Hobbyarcheoloog Sander Visser gaat al jaren op pad met zijn metaaldetector en had in mei dit jaar beet. Hij stuitte in Witmarsum op een onderdeel van een Vikingzwaard. Dinsdag presenteerde hij zijn "once-in-a-lifetime-vondst" aan de Nederlandse pers.
De meeste mensen op de persconferentie krabden zich even achter de oren toen ze te horen kregen dat er een zogeheten pommelkap van een Vikingzwaard was gevonden. Behalve diehardgeschiedenisfans, zoals de 61-jarige Visser zelf is. "Ik wist gelijk dat het een pommel was," vertelt Visser een tikje nerveus aan een groep journalisten in het Fries Museum.
"De pommel is het uiteinde van het zwaard," legt hij al uit voordat de archeologen van het Fries Museum aan de presentatie beginnen. "En dit zit aan die handgreep vast." Hij wijst naar de pommelkap, die op het midden van de tafel pronkt.
Zoals op onderstaande afbeelding is te zien, gaat het om een klein deel van het zwaard. Het kapje zit aan de achterkant en bestaat uit vijf boogjes, verguld in koper en met sporen van zilver. "Aan de versieringen is duidelijk te zien dat het iets uit de Vikingtijd is", vertelt Nelleke IJssennagger-van der Pluijm, directeur van de Fryske Akademy.
Op de buitenste boogjes staan zwijnen afgebeeld. "Die verwijzen waarschijnlijk naar de god Odin," zegt Visser. "Zwijnen betekenen kracht en strijd in de Noorse mythologie."
Op 3 mei zwierf Visser met een vriend en een metaaldetector met weinig geluk over de eindeloze akkers van Friesland. "Ik probeer altijd out of the box te denken en te zoeken waar nog niet veel mensen gezocht hebben," vertelt Visser.
De twee vroegen aan een boer of ze op zijn land mochten zoeken. Pas toen ze bijna weg moesten, hengelde Visser zijn vondst binnen. "Toen de boer kwam kijken, kreeg ik een goed signaal van de metaaldetector." Hij groef de pommelkap voorzichtig op, door de grond eromheen omhoog te duwen.
Met de pommelkap eenmaal in handen stuurde Visser een foto naar een goede vriend. Hij had toen nog geen idee dat de pommelkap zo oud en uniek was. De vriend die de foto ontving ging volledig uit zijn plaat. "Hij zei dat het wel uit de tiende eeuw kon zijn. Ik moest het gelijk naar een antiekspecialist brengen en die specialist belde mij binnen een kwartier terug. Er ging een heel nieuwe wereld voor mij open," zegt Visser.
Al jaren zoekt Visser naar historische objecten in Nederland. "Van kinds af aan ben ik al in de grond aan het graven. Ik vind het heerlijk om buiten te zijn." Tien jaar geleden kreeg hij een metaaldetector als cadeau voor Vaderdag van zijn kinderen en sindsdien gaat hij op pad. "Zij krijgen deze vondst nu ook mee en vinden het heel leuk."
Ook zijn vrouw is trots op de vondst, al weet die inmiddels wel héél veel van Vikingen. "Mijn vrouw werd helemaal gek van mij. We hebben inmiddels alle Vikingfilms en documentaires op Netflix gezien."
Diana Spiekhout, archeoloog bij het Fries Museum, had gelijk een wowgevoel toen ze het stuk zag. "Het is de parel onder de parelvondsten. Friese zwaarden zijn heel anders dan Vikingzwaarden, dus we wisten gelijk dat we iets bijzonders hadden", zegt ze met rode wangen.
Spiekhout onderzoekt middeleeuwse zwaarden voor het Friese museum. Uit alle honderden zwaarden die ze al heeft onderzocht is dit een volledig uniek stuk. "Dit is de enige die we tot nu toe in Nederland hebben gevonden." Voorheen zijn er sieraden, munten en broches gevonden, maar nog nooit een zwaardpommelkap.
In de Verenigde Staten is er een soortgelijk exemplaar. Die is voor de helft afgebroken. De vondst van Visser is aan de achterkant beschadigd, zoals op onderstaande foto is te zien. "We weten hierdoor dat de pommelkap er waarschijnlijk bewust af gehaald is, maar door wie en waarom weten we niet."
Bijzonder is ook dat archeologen tot dusver vooral in Dorestad naar materiaal uit de Vikingtijd zochten. Dat is de plek waar zich tegenwoordig de gemeente Wijk bij Duurstede bevindt. Dat de pommelkap in Friesland is gevonden, is voor experts een reden om voortaan toch ook buiten de regio Dorestad te gaan zoeken.
"Dat Sander Visser de kap aan het museum heeft gegeven, is heel bijzonder," vertelt Spiekhout. Veel vondsten komen niet in musea terecht, maar in eigen collecties. Archeologen mogen zelf niet zomaar in de grond gaan graven, zoals amateur Visser dat wel kan doen. Of dit soort amateurvondsten uiteindelijk in een museum terechtkomen, is dus volledig aan de vinder.
Visser haalt zijn schouders op. "Ik vind het een eer en wil graag dat iedereen ervan kan genieten. Dat je zo eeuwige roem hebt in de geschiedenisboeken en kranten, is voor mij al genoeg." Het museum geeft hem een replica van de pommelkap als bedankje. Zo houdt hij zijn vondst toch altijd bij zich.
Source: Nu.nl algemeen