Home

De samenleving schreeuwt om normering rond sociale media, maar de overheid houdt zich op de vlakte

is verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over identiteit, polarisatie en extremisme.

In de strijd van ‘techgiganten tegen kinderbreinen’ is er behoefte aan een duidelijke richting van de overheid. En vooral: aan volwassenen die het goede voorbeeld geven.

Al jaren ontvouwt zich een ramp voor onze ogen zonder dat we er erg veel aan doen: tieners voelen zich steeds ongelukkiger, vooral meisjes melden in toenemende mate last te hebben van angst, depressieve gevoelens, overmatige stress en andere mentale klachten. Afgelopen week werd deze ‘genderkloof’ weer bevestigd door onderzoek van de Kinderombudsman.

De verklaringen zijn veelledig – prestatiedruk is slechts één van de opjagende factoren. Maar het bewijs wordt steeds sterker dat met name schermgebruik het verschil in mentale gezondheid tussen de seksen kan verklaren: jongens gamen en youtuben vaker, meisjes zitten vaker op sociale media als TikTok, Snapchat en Instagram.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Veel meer meisjes (47 procent) dan jongens (23 procent) zeggen dat sociale media een slechte invloed hebben op hun zelfbeeld. Meisjes zijn vatbaarder voor de perfect gefilterde levens en lijven die ze online tegenkomen en dat maakt ze onzeker. ‘Ik vind het best vervelend om te zien hoe knap anderen zijn’, is de hartverscheurende opmerking van een meisje uit Noord-Brabant in het rapport. Haar leeftijd: 11 jaar.

Gemiddeld zitten Nederlandse jongeren 6,5 uur per dag op hun smartphone, voor een kwart is dit zelfs meer dan 8 uur. Zij weten zelf ook dat dit exorbitant is. ‘Meer buiten zijn want de hele dag van 7.00 tot 21.00 op een scherm is niet goed’, zegt een jongen van 9 op de vraag wat hij zou willen veranderen voor jongeren. Velen zeggen dat zij behoefte hebben aan duidelijke grenzen als het gaat om smartphones.

Experts zijn tamelijk eensgezind over de maatregelen die hier tegenwicht aan moeten bieden: kinderen op latere leeftijd een smartphone geven, een hogere leeftijdsgrens voor sociale media (bijvoorbeeld 16 jaar), een telefoonverbod op scholen en strengere regulering van aanstootgevende content en verslavende algoritmes. En wellicht de belangrijkste: volwassenen die het goede voorbeeld geven.

Op alle niveaus is actie vereist, van de EU die de grote techconcerns aanpakt, tot ouders die op lokale schaal met elkaar afspraken maken, om zo de peer pressure het hoofd te bieden. De Kinderombudsman roept nu ook de overheid op om met ‘genderspecifiek’ beleid te komen, dat rekening houdt met de verschillen tussen jongens en meisjes. ‘Juist om alle kinderen en jongeren gelijke kansen te geven.’

De hele samenleving schreeuwt om duidelijke normering rond schermen en sociale media, maar tot nu toe houdt de overheid het op een halfslachtig telefoonverbod op scholen, een dringend advies dat scholen zelf kunnen invullen. Er lijkt sprake van angst om betuttelend te zijn. Maar waarom spreekt de overheid geen gewenste richting uit?

In Scandinavië is te zien dat het ook anders kan. Zweden adviseert om kinderen tot 2 jaar helemaal geen schermtijd te geven, en tot 5 jaar slechts een uur per dag. Noorwegen wil een minimumleeftijd van 15 jaar invoeren voor sociale media. Premier Jonas Gahr Støre spreekt van ‘een strijd van techgiganten tegen kinderbreinen’.

Over bijna elk onderwerp wordt tegenwoordig een cultuurstrijd gevoerd, maar hier zouden alle kampen elkaar kunnen vinden: niemand wil dat kinderen nóg langer op schermen zitten, en nog ongelukkiger worden.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next