herkomst met een langzame aansluiting hadden namelijk 30 procent minder gewerkt. Dat ligt volgens het CBS niet aan het onderwijsniveau of de studierichting.
Ook in het uurloon zijn na veertien jaar verschillen te zien tussen mannen die snel of langzaam werk hebben gevonden, al wegen onderwijsniveau en studierichting zwaarder mee voor het salaris.
Een verklaring voor de verschillen tussen groepen kan discriminatie zijn, stelt het CBS. Daarvoor verwijzen ze naar eerder onderzoek waaruit blijkt dat sollicitanten met een buitenlands klinkende naam minder vaak worden uitgenodigd om te solliciteren dan mensen met een Nederlands klinkende naam.
Uit eerder onderzoek bleek al dat de tweede generatie mensen van buiten-Europese herkomst het moeilijker heeft met het vinden van werk in Nederland. Dat zijn mensen die zelf in Nederland zijn geboren, en wiens ouders uit bijvoorbeeld Marokko, Turkije of de Nederlandse Cariben komen.
Onderzoekers van statistiekbureau CBS hebben ditmaal ingezoomd op mannen en het verloop van hun carrières tijdens verschillende economische omstandigheden. Voor vrouwen geldt dat andere factoren bepalender zijn voor hun loopbaan, zoals de vorming van een gezin.
Source: Nu.nl economisch