Home

Rechter buigt zich over levering wapens aan Israël: ‘Landen moeten oorlogsmisdrijven elders voorkomen’

Moet de Nederlandse staat meer doen om genocide in Gaza, en andere Israëlische schendingen van het internationaal recht, te voorkomen? Over die vraag buigt de rechtbank in Den Haag zich vrijdag, in een kort geding dat is aangespannen door een coalitie van Palestijnse en Nederlandse maatschappelijke organisaties.

is verslaggever van de Volkskrant en schrijft over asiel, migratie en de multiculturele samenleving.

De organisaties eisen dat Nederland per direct stopt met het leveren van wapens, wapenonderdelen en zogeheten dual-use-goederen (spullen die zowel civiel als militair kunnen worden gebruikt) naar Israël. Het gaat bijvoorbeeld om onderdelen van oorlogsschepen, maar ook nachtkijkers, of kogels die Nederland aan de VS verkoopt en via een omweg in Israël belanden.

Daarnaast willen ze dat er een verbod komt op alle handels- en investeringsrelaties met de illegale nederzettingen, en dat Nederland andere landen aanspoort om soortgelijke maatregelen te treffen.

De coalitie, bestaande uit onder meer de Palestijnse mensenrechtenorganisatie Al-Haq, Een Ander Joods Geluid, SOMO en het Nederlands Palestina Komitee, wordt vertegenwoordigd door advocaat Wouter Albers. ‘We baseren ons op het genocideverdrag en de Geneefse conventies’, vertelt Albers. ‘Die verplichten landen om oorlogsmisdrijven en genocide elders te helpen voorkomen.’

Stap verder

Eerder dit jaar won een andere coalitie van maatschappelijke organisaties een rechtszaak tegen de staat. De rechter verbood Nederland toen om F-35-onderdelen te leveren aan Israël (via de VS kunnen die overigens alsnog in Israël terechtkomen). ‘Wij gaan een stap verder en willen dat alle handel in wapens en dual-use-goederen wordt gestaakt’, aldus Albers. ‘Ook als die via andere landen loopt.’

Juridisch is genocide in Gaza nog niet vastgesteld. Het Internationaal Gerechtshof (ICJ) oordeelde begin dit jaar wel dat er voldoende grond is om te onderzoeken of er sprake is van genocide; dat onderzoek zal jaren in beslag nemen. Maar ook als er alleen een vermoeden of risico bestaat, verplichten internationale verdragen derde landen al tot actie.

Dat risico is het afgelopen jaar meermaals vastgesteld. Een speciale VN-commissie bracht vorige week nog een rapport uit dat stelt dat het Israëlische optreden in Gaza ‘consistent is met de kenmerken van genocide’. De VN noemt onder meer de ‘massale burgerslachtoffers’ en beschuldigt Israël van het inzetten van honger als oorlogswapen.

Gisteren vaardigde het Internationaal Strafhof (ICC) bovendien arrestatiebevelen uit tegen de Israëlische premier Benjamin Netanyahu en zijn voormalig defensieminister Yoav Gallant, ze worden verdacht van misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden.

‘Landen zijn verplicht om maatregelen nemen, binnen het kader van wat mogelijk is, om genocide elders tegen te gaan’, aldus Marcel Brus, hoogleraar internationaal recht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Dat kan door te stoppen met het leveren van wapens, zoals de maatschappelijke organisaties eisen, maar ook door diplomatieke of economische druk uit te oefenen. ‘Ik denk dat de rechter zal erkennen dat Nederland meer moet doen’, zegt Brus. ‘Maar een rechter kan niet bepalen hoe de staat daar invulling aan moet geven, en wat Nederland precies moet veranderen in de betrekkingen met Israël.’

Handel met nederzettingen

De tweede eis waar de rechter zich vandaag over buigt, een verbod op handels- en investeringsrelaties met de illegale nederzettingen, volgt op een uitspraak van het ICJ van afgelopen zomer. Het hof oordeelde, in een niet-bindend advies, dat de aanwezigheid van Israël in Palestijns gebied illegaal is en dat alle 700 duizend kolonisten zich moeten terugtrekken uit de nederzettingen. In september nam de VN een resolutie aan die Israël oproept binnen een jaar gehoor te geven aan dit advies. Nederland onthield zich van stemming.

Het hof oordeelde ook dat derde landen niet mogen bijdragen aan het in stand houden van de illegale nederzettingen, bijvoorbeeld door het onderhouden van economische banden. Nederland voert al jaren een zogeheten ‘ontmoedigingsbeleid’, waarbij de regering bedrijven ‘adviseert’ geen handel te drijven met de illegale nederzettingen. De coalitie van maatschappelijke organisaties vindt dat veel te vrijblijvend en vraagt de rechter om een verbod.

‘Als de eisers kunnen aantonen dat handel en investeringen bijdragen aan het in stand houden van de nederzettingen, kan de rechter oordelen dat het in strijd is met internationaal recht’, aldus Brus. ‘Maar de vraag is opnieuw of de rechtbank vervolgens een handelsverbod op zal leggen, of het aan de regering laat om te bepalen welke maatregelen nodig zijn. Het is grijs gebied, en het is daarom een heel interessante zaak.’

Zaak van de regering

Het kabinet vindt dat de rechter niet op de stoel van de regering moet gaan zitten. ‘Het is aan de regering, gecontroleerd door het parlement, om het buitenlandbeleid vorm te geven’, zegt een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken. De woordvoerder benadrukt dat ‘het kabinet zich ernstige zorgen maakt over de ernst en de schaal van de oorlog in Gaza’, en ‘Israël consequent oproept zich aan internationaal recht te houden’.

Op de vraag of het advies van het ICJ aanleiding is om het beleid aan te passen, geeft de woordvoerder geen antwoord. Eerder zei minister van Buitenlandse Zaken Caspar Veldkamp daarover dat nog ‘te analyseren’. Advocaat Albers wil daar niet op wachten. ‘Er is een spoedeisend belang’, zegt hij. ‘Er vallen iedere dag doden in Gaza.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next