Ooit wilde ik historicus worden omdat de voorbije tijd me oneindig veel interessanter leek dan mijn eigen tijd. Alles glom daar mooier, dieper, zwarter. Zo leek het tenminste. Eenmaal in de collegebanken begreep ik dat het verleden niet per se beter of interessanter is, maar slechts onbeweeglijker. Het verroert zich niet als je ernaar kijkt, net zomin als een lijk dat doet wanneer de patholoog-anatoom zijn scalpel in het dode vlees zet.
Over de auteur
Tommy Wieringa is schrijver en columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Toch lijkt iemand die het verleden ontleedt over een scherper mes te beschikken dan degene die zich met zijn eigen tijd bemoeit. Bot is je gereedschap, stomp zijn je zintuigen. Lijkt het verleden in zijn geheel te overzien, in het heden zie je alleen fragmenten. Je eigen tijd ligt altijd in scherven voor je. Wanhopig probeer je te begrijpen wat je allemaal ziet – er is zóveel heden dat je nauwelijks weet waar te kijken. Daarom dat je je meestal richt op de dingen waar iedereen al naar kijkt, het hoofd in de nek, oh en ah, als bij een zonsverduistering. Ophef en rumoer. Events, dear boy, events.
Er zijn maar weinig mensen die een kritische distantie bewaren tot de eigen tijd, zodat ze er met bijna historische superioriteit naar kunnen kijken.
Wat zal een toekomstig historicus opmerken aan onze tijd, als de kakofonie is verstomd en de emoties zijn weggeëbd? Soms, als ik eraan denk, probeer ik te kijken met wat de grote samoerai Miyamoto Musashi ‘De Strategische Blik’ noemt: ‘Uw blik moet zowel ruim als open zijn. Dit is de tweevoudige blik die ‘Waarnemen en Zien’ wordt genoemd. Waarnemen is sterk en zien is zwak. In Strategie is het belangrijk de dingen die ver weg zijn te zien alsof ze dichtbij zijn en de dingen die dichtbij zijn van een afstand te bekijken.’
Wat zie je als je zo naar onze tijd kijkt? Is er iets belangrijker dan de klimaatcrisis, die zich nu in haar volheid openbaart – is zij heer en meester over al het andere? Loopt het systeem van de westerse liberale democratie op zijn einde, nu het aantal gezonde democratieën afneemt en zombie-democratieën naar autocratisch model oprukken? Welke rol speelt de brede woede, aangewakkerd door algoritmisch versterkte angst en eenzaamheid? Is een democratie überhaupt bestand tegen de plagen van de digitale technologie? Is, om kort te gaan, het project vrijheid ten einde en zal het tijdperk van de waarheid slechts een korte episode zijn geweest, zoals de Zuid-Koreaanse filosoof Byung-Chul Han stelt?
Grote woorden, allemaal grote woorden, maar hoe verder ik uitzoom hoe meer het erop lijkt dat het in essentie gaat om het eeuwige conflict van waarheid tegenover geweld. Samengevat: er is een oorlog gaande tegen de waarheid, om het recht van de sterkste te herstellen.
De sterkste, in dit deel van de wereld aan banden gelegd na een langdurige emancipatiestrijd, wil weer vrijuit kunnen plunderen en heersen. Hij wil niet worden gehinderd door wetten en overeenkomsten, door rechten van minderheden en vrouwenemancipatie, maar zijn brute wil opleggen door geweld, verkrachting, corruptie, onderdrukking en vernedering. Met vervuiling en verbranding ook, want milieu en klimaat behoren net zo goed tot het vijandelijk narratief.
De toekomst wil Russisch zijn, kortom.
Tot zover de Strategische Blik (Japan, 1645).
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns