Home

De burgeroorlog die geen aandacht krijgt: ‘Het is alsof de hele wereld zegt: Soedanezen, zoek het maar uit’

De burgeroorlog in Soedan, die al anderhalf jaar duurt, krijgt internationaal weinig aandacht. Aida Elsayed, secretaris-generaal van het Soedanese Rode Kruis, probeert daar verandering in te brengen. ‘Onze vrijwilligers zien hun eigen gemeenschap aftakelen.’

is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over Afrika en het Mondiale Zuiden.

‘Het allerergste wat je nu als Soedanees kan overkomen is dat je een sms’je krijgt waarin staat: ik pas voorlopig even op je huis. Dan weet je eigenlijk dat je het nooit meer terugkrijgt. Sommige mensen vragen het Soedanese leger zelfs om hun huis dan maar te bombarderen. Dat laat wel zien hoe anderhalf jaar oorlog het denken heeft veranderd.’

Aida Elsayed, secretaris-generaal van het Soedanese Rode Kruis, zit aan een stenen picknicktafel in Den Haag, als ze over dit stelen van huizen begint. Het komt boven op de ellende die haar land al te verduren heeft. Sinds de Rapid Support Force (RSF) vorig jaar de wapens opnam tegen het Soedanese leger, zijn 10- van de 46 miljoen Soedanezen op de vlucht. De Verenigde Naties verdenken de RSF zelfs van ‘etnische en seksuele slavernij’ in de regio Darfur.

Elsayeds bezoek aan Nederland is onderdeel van een tour door West-Europa, waarmee ze aandacht wil vragen voor deze burgeroorlog in haar land. Vanuit Soedan lijkt het alsof in het buitenland niemand van hun situatie af weet. En eigenlijk ook alsof het niemand iets interesseert. ‘Het is alsof de hele wereld zegt: Soedanezen, zoek het maar uit.’

Hoe komt het, denkt u, dat er hier zo weinig aandacht is voor Soedan?

‘Die vraag kan ik niet voor jullie beantwoorden. Maar het verbaast ons ook. En het is niet alleen hier in het Westen. Zelfs op Arabische tv-zenders gaat het er nauwelijks over.’

Wat is het moeilijkste aan uw werk op dit moment?

‘De zorg voor mijn personeel. Soms, als ik de afdeling op kom lopen, dan zie ik mensen als zombies achter hun computers zitten, omdat ze een slecht bericht hebben gekregen van familie die nog in militaire zones vastzit. Niet iedereen kan het zich, zoals ik, veroorloven om familie naar het buitenland te sturen. De meeste collega’s onderhouden hun hele familie van hun salaris, omdat niemand nog werk heeft. En de huur in Port Soedan (het de facto nieuwe bestuurlijke centrum van Soedan, red.) ligt op dit moment hoger dan in Genève. De straten liggen vol met mensen die er hun kamp hebben opgeslagen.

‘Om de vrijwilligers maak ik me het meest zorgen. Dat zijn de mensen die ter plekke eten uitdelen of in ziekenhuizen werken. Voor de oorlog waren dat er meer dan veertigduizend, maar nu heb ik er nog maar negenduizend, want de meesten zijn gevlucht. Ik probeer daarom iedere maand een aantal van hen te bezoeken. Er moet iemand zijn die dankjewel tegen hen zegt.’

Wat ziet u als u uit uw autoraam naar buiten kijkt tijdens uw reizen?

‘Een land in oorlog. Je ziet veel militairen, veel checkpoints. Op sommige plekken is het afgeladen vol. Daar zie je mensen slapen op straat, rondhangen, bedelen om geld voor een behandeling voor een zieke ouder of een kind. En soms kom je langs stukken niemandsland, die vroeger heel druk waren, maar waar nu iedereen is gevlucht voor het geweld of voor de overstroming. Dat kregen we er ook nog bij: de ergste overstroming sinds jaren.’

In het Zamzam-vluchtelingenkamp wordt sinds augustus officieel gesproken van een hongersnood. Wat hoort u van vrijwilligers over de situatie op andere plekken?

‘Het gebrek aan voedsel is nu het grootst in de regio’s Sennar en Darfur en in delen van de hoofdstad. Er wordt te hard gevochten om eten uit te delen. Onze vrijwilligers zien hun eigen gemeenschap aftakelen. Als er iets gedistribueerd kan worden, dan zijn mensen dolgelukkig. Maar als er niets komt... Ja, dan is het een ander verhaal.’

Beide strijdende legers werken de voedseldistributie tegen. Afgelopen zomer is afgesproken dat er tijdelijk een extra grensovergang bij Tsjaad opengaat. Maakt dat verschil?

‘De grens is wel open, ja. Maar de procedure blijft moeilijk.’

U bent hier ook, omdat u geld tekortkomt. Van de 40 miljoen dollar die u nodig heeft, werd slechts 21 procent gedoneerd. Wat zou u doen als uw budget met 25 procent werd verhoogd?

‘Dan zou ik bijvoorbeeld eigen vrachtwagens kopen, zodat we hulpgoederen naar iedere uithoek kunnen brengen. Want zelfs als we toestemming hebben om een bepaald gebied te betreden, dan is transport op dit moment het probleem. Transportbedrijven vragen in eerste instantie 1.000 dollar per rit. Maar zodra ik ‘Khartoem’ laat vallen (de hoofdstad waar hevig wordt gevochten, red.) vragen ze 5.000 euro vanwege het risico op plundering. Dat maakt de hulpverlening nu zo duur.’

U bent nu in West-Europa. Is het niet zinvoller om naar landen in de Global South te gaan, zoals de Verenigde Arabische Emiraten, als u wilt dat deze oorlog stopt? Zij leveren wapens aan de RSF.

‘We hebben Saoedi-Arabië bezocht en we hebben goed contact met het Qatarese en Koeweiti Rode Kruis. Zij steunen ons ontzettend met donaties.’

Heeft u niet meer nodig van de internationale gemeenschap dan donaties? Zouden jullie geholpen zijn als buitenlandse soldaten die aanwezig zijn in Soedan, bijvoorbeeld uit Oekraïne of Rusland, zich terugtrekken?

‘We spreken niet over politiek. Dat is niet ons werk.’

Dat lijkt me frustrerend.

Lacht hard. ‘Ja, ik ga soms even naar mijn kamer om te schreeuwen. En daarna kom ik weer terug met een glimlach op mijn gezicht, omdat het werk moet doorgaan.’

Dan plotseling serieus: ‘Maar wij Soedanezen kijken met heel veel pijn naar wat er nu in ons land gebeurt. We leven allemaal in een nachtmerrie.’

Rode Kruis bereikt Zamzam-vluchtelingenkamp voor het eerst in acht maanden

Het Rode Kruis kon afgelopen weekend voor het eerst in acht maanden op grote schaal voedselhulp leveren in het Zamzam-vluchtelingenkamp in Noord-Darfur. In Zamzam wordt sinds augustus officieel gesproken van hongersnood, volgens het Integrated Food Security Phase Classification System. Het betekent dat er mensen sterven door tekort aan eten.

Hulporganisaties hebben al tijden grote moeite om Zamzam te bereiken, omdat het vlak bij de stad Al-Fashir ligt. Rondom Al-Fashir wordt hevig gevochten door de RSF en het Soedanese leger. Sinds in augustus de hongersnood werd uitgeroepen, lukte het het World Food Programme (WFP) van de Verenigde Naties nog wel een aantal keer om Zamzam te bereiken.

In Zamzam woonden een half miljoen Soedanezen, voordat de oorlog uitbrak. Sindsdien is het kamp gegroeid, omdat het geldt als een van de weinige veilige plekken in de regio Noord-Darfur. Nog iedere dag komen er Soedanezen aan die de hevige gevechten in Al-Fashir ontvluchten. De omstandigheden in Zamzam zijn ernstig. Naast een officiële hongersnood is er tekort aan water. Een derde van de waterputten is buiten werking.

Het Rode Kruis heeft nu acht gaarkeukens opgezet in Zamzam. Daar worden tweemaal daags maaltijden bereid voor duizenden mensen. Het Rode Kruis bracht de goederen via de Adre-grensovergang. Deze grensovergang bij Tsjaad werd in augustus heropend voor drie maanden, om meer voedselhulp Soedan in te krijgen. De strijdende partijen hebben onlangs besloten de overgang langer open te houden.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next