is chef van de wetenschapsredactie van de Volkskrant.
Het is behalve moreel juist ook in het eigenbelang van rijke landen om te investeren in duurzame energie en klimaatadaptatie in armere landen.
De klimaattop in Azerbeidzjan verloopt allesbehalve soepel. Diverse regeringsleiders kwamen al niet opdagen. Bovendien ontketende de Azerbeidzjaanse president een diplomatieke rel door Frankrijk te beschuldigen van ‘misdaden’ en ‘neokolonialisme’ in onder meer Frans-Polynesië en het Franse territorium Nieuw-Caledonië. Nederland kreeg ook nog een veeg uit de pan, wegens veronderstelde verwaarlozing van het milieu in het Caraïbische gebied.
Het grote thema van deze klimaattop is geld. Om precies te zijn: hoeveel geld zijn rijke landen bereid te betalen aan armere landen voor onder meer een snellere overstap op duurzame energie en aanpassingen om verdere klimaatschade te voorkomen?
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
De deelnemende landen kwamen eerder overeen dat zo’n klimaatgeldstroom van rijk naar arm gewenst is. Rijke landen profiteerden historisch gezien het meest van fossiele brandstoffen en stootten de meeste CO2 uit. Arme landen lijden juist het meest onder de gevolgen van klimaatopwarming, zoals extreem weer en zeespiegelstijging.
In 2025 loopt de huidige afspraak – 100 miljard dollar per jaar van rijk naar arm – op zijn eind. Op de top in Bakoe moet een nieuwe afspraak worden gemaakt, maar er is grote verdeeldheid over de hoogte van de rekening en wie er precies aan moet meebetalen. Zo zijn sommige landen, die ooit golden als arm, dat nu niet meer.
De opkomst van populistische leiders wereldwijd maakt politieke overeenkomsten op klimaattoppen lastiger. Zo moet de aankomend president van de Verenigde Staten Donald Trump niks hebben van internationale klimaatproblematiek, net als de grootste partij van Nederland. ‘Geen miljardenuitgaven meer aan links-liberaal ideologisch beleid als stikstof en klimaat’, staat er in het partijprogramma van de PVV. En: ‘Geen miljarden meer weggooien naar het buitenland.’
Toch valt er ook met een ‘eigen land eerst’-mentaliteit veel te zeggen voor een stevig mondiaal klimaatfonds. Nederland barst van de bedrijven en instituten die daarvan kunnen profiteren, van baggeraars tot ingenieursbureaus.
Ook voor veel andere landen is klimaatproblematiek behalve een tobberig onderwerp óók een handelskans. Zo zullen landen met bedrijven die sterk zijn in irrigatietechnieken, windmolens, zonnecellen en accu’s hun markt alleen maar zien groeien als meer landen hun producten en diensten kunnen financieren.
Bemoedigend wat dat betreft zijn de woorden van de Nederlandse klimaatwetenschapper Heleen de Coninck. Zij liep drie dagen rond op de klimaattop en zei tegen deze krant: ‘Ik heb niemand gehoord over de herverkiezing van Trump. Iedereen gaat gewoon door met wat hij al doet. De trein van verduurzaming rijdt al.’
Het wordt de komende dagen spannend in hoeverre de top zal eindigen met nieuwe afspraken over klimaatgeld voor armere landen. Het is te hopen dat potentiële donorlanden bijtijds inzien dat de huidige 100 miljard dollar per jaar echt tekortschiet. Ontwikkelingslanden zelf zeggen dertien keer zoveel nodig te hebben.
Wat het bedrag ook wordt: klimaatgeld van rijk naar arm is behalve een moreel juist besluit, ook een slimme investering. In internationale politieke stabiliteit, in een minder snel opwarmende aarde en in een groter klantenbestand voor duurzame oplossingen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant