Buiten, voor Ahoy in Rotterdam, demonstreren tegenstanders van oorlog en wapenindustrie. Binnen spreekt minister Brekelmans de bezoekers toe van de jaarlijkse defensiebeurs Neds. Voor het sinds jaren lijken alle ogen op deze beurs gericht.
is politiek verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over veiligheid, diplomatie en buitenlands beleid.
‘Wapens kunnen niet, Beurs dus ook niet, zeker niet in Rotterdam, helemaal niet met Israël.’ Zo heeft een vrouw die voor Ahoy demonstreert, de plek waar voor de 35ste keer de jaarlijkse defensiebeurs Neds wordt gehouden, het samengevat op haar plakkaat. Voordat de verslaggever met haar in gesprek kan, wordt ze er door een andere demonstrant op gewezen dat het eigenlijk de bedoeling is dat ‘alleen woordvoerders’ met de pers praten. Maar niet voordat ze de leus aan de andere kant van het plakkaat heeft laten zien, waar ze best trots op is: ‘Arms fair – arms are never fair’.
De jonge ‘woordvoerder’ Selma (haar achternaam wil ze niet geven) legt uit waartegen het protest is: ‘We protesteren tegen de wapenbeurs en tegen iedereen die het profiteren van oorlog mogelijk maakt. Deze wapenbeurs zorgt voor alle problemen in Palestina en nog veel meer gebieden. Als er geen Israëlische bedrijven waren, hadden we hier ook gestaan.’
Gevraagd of ze zich kan voorstellen dat Oekraïners juist meer wapens vragen omdat ze anders onder de voet gelopen worden, zegt ze: ‘Ja, dat frame komt vaak terug. Wij noemen dat oorlogspropaganda. Meer wapens leiden niet tot vrede maar tot meer escalatie, vooral in de oorlog tussen Oekraïne en Rusland. Als we echt veiligheid willen, moeten we stoppen met het sturen van Nederlandse wapens die worden gebruikt op Russisch grondgebied en stoppen met het uitbreiden van de Navo naar het oosten. En onderhandelen over vrede.’
Terwijl er in de vroege ochtend buiten Ahoy een lange rij deelnemers aan de beurs – onder wie veel militairen – wacht om binnen te komen, roept het groepje van dan circa zeventig betogers onder tromgeroffel toe: ‘Jullie hebben allemaal kinderbloed aan je handen!’ Terwijl een bestelbusje komt aanrijden om de protestleuzen op de ramen van Ahoy eraf te wassen, gooien demonstranten de eerste dranghekken om en grijpt de politie voor het eerst die dag in.
Binnen openbaart zich een hele andere wereld, een grote zaal vol stands van binnenlandse en buitenlandse defensiebedrijven. Ja, het stikt van de glanzende gepantserde voertuigen, raketten, munitiegranaten, uitgestald onder wervende leuzen. En tegen elke aanval, bijvoorbeeld met drones, is er ook een verdediging: ‘No one kills drones like EOS’, is de leus van het Australische defensiebedrijf. Het Israëlische Elbit Systems heeft onder meer een maquette van het Puls-raketlanceersysteem uitgestald waarvoor Nederland heeft gekozen. Daarnaast staat een raket waarvan de punt het hart van een pijltjesbord raakt: precisiemunitie.
Als Raymond Knops, de voorzitter van de Stichting Nederlandse industrie voor defensie en veiligheid (NIDV), de beurs opent, richt hij zijn eerste woorden tot de betogers buiten. ‘U bent de gelukkigen dat u in Nederland mag protesteren, als onderdeel van uw vrijheidsrechten. Die mensenrechten en veiligheid beschermen onze strijdkrachten, samen met de industrie, elke dag, voor iedereen.’ Hij krijgt er applaus voor.
De Neds-beurs, die al 35 jaar wordt gehouden, leidde net zoals de kleine Nederlandse defensie-industrie, in de twintig jaar van defensiebezuinigingen een beetje een kwijnend bestaan, maar nu lijken alle ogen erop gericht. Het heeft voor mensen uit de industrie en voor militaire belanghebbenden, ook uit het buitenland, vooral een netwerkfunctie. En het biedt een podium aan de veelal kleinere Nederlandse bedrijven die zich vooral met innovatie en technologie in de kijker willen spelen – en niet alleen op het gebied van drones.
Een daarvan is Optics11, een spin-off van de Vrije Universiteit in Amsterdam, die vandaag een overeenkomst tekent over een haalbaarheidsstudie van een gesleepte lineaire antenne voor de vier onderzeeboten die de Fransen gaan bouwen voor Nederland. Terwijl het akkoord getekend wordt, kijkt de ceo van Naval Group Pierre-Eric Pommelet met een minzaam glimlachje toe.
Ook minister van Defensie Ruben Brekelmans spreekt de beursgangers toe. Hij spreekt van ‘historische tijden’ waarin een fundamentele vraag beantwoord moet worden: ‘Wint agressie het in Europa of winnen de vrijheid en het principe van soevereiniteit?’ Hij spreekt over de ‘grimmige mijlpaal’ van duizend dagen sinds het begin van Poetins grote invasie. ‘Terwijl wij ons voorbereiden op de feestdagen in de warmte van onze huizen, gaan de Oekraïeners een koude winter in, vaak zonder elektriciteit. Helaas zijn er geen signalen dat die agressie afneemt, dus we kunnen ons geen enkele vorm van naïviteit veroorloven.’ De oorlog, zegt Brekelmans, ‘is niet alleen meer een oorlog tussen legers maar een oorlog tussen industrieën.’
Brekelmans geeft ruiterlijk toe dat het hem op dit moment ‘niet lukt’ de afgesproken 2 procent van het bruto nationaal product uit te geven. Hoewel iedereen op deze beurs in prachtige bewoordingen spreekt over de noodzaak van innige samenwerking tussen overheid en industrie, komen ook de stekeligheden en de moeilijkheden die er nog altijd zijn, aan de oppervlakte. Brekelmans erkent dat ‘de snelheid waarmee we onze vraag kunnen omzetten in contracten en leveranties een groot obstakel’ blijft. ‘Vaak kunnen bedrijven de levertijd die we verwachtten niet halen en komt er uitstel. Ik wil niemand de schuld geven, maar hoe kunnen we versnellen?’
Op de beurs zelf lopen genoeg vertegenwoordigers van de industrie rond die, zolang ze maar niet met naam geciteerd worden, willen zeggen waar zij tegenaan lopen bij defensie: Geen voorfinanciering, stroperige procedures en besluitvorming, en weinig tot geen begrip voor hoe bedrijven werken.
Zowel in de Europese Unie als in Nederland zelf wordt steeds meer nagedacht over cruciale defensiebedrijven en -technologie als nationale of Europese strategische goederen. Maar nu vanwege de verslechterende veiligheidssituatie snelle levering belangrijker is geworden, terwijl de Europese defensie-industrie nog opkrabbelt, wordt er in de praktijk toch heel veel in de VS en Israël gekocht, ook door Nederland.
En wapens kopen van Israël, dat vinden de betogers die zich de hele dag op straat roeren, totaal niet kunnen. En zo horen de beursdeelnemers niet alleen bij binnenkomst dat ze ‘kindermoordenaars’ zijn, ook bij vertrek krijgen ze het nog een keer ingesmeerd. ‘How can you sleep? Nederland financiert, Israël bombardeert! Shame on you, shame on you!’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant