De politieke leiding van Hamas is met stille trom vertrokken uit Qatar, zo bevestigt de regering in Doha. Waar de kopstukken nu heen moeten, is onduidelijk. De belangrijkste kandidaat, Turkije, komt het nu even niet uit.
Na weken van speculaties, ontkenningen en schijnbewegingen is het zover: de politieke leiding van Hamas heeft Qatar verlaten. Dat heeft de Qatarese regering deze week bevestigd. Een woordvoerder zei erbij dat de Hamas-kopstukken voorlopig ‘tussen verschillende hoofdsteden’ zullen pendelen. Volgens bronnen van de Times of Israel zijn de kopstukken tijdelijk uitgeweken naar Turkije, zonder dat duidelijk is hoelang ze daar kunnen blijven.
Het besluit van Qatar volgt op een Amerikaans verzoek dat enkele dagen na de verkiezingswinst van Donald Trump openbaar werd. Het Witte Huis vond dat het de aanwezigheid van Hamas in Qatar niet langer kon billijken, nadat Hamas meermaals een ophanden zijnde gevangenenruil met Israël zou hebben geblokkeerd (anderen betichten juist Israël van obstructie). De gesprekken over een staakt-het-vuren zijn sindsdien helemaal stil komen te liggen. Qatar trad bij die gesprekken op als een bemiddelaar, maar heeft de handdoek tijdelijk in de ring gegooid.
Tijdens een persconferentie haastte de Qatarese woordvoerder zich dinsdag te zeggen dat het besluit om Hamas de deur te wijzen, niet definitief is. Mochten de gesprekken over een bestand met Israël weer op gang komen, zo valt daaruit op te maken, dan is Hamas mogelijk weer welkom.
Onder de kopstukken die vertrokken zijn, bevinden zich Khalil al-Hayya die als hoofdonderhandelaar optreedt, en voormalig politiek leider Khaled Meshal. Hun aanwezigheid in Doha was altijd een ongemakkelijk gegeven: het land is een van de belangrijkste bondgenoten van Washington in het Midden-Oosten en herbergt een grote Amerikaanse marinebasis. Hamas is door de VS aangemerkt als een terreurgroep, hetgeen pro-Israëlische pressiegroepen in Washington niet moe worden te benadrukken. Met het vertrek van Hamas uit Qatar gaat voor hen een lang gekoesterde wens in vervulling.
Wat de pressiegroepen zelden vermelden, is dat het de Verenigde Staten waren die – in de persoon van toenmalig president Barack Obama – in 2011 Qatar verzochten om als gastheer op te treden. Destijds was Hamas net Syrië uitgetrapt, na onenigheid met de Syrische president Bashar al-Assad. Door de deur voor Hamas te openen, zo was de logica, behielden de Amerikanen een indirect communicatiekanaal met Hamas, hetgeen van pas kon komen in tijden van politieke spanningen of oorlog.
Wat er nu gaat gebeuren met het Hamas-kantoor, is een groot vraagteken. De Amerikanen lieten onmiddellijk aan de Turkse regering (een bondgenoot in Navo-verband) weten het niet wenselijk te achten dat Hamas het bureau in Qatar inwisselt voor de standplaats Ankara of Istanbul. De Turken zeiden daarop, enigszins gedwee, dat er soms Hamas-leden in Turkije verblijven, maar dat van het vestigen van een bureau vooralsnog geen sprake is.
Na de aanval van Hamas op 7 oktober vorig jaar positioneerde de Turkse president Recep Tayyip Erdogan zich als mogelijke bemiddelaar in het conflict tussen Israël en Hamas. Erdogan speelt graag de grote staatsman op het wereldtoneel en de jas van bemiddelaar past hem, vindt hij zelf, als gegoten. Na de Russische invasie van Oekraïne wist hij met succes een graandeal te bewerkstelligen, zodat Oekraïens graan veilig de Zwarte Zee kon passeren.
De oorlog in Gaza was wat dat betreft een kolfje naar Erdogans hand. De Turkse reactie op de Israëlische vergelding in Gaza was aanvankelijk betrekkelijk mild en op 11 oktober vorig jaar bood Erdogan aan te bemiddelen. Turkije zal ‘alles in het werk stellen, inclusief eerlijke arbitrage’ om het conflict snel te beëindigen, zei hij.
Daarna kreeg Turkije echter het deksel op de neus: Qatar kaapte de bemiddelaarsrol. Met de milde toon van de Turken was het gedaan. Sterker, Turkije werpt zich nu op als vertolker bij uitstek in de regio van het anti-Israëlische en pro-Palestijnse geluid. Des te eenvoudiger, nu de Golfstaten het wat dat betreft laten afweten. Op het Taksimplein in Istanbul verscheen een grote tent waarop dagelijks het lijden van de kinderen in Gaza in beeld werd gebracht.
Vermoedelijk is Erdogan nog altijd graag degene die een staakt-het-vuren in Gaza weet te bewerkstelligen. De onophoudelijke tirades vanuit Ankara tegen het ‘genocidale regime’ van Netanyahu maken zo’n gedaantewisseling echter lastig.
Iran, Algerije en Libanon zijn vaak genoemd als potentiële nieuwe uitvalsbasis voor Hamas, maar die landen zijn om uiteenlopende redenen weinig aantrekkelijk. De bemiddelaarsrol ligt hen sowieso niet. ‘Het kantoor van de organisatie zal voorlopig ‘virtueel’ worden’, stelt Andreas Krieg, als Midden-Oostenkenner verbonden aan King’s College in Londen. De leiders zullen voorlopig uit een koffer moeten leven.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant