Home

Kinderombudsvrouw: meisjes minder gelukkig dan jongens, zowel online als offline

Meisjes tussen de 13 en 18 jaar zijn een stuk minder gelukkig dan jongens van dezelfde leeftijd. In hun ‘online-leven’ zijn die verschillen het grootst: ruim de helft van de meisjes voelt zich soms onveilig. Dit percentage ligt ruim 20 procent hoger dan bij jongens.

Hun online-leven beoordelen meisjes met een rapportcijfer van 6,7. Jongens geven daarvoor een 7,7. Zeker 23 procent van de meisjes geeft hun online-leven zelfs een onvoldoende. Bij jongens is dit 14,3 procent.

Dat concludeert Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer in haar vandaag gepubliceerde rapport Als je het ons vraagt. Het betreft een tweejaarlijks onderzoek naar het welbevinden van kinderen en jongeren, dat voor de vijfde keer is uitgevoerd. Aan de ongeveer drieduizend respondenten in de leeftijd van 8 tot 18 jaar zijn nu voor het eerst ook vragen gesteld over hun online welbevinden.

Jongeren zijn iets gelukkiger met hun ‘offline-leven’, dat zich centreert rondom thuis, familie en vrienden. Ook hierbij zijn genderverschillen zichtbaar: jongens geven dat een rapportcijfer van 7,9. Meisjes geven het een 7,1. Een uitzondering hierop vormen kinderen die zich als ‘anders’ (non-binair en/of lhbti) identificeren. Zij zijn juist tevredener over hun leven dat zich online afspeelt dan offline.

Gelijke kansen
Het rapport bevestigt volgens Patti Valkenburg, hoogleraar media, jeugd en samenleving, grotendeels ander Nederlands en buitenlands onderzoek. Ze vindt het een goed teken dat kinderen en jongeren minder tevreden zijn met hun online-leven dan dat offline. ‘Stel je voor dat het andersom zou zijn; dat ze hun online-leven prefereren boven de warmte van ouders, familie en vrienden?’

De Kinderombudsvrouw roept de overheid op om met ‘genderspecifiek’ beleid te komen, dat rekening houdt met de verschillen tussen jongens en meisjes. ‘Juist om alle kinderen en jongeren gelijke kansen te geven.’

Ook leeftijd is hierbij belangrijk, omdat uit de resultaten blijkt dat jongeren (13-18 jaar) hun leven bijna twee keer zo vaak een onvoldoende geven als kinderen (8-12 jaar). ‘Die val in welzijn vind ik echt dramatisch’, zegt Kalverboer. ‘Vooral meisjes stellen naarmate ze ouder worden steeds hogere eisen aan zichzelf en ervaren hierdoor veel stress.’

Onveiligheid
Dat meisjes en jongens hun online-leven anders beoordelen heeft in de eerste plaats te maken met verschillen in gebruik van internet. Jongens zitten vaak te gamen. Meisjes zitten eerder op sociale media, en vooral daar is er groot risico op ongewenst contact, zoals seksueel getinte berichten. Ook kan de vergelijking met andere, op het eerste oog ‘succesvollere’ levens op platforms als TikTok en Snapchat jaloezie en onzekerheid oproepen, wat zich vertaalt in gevoelens van onveiligheid.

Opvallend genoeg blijkt uit het onderzoek dat de mate waarin jongens en meisjes te maken krijgen met heftige online-ervaringen nauwelijks van elkaar verschilt: bij 60,8 procent van de meisjes is hier geen sprake van, tegenover 64,2 procent van de jongens.

De Kinderombudsvrouw doet een dringende oproep aan ouders om meer interesse te tonen in de online-belevingswereld van hun kinderen. Ze vindt dat de digitale opvoeding, ‘die zich beperkt tot controle en bescherming’, tekortschiet. Ouders geven bovendien lang niet altijd het goede voorbeeld door zelf veel op hun telefoon te zitten. Een meisje van 11 jaar uit Zeeland zegt hierover: ‘Mijn mama kijkt altijd wat ik heb gedaan die dag op mijn telefoon en ik moet om 7 uur mijn telefoon inleveren en zij (haar ouders, red.) zitten er wel heel lang op.’

Digitale weerbaarheid
Chiara de Jong, die aan de Erasmus Universiteit onderzoek doet naar digitale weerbaarheid van jongeren, onderschrijft de aanbevelingen van de Kinderombudsvrouw. Ze bieden volgens haar ‘tegenwicht’ aan de restrictieve maatregelen die op de plank liggen om het internetgebruik onder jongeren te begrenzen. Zo gaan er in de Tweede Kamer geluiden op voor een leeftijdsgrens van 16 jaar voor het gebruik van sociale media. ‘Daarmee ontneem je jongeren ook het recht op positieve ervaringen in de onlinewereld.’

Volgens De Jong kan de aandacht beter uitgaan naar het versterken van digitale weerbaarheid. Ouders kunnen samen met hun kinderen afspraken maken over hun schermtijd en een ‘open gesprek’ voeren over wat hen online zoal bezighoudt. ‘In plaats van alleen te vragen naar hoe het op school was, kunnen ouders ook vragen hoe hun online-dag was’, zegt De Jong. ‘Het is belangrijk om niet meteen een oordeel te geven, want we zien in ons onderzoek terug dat kinderen zich bij negatieve ervaringen schamen of bang zijn dat voor straf hun telefoon wordt afgepakt.’

Afspraken
Valkenburg vindt het te kort door de bocht om te concluderen dat de digitale opvoeding van ouders tekortschiet. Daarmee wordt te veel verantwoordelijkheid bij de ouders gelegd, zegt ze, terwijl de overheid weinig ondersteunende maatregelen treft om de schermtijd van jongeren te beteugelen.

De overheid zou volgens beide wetenschappers afspraken kunnen maken met socialemediabedrijven over het creëren van een veilige omgeving van jongeren. ‘Hun businessmodellen zijn erop gericht de aandacht van jongeren zo lang mogelijk vast te houden’, zegt Valkenburg. ‘Daarin slagen ze zo goed dat jongeren, net als volwassenen, nauwelijks weerstand kunnen bieden aan de druk om online te zijn.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next