Home

Met onbehaaglijk gevoel gaat het Joodse leven door: ‘Ik laat me niet verdrijven’

Verschrikkelijk, misselijkmakend en beangstigend: met een gevoel van onbehagen pakt de Joodse gemeenschap in Amsterdam het leven weer op na de rellen van 7 november. Het gesprek gaat veel over hoe het nu verder moet. ‘Het is alsof het weer 1937 of 1938 is.’

is verslaggever van de Volkskrant.

Met een doosje witte eieren en een halfje bruin onder de arm verlaten de bevriende Erin van de Poll (71) en Nico (87) de koosjere supermarkt Mouwes (‘(K)open op zondag’) in de Amsterdamse wijk Buitenveldert. ‘Heel graag’ willen ze reageren op de vraag hoe het gaat. Duidelijk is hun antwoord: ‘Verschrikkelijk.’

Twee weken na de ongeregeldheden in Amsterdam rondom de voetbalwedstrijd tussen Ajax en Maccabi Tel Aviv zegt het bevriende stel: ‘Het is zo ontzettend eng wat er gebeurt.’

Eng, vreselijk, beangstigend en misselijkmakend zijn woorden die voorbijkomen tijdens een rondgang door de Amsterdamse wijken Buitenveldert en De Pijp. Binnen en voor de deur bij koosjere supermarkten met challa’s, pindasnacks van het merk Bamba en wijn met een ORT-stempel (Onder Rabbinaal Toezicht) in de schappen vertellen klanten over hun ervaringen. Er klinken geluiden dat mensen niet meer met de taxi durven, dat ze sowieso liever binnenblijven.

De vraag of en hoe mensen in de Joodse gemeenschap hun leven aanpassen is de afgelopen dagen vaak gesteld, vertelt rabbijn Joram Rookmaaker van de Liberaal Joodse Gemeente en krijgsmachtrabbijn (de rabbijn bij Defensie) aan de telefoon.

Hoe nu verder

Hij benadrukt dat ‘één Joodse gemeenschap’ niet bestaat. ‘De Amsterdamse Joodse gemeenschap is hartstikke divers. Van Joden die hier werden geboren maar niets met het geloof hebben, tot Israëlische expats, van orthodox tot liberaal.’ Duidelijk is wel dat mensen praten over hoe het nu verder moet. ‘Ze spreken over een gevoel van onbehagen.’

Volgens het Centrum Informatie en Documentatie Israël (Cidi) wonen tussen de dertig- en vijftigduizend mensen met een Joodse achtergrond in Nederland. De meesten wonen in Amstelveen en in de Amsterdamse wijk Buitenveldert.

Voor de deur van Mouwes vertelt Nico, die niett zijn achternaam genoemd wil worden, dat hij 87 jaar geleden geboren werd in Keulen. Zijn familie vluchtte een jaar later naar Nederland, die vervolgens op dertien verschillende onderduikadressen verbleef. Zijn vader werd vermoord in Auschwitz, zijn grootouders in Bergen-Belsen.

Onrust

Vanuit zijn kamer in Beth Shalom, een Joods zorgcentrum in Amsterdam, bekeek Nico het debat in de Tweede Kamer en de persconferentie van premier Dick Schoof. ‘Ik vind de toon in Den Haag goed en Geert Wilders hard nodig’, zegt hij. ‘Zijn Joden nog veilig in Nederland? Nee. Sinds 7 oktober 2023 is veel veranderd in Amsterdam. Eerst die protesten bij de opening van het Holocaustmuseum, toen de rellen op de universiteit en de ongeregeldheden bij de 7 oktober-herdenking.’

‘Het is alsof het weer 1937 of 1938 is’, vult vriendin Van de Poll aan.

Nico vertelt dat zijn leven er nu niet anders uitziet. ‘Voor aanpassingen ben ik veel te oud.’ Drie keer per week maakt hij een ommetje naar de supermarkt, en verder is hij veel thuis.

Dat is anders voor een 22-jarige man die naast zijn mbo-opleiding in een winkel aan de Albert Cuypstraat werkt. ‘Ik ga me niet laten verdrijven vanwege angst’, is zijn eerste reactie. Toch wil hij niet met zijn naam in de krant, net als verschillende anderen. ‘En schrijf alsjeblieft niet op hoe ik eruitzie.’

Dertien camera’s

In de kleine koosjere supermarkt hangen dertien camera’s: elf binnen, twee buiten. Deze week kwam de politie geregeld kijken ‘hoe het ging’. ‘Er zijn geen plekken in de stad die ik ga vermijden omdat ik Joods ben. In Amsterdam Nieuw-West kwam ik sowieso al nooit. Ik draag geen keppeltje, alleen als het van mijn ouders moet. Ik heb alleen maar Joodse vrienden. Als ik met ze op pad ga, zijn we altijd voorzichtig. Deze stad is ook van ons, wij zijn hier allemaal geboren.’

De voorzichtigheid bij Joden in Amsterdam is niet nieuw, beaamt rabbijn Shmuel Katz uit Amstelveen aan de telefoon. ‘Ik zie dat wij door de geschiedenis een intern mechanisme hebben gekregen dat ons bij tegenslagen kracht geeft om verder te gaan.’

Dat het kabinet met een antisemitismeplan zegt te komen, lijkt hem nodig. ‘Ik denk dan aan het onderwijs, daar hebben we met z’n allen gefaald. Kinderen moeten leren over het verleden.’

Dezelfde winkels

Katz denkt dat ‘7 november’ meehelpt om mensen te laten inzien dat Joden bij Nederland horen. ‘Net als wie dan ook. Wij gaan allemaal naar dezelfde winkels en we bezoeken dezelfde scholen.’

Bij eethuis La Biss op de Albert Cuypstraat werpt een Israëlische vrouw met een zwart sjaaltje in het haar uien en tomaten in een pan op hoog vuur. Ze maakt pita’s met shakshuka voor twee klanten. Op televisie worden Hebreeuwse popnummers gezongen. Praten wil ze best, maar ook hier is het verzoek: zonder naam.

Op zoek naar avontuur

Met haar 14-jarige en 12-jarige dochters verhuisde ze twee jaar geleden van het zuiden van Israël naar Amstelveen. ‘We gingen op zoek naar avontuur. Natuurlijk keken we: waar is een Joodse school, waar is een grote Joodse gemeenschap, waar zijn we veilig? Ons antwoord was Amsterdam.

‘Inmiddels weet ik dat niet meer zeker. Mijn dochters gaan met de tram naar school. Ik heb ze gezegd dat ze geen Hebreeuws moeten praten met elkaar.’

Ze vertelt dat familieleden haar deze maand belden en om haar terugkeer naar Israël vroegen. Ze weet niet of het daar nu tijd voor is. Maar op haar hoede is ze.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next