Lange tijd stond de ‘zwarte kraai’ symbool voor de begrafenisondernemer. Maar tegenwoordig werken vooral vrouwen in de uitvaartverzorging. Wat trekt hen aan?
Marise den Oudsten (51) drinkt een kop thee aan de keukentafel in de woonkeuken van haar ‘afscheidshuis’ in Leeuwarden. De ruimte baadt in warm licht en het aardse interieur creëert een gemoedelijke sfeer. Alleen het koelbed in het midden van de kamer verraadt dat dit niet een woonhuis is, maar een huis waar overledenen worden opgebaard.
In het vrijstaande huis aan de rand van het centrum van Leeuwarden bepalen families zelf hoe ze afscheid van hun dierbaren nemen. ‘Nabestaanden mogen dag en nacht naar binnen’, vertelt Den Oudsten, zelfstandig uitvaartverzorger. ‘Ze kunnen hier zelfs koken en boven ligt speelgoed voor de kinderen.’
Het huis vormt een scherp contrast met de gemiddelde rouwkamer in een uitvaartcentrum, een wat kalere ruimte met voornamelijk stoelen. ‘Er zijn mensen die vasthouden aan traditie, maar je ziet nu dat het anders mag en anders kan.’
Den Oudsten is een van de vele vrouwelijke uitvaartverzorgers in Nederland. Waar een aantal decennia geleden vooral mannen het beroep van uitvaartverzorger uitoefenden, is inmiddels twee derde van de zelfstandig ondernemers in deze branche vrouw, blijkt uit cijfers die de Kamer van Koophandel (KvK) onlangs bekendmaakte. Het percentage ligt ruim boven het gemiddelde aandeel vrouwen (38 procent) in het Nederlandse bedrijfsleven.
Het gezicht van de uitvaartbranche is daarmee veranderd, zegt funerair historicus Wim Cappers, die onderzoek doet naar de geschiedenis van de dood in Nederland. ‘Binnenshuis waren vrouwen altijd wel bij de begrafenis betrokken. Overleden vrouwen werden namelijk door iemand van hetzelfde geslacht opgebaard. Maar voor de buitenwereld waren het mannen die het afscheid begeleiden.’
Het beroep werd vaak van vader op zoon doorgegeven, maar daar kwam in 1996 verandering in toen het vestigingsbesluit voor uitvaartondernemers werd geschrapt. ‘Sindsdien was het geen beschermd beroep meer en kwamen er ook zij-instromers die het anders wilden doen’, aldus Cappers. ‘Dat waren opvallend vaak vrouwen.’
Meestal komt het vak pas op de radar van starters wanneer ze een uitvaart bijwonen. Ook Den Oudsten had een uitvaart meegemaakt toen ze werd gegrepen door het ‘prachtige beroep’. Na de beroepsopleiding werkte ze enkele jaren als freelancer voor meerdere uitvaartbedrijven. In 2016 begon ze met Fender Uitvaart en heeft ze inmiddels ook twee afscheidshuizen.
Een daarvan staat langs een drukke verkeersader in Leeuwarden, maar door het gietijzeren hek en de naastgelegen sloot, die het huis scheidt van de buitenwereld, voelt het toch beschut. Ernaast ligt een begraafplaats. Meer toeval dan gepland, zegt ze.
Veel zij-instromers in de branche hadden eerst een andere baan, maar waren op een zeker moment in hun leven toe aan verandering. Zo ook Anja Luijcx (59), die samen met haar man een reclamebureau had. ‘Toen ik ouder werd, raakte ik daarop uitgekeken. Het is natuurlijk vreselijk commercieel. Je maakt dingen waarvan ik de relevantie niet meer inzag. Een folder ligt twee dagen later in de kattenbak.’
Een vriendin werkte bij een crematorium annex begraafplaats. ‘Dat is een hartstikke leuke en vrolijke vrouw, dus ik dacht dat het dan ook leuk werk moest zijn,’ verklaart Luijcx. Uiteindelijk belandde ook zij daar en kon ze, als algemeen medewerker, negen jaar lang achter de schermen meekijken. Met die kennis en de beroepsopleiding op zak begon ze zes jaar geleden Ambert Uitvaart in Almere.
Arianne van Dorth (59) wist daarentegen al vroeg dat ze uitvaartondernemer wilde worden. ‘Tijdens de puberteit had ik een periode waarin ik nadacht over welke muziek op mensen hun afscheid moest worden gedraaid.’ Tijdens de zoveelste reorganisatie bij de Rabobank, waar ze destijds werkte, diende het ideale moment voor een baanwissel zich aan. ‘Ik wist dat ik de pineut was. De kinderen waren ook groot genoeg, die gingen studeren. Toen heb ik de opleiding tot uitvaartbegeleider gedaan en ben in 2012 meteen voor mezelf begonnen met Onyx Uitvaart in Amsterdam.’
De afgelopen tien jaar groeide het aandeel vrouwen dat voor zichzelf begint in de uitvaart sterker dan het aandeel mannen (126 tegenover 34 procent), blijkt uit de cijfers van de KvK. Een eenduidige verklaring voor de aantrekkingskracht van het beroep op vrouwen is er niet.
Brigitte Wieman, directeur van de Branchevereniging Gecertificeerde Nederlandse Uitvaartondernemingen (BGNU), kan zich wel verklaringen voorstellen. ‘Dit beroep combineert de zorg voor mensen met de planning en coördinatie van een ceremonie, beide vakgebieden waarin veel vrouwen werkzaam zijn’, zegt ze. ‘Voeg hieraan nog toe dat dit werk vaak als betekenisvol wordt ervaren en je hebt een combinatie die veel vrouwen aanspreekt.’
De uitvaart verliep vroeger traditiegetrouw volgens een vast protocol, onder het motto: ‘Wij nemen u uw zorgen uit handen’, aldus Cappers. ‘Daar kwam eind 20ste eeuw verandering in. Toen ontstond het idee dat de dood een plek moest krijgen in het leven en daar een eigen invulling aan gegeven moest worden.’
Daarmee veranderde ook de positie van de begeleider. ‘Vroeger had de begrafenisondernemer een meer leidinggevende rol. Nu draait het echt om de familie’, zegt Den Oudsten in haar afscheidshuis in Leeuwarden. ‘Ik probeer altijd onzichtbaar aanwezig te zijn, maar wel een stapje naar voren te doen wanneer dat nodig is en wanneer ik mijn kennis kan toepassen.’
‘Ik merk dat nabestaanden liever een kleinschalig, informeel afscheid hebben’, zegt Anja Luijcx van Amber Uitvaart. ‘Ze willen niet meer allemaal op een rijtje zitten, geen kistdragers of honderden bezoekers.’ Volgens Den Oudsten is er tegenwoordig ‘veel meer ruimte voor persoonlijke invulling’.
Een uitvaart die Den Oudsten is bijgebleven, is die van een Friese melkboer die ‘totaal onverwachts’ en ‘veel te jong’ overleed. ‘Toen ik bij de verslagen familie over de vloer kwam, liep ik langs de schuur die uitkijkt op de koeienstal. Hij had zoveel passie voor zijn boerenbedrijf. Daarom stelde ik voor om de uitvaart daar te houden’, vertelt Den Oudsten
Tijdens de afscheidsdienst stond een foto van de boer op een hooibaal, met zijn overall en kaplaarzen. Bloemen in melkbussen en gasten zaten op zwarte klapstoeltjes, geloei van de koeien uit de naastgelegen stal. ‘Zijn afscheid in de koeienschuur was veel passender dan in de kerk in het dorp’, aldus Den Oudsten.
Sinds de uitvaartverzorging een vrij beroep is, met meer vrouwen, is de dood in Nederland langzamerhand ook kleurrijker en minder stijf geworden, zegt historicus Cappers. Dat komt tot uiting in onder meer de kleding.
‘Mannen droegen vroeger een zwart pak met hoge hoed. Hun bijnaam – ‘de kraaien’ – hebben ze te danken aan die puntige slippen aan de achterkant van hun jasje’, vertelt Luijcx. ‘Zo’n jas heb ik niet hoor. Ik heb wel een pak, maar het respect zit hem niet in hoe je eruit ziet of wat je draagt.’
Van Dorth krijgt van nabestaanden geregeld de vraag wat ze aantrekt. ‘Ze willen het soms niet zo formeel’, zegt ze. Daarbij denkt ze dat te formeel niet altijd passend is bij een uitvaart. ‘Bij een begrafenis van een kindje ga ik liever niet strak in pak. Je maakt veel eerder contact met mensen als je niet strak in pak bent, zeker met andere kindjes.’
Ook al raakt de dood steeds meer uit de taboesfeer, toch is het voor sommigen niet te begrijpen waarom iemand in de uitvaart zou willen werken, zeggen de uitvaartbegeleiders. ‘Er heerst toch de verwachting dat het altijd een sombere bedoening is. Maar met families maak je ook leuke dingen mee’, aldus Luijcx.
Tijdens de planning van een uitvaart van een oudere dame heeft zij weleens ‘tranen met tuiten’ gelachen met de zoon en schoondochter van die mevrouw. ‘Overal in huis lagen pakjes papieren zakdoekjes. Haar zoon grapte dat de zakdoekjesfabriek nu beslist failliet zou gaan, omdat zijn moeder zo’n grootverbruiker was.’
Toen Luijcx na een toiletbezoek terugkwam met nog meer zakdoekjes, veroorzaakte dat de nodige hilariteit. ‘Het is zo’n luchtige herinnering aan die mevrouw, en het helpt ook met rouwverwerking.’ Bij de uitvaart lagen op alle stoelen zakdoekjes die de gasten ter herinnering aan die mevrouw mochten meenemen. ‘Met sommige mensen kun je zeker grapjes maken, maar wel altijd met respect.’
‘Wat ik zo mooi vind aan mijn werk is dat ik op het levenspad van mensen mag lopen’, zegt Den Oudsten. Bij een van de ijkpunten op dat pad, de dood, wordt stilgestaan in het afscheidshuis in Leeuwarden.
Op het kastje tegenover de deur in de kamer op de eerste verdieping ligt een rieten mand gevuld met gedenkstenen. Op het mandje prijken de eerste twee regels van De steen van Bram Vermeulen: Ik heb een steen verlegd in een rivier op aarde. Het water gaat er anders dan voorheen.
Ook kronkelt er een vilten rivier op de kast. In de wit met blauwe aftakkingen rusten tientallen grijze stenen met namen van overledenen. Met het leggen van die steen gaan mensen nadenken over het verschil dat de overledene heeft gemaakt. Den Oudsten: ‘Op een moment van rouw zijn mensen zo puur. Dat is heel bijzonder om daarbij te mogen zijn.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant