Home

Hoe Rafael Nadal net zoals Clark Kent van antiheld elke keer weer veranderde in een superman

Dinsdagavond eindigde de carrière van Rafael Nadal. Tot verwondering van het publiek in Malaga verloor Spanje in de Davis Cup van Nederland. Wat resteert zijn de herinneringen aan een uitzonderlijk tennisfenomeen.

is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft over schaatsen, zwemmen en tennis.

In de Spaanse zon voor een gigantisch spandoek staat woensdagochtend een rij camera’s opgesteld. Ze filmen wat rest: stilte. Het doek toont het vertrekkende silhouet van Rafael Nadal, de tennisgrootheid en een van de bekendste sporthelden van het land die luttele uren daarvoor met sportpensioen ging na de verrassende uitschakeling van Spanje door Nederland in de Davis Cup Finals.

De cirkel is rond, glimlachte Nadal dinsdagavond, met een combinatie van zelfspot en berusting. Op zijn 38ste was hij al langer voorbereid op dit moment: zijn lichaam hapert te vaak, te veel. Hij wil meedoen om de winst op het hoogste niveau en dat kan niet meer. Dus is het genoeg. Tijd voor een nieuw boek. Het oude boek, met daarin onder meer 22 grandslamtitels, is gesloten.

Het verhaal van toptennisser Nadal draait om passie, om hard werken en om succes dat nooit met arrogantie gevierd mag worden. In 2001 maakt hij zijn debuut in het proftennis. Een 15-jarige jongen, afkomstig uit een hechte familie uit Manacor, de derde stad van Mallorca.

Bandana en mouwloos shirt

Hij had het geluk, vertelde Nadal net na middernacht in zijn afscheidsspeech, nadat Spanje was uitgeschakeld en hij wist dat zijn afscheidsweek al na een dag eindigde, dat hij opgroeide in een geweldige familie, met een oom die tenniscoach was.

Oom Toni was de ‘hardste tenniscoach ooit’, maar ook de man die hem gemaakt heeft tot wat hij nu is. Die hem kansen bezorgde, leerde dat succes geen garantie is en dat je bij succes altijd verder moet blijven kijken in plaats van tevreden achterover leunen. Er is altijd iets dat beter kan.

Nadal kwam als opmerkelijke verschijning de tenniswereld in. Met een bandana om zijn hoofd, mouwloze shirt, korte broek tot kniehoogte en zijn biceps. Hij was een toonbeeld van kracht, maar ook de man van onveranderlijke routines. Zoals het onophoudelijke plukken aan zijn hoofd, zijn broek en zijn shirt, voor het serveren.

Hij zette altijd twee flessen water voor zijn stoel, aan de linkerkant. De ene netjes achter de andere. Vervolgens nam hij een slok water uit de ene fles, daarna uit de andere. Hij at hetzelfde: pasta, geen saus, wel olijfolie en zout. Hij douchte driekwartier voor de wedstrijd koud.

Toen hij volgens Wimbledon-protocol zijn tas op de finaledag aan een baanbediende moest overhandigen, dacht hij: ik hou hier niet van, dat is een inbreuk op mijn routine. Het is geen bijgeloof, vertelde hij meermaals. Maar een manier om geconcentreerd te blijven, om rust in zijn hoofd te creëren en orde te scheppen in de chaos rond hem heen.

Clark Kent

De Nederlandse Davis Cupcaptain Paul Haarhuis verbaasde zich over het schrille contrast tussen de verlegen overkomende Nadal, die toen hij de tenniswereld betrad, nauwelijks Engels sprak, en de intense verschijning die hij vervolgens bezig zag op de baan. ‘Vamos’ brullend, met gebalde vuist en een sprong na nagenoeg elk punt. Dan is hij toch niet verlegen, dacht Haarhuis.

Niet voor niets werd Nadal in het verleden vergeleken met Clark Kent: de anti-held die veranderde in Superman. Nadal is van oorsprong erg verlegen. Dat herinnert ook zijn coach Carlos Moyá zich. ‘Zodra een wedstrijd begint, ben ik niet langer mijn gewone zelf. Dan probeer ik te veranderen in een tennismachine’, liet Nadal optekenen.

Hij staat bekend als bangerik. Zijn vijf jaar jongere zus Maribel spotte over zijn rijstijl: voorzichtig. En hij gaat alleen daar zwemmen waar hij het zand van de bodem kan zien.

Maar voor verlegenheid, of angst is geen plaats als je wil winnen, ontdekte Nadal door de jaren heen. Zijn filosofie: de sleutel van de tennissport ligt in je hoofd. Tijdens een wedstrijd was hij continu bezig om menselijke gevoelens weg te drukken. ‘Hoe dichter ik bij de afgrond sta, hoe opgetogener ik ben’, zei hij in zijn biografie. Hij werd de koning van de wederopstanding, zelfs bij grote achterstand wist Nadal van geen opgeven.

Carlos Alcaraz

De 17 jaar jongere Alcaraz (21) werd dinsdagnacht na de uitschakeling van Spanje in de Davis Cup gevraagd hoe hij aankijkt tegen de erfenis van Nadal. Of de viervoudig grandslamwinnaar zichzelf als Nadals erfgenaam ziet?

‘Dat continueren is moeilijk, bijna onmogelijk’, antwoordde Alcaraz. ‘Ik ga het proberen, maar zoals hij het tennis nu heeft achterlaten: ongelofelijk. Hij is een van de spelers die het tennis als sport in de top van de wereld heeft geplaatst. Het is geweldig om hem in deze periode in mijn leven te hebben meegemaakt.’

Nadal werkte jarenlang met een hechte club, veelal dezelfde mensen. Hij kent Carlos Moyá, zijn coach van de afgelopen jaren en voormalig toptienspeler, al sinds zijn 12de. Op zijn 14de trainde hij al regelmatig met Moyá op Mallorca, hun woonplaats.

Blessures

Hij noemt Rafael Maymó, sinds 2006 zijn fysiotherapeut, zijn schaduw. Maymó bracht de kalmte tijdens stressvolle situaties in de kleedkamer. ‘Hij kent me het beste van allemaal’, vertelde Nadal in zijn biografie.

Waar Maymó sprak, hield Nadal zich rustig. Door zijn succesvolle carrière leerde hij zijn communicatieve vaardigheden te ontwikkelen, maar liever luistert Nadal dan dat hij praat.

Nadal bestempelt de zes jaar oudere Spanjaard, afkomstig uit hetzelfde Mallorcaanse dorp, als zijn oudere broer. Het gros van zijn tijd als proftennisser bracht Nadal met hem door.

Toen Nadal in 2019 Maymó loofde na zijn derderondepartij in de Australian Open, vroeg John McEnroe, in zijn rol van presentator, of hij Maymó wilde danken voor zijn jaren hard werken, gekscherend antwoordde Nadal: ‘Nee, ik ben continu geblesseerd.’

Hij wás ook veel geblesseerd in zijn carrière. Van heupproblemen, knieproblemen, een scheur in zijn buikspier, tot een aangeboren probleem in het botje van zijn linkervoet.

Speciale schoenen

Nog als tiener kwam Nadal erachter dat hij niet alleen over zeldzaam veel talent om goed te tennissen beschikt: hij heeft ook een zeldzame afwijking aan het zogenaamde scheepvormig beentje; een botje in zijn voet. Het bot in de brug van zijn voet verbeende niet, of werd niet hard wat in de vroege jeugd wel hoort te gebeuren. Die afwijking is nog zeldzamer bij mannen dan bij vrouwen, maar bezorgt hevige pijn op volwassen leeftijd.

Er werd gevreesd voor een vroegtijdig einde van zijn carrière, maar uiteindelijk ontwikkelde zijn sponsor Nike een hogere en bredere schoen voor hem, wat het probleem niet verhielp, maar wel maakte dat hij kon blijven presteren.

Daarnaast besloot Nadal minder lang te trainen, om het botje te ontlasten. Van vijf uur per dag of meer naar drieënhalf uur. Dat moment was voor Nadal een kantelpunt: hij besefte dat een sportcarrière eindig is.

‘Ik ben me er heel erg van bewust hoe kort het leven van een professionele topsporter is en ik kan de gedachte niet verdragen dat ik een kans heb weggegooid die zich misschien nooit meer voordoet. Ik weet dat ik het vreselijk zal vinden als mijn carrière voorbij is en zolang die duurt wil ik er hebt beste van maken’, schreef Nadal in zijn biografie die in 2011 verscheen.

Gravelkoning

Geen tennisser is zo verbonden aan een toernooi als Rafael Nadal aan Roland Garros. In 2005 bemachtigde hij daar op het gravel als 19-jarige zijn eerste grandslamtitel. In de jaren die volgden zouden er nog dertien volgen – niemand die dit record op één grand slam ooit wist te evenaren.

Er kwam een 3 meter hoog stalen standbeeld van hem vlak voorbij de hoofdingang, hij nam negentien keer deel in Parijs, speelde er 113 partijen, waarvan er slechts vier in een nederlaag eindigden.

Ooit vergeleek hij spelen op gravel met schaatsen. Het gaat om de perfecte afstemming van glijden, om finesses, om jarenlange ervaring, reeds op jonge leeftijd opgedaan.

Maar hij is meer dan gravelkoning. Op zijn 3de kreeg hij voor het eerst een tennisracket in zijn handen, rond zijn 8ste werd hij serieuzer, op zijn 38ste ging hij dinsdagnacht nadat Spanje was uitgeschakeld in de Davis Cup met pensioen met 22 grandslamoverwinningen op zak, met 92 titels, waaronder olympisch goud dat hij in 2008 bemachtigde, hij was 209 weken de nummer één van de wereld.

Parijs is zijn speelveld, zijn tweede thuis. Andersom omarmt Parijs de Spanjaard net zo innig. De Franse oud-voetballer Zinédine Zidane drukte Nadal afgelopen zomer een fakkel met het olympische vuur in handen tijdens de openingsceremonie van de Spelen van Parijs.

Afgelopen dinsdagavond, toen Nadal in Málaga bezig was aan zijn afscheidswedstrijd, werd er een tien meter hoog silhouet geprojecteerd op het Trocadero; een eerbetoon van sponsor Nike vlak naast de Eiffeltoren. Het was een symbolische plek, na winst van Roland Garros poseerde Nadal ook altijd op het Trocadero met La Coupe des Quatre Mousquetaires, de gouden cup die de mannen winnen.

Voor iedereen oog

Eerder in de week, op weg naar een drukbezochte persconferentie van het Spaanse team, hield Nadal even halt bij het tafeltje van Linda Christensen, de Amerikaanse die al veertig jaar transcripten verzorgt, waarvan twintig jaar bij de belangrijkste tennistoernooien. Zij typt op hoog tempo mee, zodat uitspraken van tennissers bij zoveel mogelijk media belanden. Ze zucht even geamuseerd, als haar gevraagd wordt hoeveel transcripten van Nadal ze uitwerkte. ‘Dat zijn er zoveel, sowieso meer dan duizend.’

Tijdens Roland Garros zat ze eerder dit jaar achterin de zaal achter een raam, toen Nadal binnenstapte. De Spanjaard, terug van weggeweest na een jaar afwezigheid door meerdere blessures, ging zitten, keek op en begon ineens vrolijk haar richting op te zwaaien.

In Málaga gaf hij twee kussen ter begroeting. ‘Hij is lief, ik zal hem missen’, zal Christensen later zeggen. Hij is niet de enige proftennisser die haar begroet, maar wel de meest constante, de enige die áltijd stopt voor een onderonsje. Tegelijkertijd vindt ze het niet gek dat de 21-jarige Alcaraz wel doorloopt op dat soort momenten. ‘Hij is nog zo jong, de meeste mensen weten niet precies wat we doen en wie we zijn.’

Botic van de Zandschulp, sinds hun partij van afgelopen dinsdag de enige Nederlander die ooit van Nadal won en, naar later op de avond bleek, ook de laatste tennisser die het opnam tegen de Spanjaard, zag hoe Nadal zondag bij de gebruikelijke cocktailparty voorafgaand aan de Davis Cups Finals arriveerde. Alle tennissers gaan doorgaans bij anderen van hun eigen land staan, in groepjes. Van de Zandschulp: ‘Maar Nadal begroette iedereen met een hand, maar dan ook écht iedereen.’

Een kind met een droom

Dat hij altijd bescheiden en vriendelijk moet blijven werd er bij Nadal al van jongs af aan ingehamerd. Hij liep eens met zijn oom Toni en een fysiotherapeut over straat, Nadal in het midden, tot oom Toni uitriep dat ze moesten wisselen. Zo konden mensen denken dat zijn neef op pad was met zijn bodyguards. Nadal ging aan de buitenkant lopen.

Hoe wil je herinnerd worden in de toekomst, werd hem dinsdagnacht gevraagd. Er zijn titels, getallen en cijfers die mijn carrière kenmerken, zegt Nadal. ‘Maar hoe ik echt herinnerd wil worden is als een goed persoon, van een klein dorp van Mallorca. Ik was gewoon een kind dat dromen volgde en zo hard mogelijk werkte om te komen waar ik vandaag sta. Uiteindelijk bereikte ik meer dan ik ooit had durven dromen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next