Home

Het bindend correctief referendum krijgt een nieuwe kans. Komt het er nu echt?

De Tweede Kamer debatteert woensdagavond opnieuw over invoering van het bindend correctief referendum. Het tij lijkt gunstiger dan ooit.

is politiek verslaggever van de Volkskrant.

Alweer een debat over het referendum?

Het is een beetje weggezakt uit het collectieve geheugen, maar in 2023 heeft zowel de Tweede- als Eerste Kamer ingestemd met het mogelijk maken van een bindend correctief referendum. Punt was dat de invoering een wijziging van de Grondwet vereist. En dat kan alleen met een nieuwe debat- en stemronde (‘lezing’), na Kamerverkiezingen, waarbij in beide Kamers een tweederdemeerderheid is vereist. Die wordt nu gezocht.

Het is de vierde keer in vier decennia dat zo’n poging wordt gewaagd. Er zijn wel nationale raadgevende referenda geweest, onder meer over het associatieverdrag tussen de EU en Oekraïne (2016) en de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (2018). Maar de uitkomsten waren niet bindend en de onderliggende wetgeving is door het kabinet Rutte-III ingetrokken. Het raadgevend referendum werd als een ‘onvoldragen’ instrument beoordeeld.

De nieuwe poging komt opnieuw van de SP. Oud-Kamerlid Ronald van Raak bracht het in september 2020 en januari 2021 al eens tot een aangenomen initiatiefwetsvoorstel in beide Kamers. De poging strandde bij de tweede lezing in de Tweede Kamer, na de algemene verkiezingen van maart 2021. Dat was in de zomer van 2022, toen na Van Raaks vertrek uit de politiek partijgenoot Renske Leijten het initiatief had overgenomen.

Leijten liet onmiddellijk weten niet op te geven. Zij bereidde een nieuwe eerste ronde voor, die succes had in zowel de Tweede Kamer (februari 2023) als de senaat (oktober 2023). Nieuwe verkiezingen waren pas gepland in maart 2025, maar door de val van Rutte IV vorige zomer, de daaropvolgende verkiezingen en de formatie van het kabinet-Schoof komt nu de tweede lezing.

De verdediging van het wetsvoorstel is inmiddels in handen van SP-Kamerlid Michiel van Nispen. Hij zit woensdag in het kabinetsvak (‘Vak K’) in de Tweede Kamer, zoals gebruikelijk bij een initiatief vanuit de Kamer, vergezeld door enkele medewerkers en de door hem als gast uitgenodigde Leijten.

Hoe ziet zo’n referendum er straks uit?

Die vraag gaat het wetsvoorstel goeddeels uit de weg. Reden daarvoor is dat het eerdere initiatief precies hierop strandde. Tijdens de wetsbehandeling werd door met name de ChristenUnie zo’n hoge uitkomstdrempel afgedwongen (die de geldigheid van de uitslag bepaalt), dat niet genoeg partijen ervan overtuigd waren dat hiermee een zinvol instrument aan de Nederlandse democratie werd toegevoegd.

Van Nispen hoopt het simpel te houden. In de Grondwet staat nu, in artikel 81: ‘De vaststelling van wetten geschiedt door de regering en de Staten-Generaal gezamenlijk.’ Daaraan wordt met een komma de zin toegevoegd ‘behoudens de mogelijkheid van een referendum’. Voor de toepassing daarvan wordt vervolgens naar een uitvoeringswet verwezen. Met andere woorden: de mogelijkheid een referendum te houden komt in de Grondwet te staan, maar de wijze waarop niet. Wel is als bijzondere voorwaarde opgenomen dat ook de uitvoeringswet te zijner tijd een tweederdemeerderheid nodig heeft.

Wat vindt het kabinet-Schoof hiervan?

In het regeerprogramma van het kabinet staat neutraal dat ‘de behandeling van het initiatiefgrondwetsvoorstel correctief bindend referendum in tweede lezing wordt voortgezet’. Er staat bovendien dat er ‘middelen beschikbaar komen voor de structurele kosten van een referendum’.

Dit betekent dat Van Nispen zijn gang kan gaan en dat het voor de coalitiepartijen PVV, VVD, NSC en BBB een vrije kwestie is. PVV en NSC zijn uitgesproken voorstanders, de VVD is van oudsher tegen. BBB stemde zowel in de Tweede- als de Eerste Kamer voor het referendum. Maar senator Ilona Lagas maakte vorig jaar oktober wel het voorbehoud dat haar partij bij tweede lezing hecht ‘aan het houvast van een zeer goede uitvoeringswet’. De vraag is hoe haar fractie daar volgend jaar over denkt, als de wet in de senaat belandt.

Van Nispen zal woensdag eerst veel vragen krijgen. Hij hoopt dat het debat dan in januari wordt vervolgd, waarna de Tweede Kamer kan stemmen. Mocht de Kamer eisen dat hij toch al wél de contouren van een uitvoeringswet opstelt, dan heeft hij twee aanknopingspunten. De staatscommissie Parlementair Stelsel (2018) heeft bruikbare aanbevelingen gedaan en minister Judith Uitermark (Binnenlandse Zaken, NSC) zei vorig maand in het begrotingsdebat: ‘Ik ben bereid om de uitvoeringswet bij de grondwetswijziging die nodig is om dit mogelijk te maken ter hand te nemen.’

Ok, maar hoe kansrijk is het?

Hier begint het grote rekenen. Het wetsvoorstel kreeg in de oude samenstelling van de Tweede Kamer 86 stemmen vóór. Dat zou te weinig zijn, maar de Kamer is van samenstelling veranderd. De voorstemmers D66, PVV, GL-PvdA, SP, Partij voor de Dieren, FvD, Van Haga (uit de Kamer verdwenen), JA21, BBB en Omtzigt hebben nu 110 zetels. Zelfs als BBB met haar 7 zetels afhaakt, is er een tweederdemeerderheid.

In de Eerste Kamer wordt het pas echt spannend. Daar stemden 45 senatoren voor. Maar door verblijf in het buitenland waren zeven Kamerleden afwezig. Vijf daarvan zouden normaal gesproken tot het vóór-kamp hebben behoord. Wat precies op 50 (van de 75) zetels zou uitkomen. Voorwaarde is wel dat bij de stemming BBB binnenboord blijft en alle voorstanders aanwezig zijn.

Is dan een referendum mogelijk over bijvoorbeeld de vraag ‘wilt u een republiek?’, of ‘wilt u uit de Europese Unie?’

Nee, het referendum is bedoeld om – in bijzondere gevallen – vast te stellen of een door het parlement aangenomen wet van kracht moet worden of niet. In het wetsvoorstel van Van Nispen is een rijtje uitzonderingen opgenomen. Voorstellen van wet over het Koninklijk Huis zijn niet referendabel, net als internationale verdragen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next