Home

Opinie: Dat het CIDI in het Catshuis namens alle Joden sprak, is een kwalijk misverstand

Afgelopen week sprak CIDI met het kabinet als vertegenwoordiger van de Joodse gemeenschap. Ten onrechte, schrijft Joachim Pach: CIDI vertegenwoordigt de lobby van Israël. En door te doen alsof álle Joden Israël steunen, wordt de Nederlandse samenleving tegen elkaar uitgespeeld.

Ik ben opgegroeid in een familie waar de Holocaust nooit ver weg was. Mijn opa vroeg zich tot zijn dood af of hij had moeten ingrijpen toen zijn zussen tijdens de Tweede Wereldoorlog door Amsterdamse politieagenten werden gearresteerd en afgevoerd, om nooit meer terug te komen. Mijn opa heeft er goed aan gedaan niet terug te vechten, het was toen al te laat. De vernietiging van de Joden was slechts het laatste stapje in de Holocaust; anderen hadden tientallen jaren eerder al moeten terugvechten.

De les die ik daaruit trok, is dat je moet opstaan tegen elke vorm van uitsluiting op basis van etniciteit of religie. Ik begrijp waar ontmenselijking toe heeft geleid in de jaren ’30 en ’40, en waar het vandaag toe leidt.

Over dit artikel

Joachim Pach komt uit een Joodse familie en is actief in de lokale politiek. Hij schrijft dit stuk op persoonlijke titel

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Wanneer Nederlandse media iets over Joden publiceren, wordt het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) vaak gevraagd om commentaar. De afgelopen week zaten zij (samen met het Centraal Joods Overleg) zelfs aan tafel met het kabinet. De schijn is dat zij de Joodse gemeenschap vertegenwoordigen. Niets is minder waar. Het CIDI vertegenwoordigt de Israëlische lobby.

Een staat waarvan VN-mensenrechtenadviseurs redelijke gronden vonden om te geloven dat het genocide pleegt in Gaza. Een staat die volgens de definitie van het Internationaal Gerechtshof een apartheidsstaat te noemen is. Het CIDI mag dan soms de regering-Netanyahu bekritiseren, maar het uit nooit kritiek op Israël zelf. En dat deze lobby-organisatie de illusie wekt dat álle Joden achter Israël staan, brengt Nederlandse Joden in gevaar.

Onveilig

Nooit heb ik mij in Amsterdam onveilig hoeven voelen. Niet bij mijn bezoeken aan Joodse (herdenkings)plekken, maar zéker niet bij de anti-genocide protesten waar ik altijd schouder aan schouder sta met moslims, atheïsten, christenen en – belangrijk – heel veel Joden. Dat is de afgelopen twee weken veranderd.

De gemeente Amsterdam besloot dat het een goed idee was om op 7 november genocideverheerlijkende hooligans los te laten in onze stad. Ik durfde niet meer met een Palestijns vlaggetje over straat. Ik durfde niet mijn stem te gebruiken tegen het onrecht dat de Palestijnen wordt aangedaan. In de nasleep van het bezoek van voetbalclub Maccabi Tel Aviv werd de gehele beweging van mensen die zich solidair verklaren met de Palestijnen bovendien verdacht gemaakt, en ernstig beschadigd doordat het absoluut afkeurenswaardige geweld tegen de Israëlische supporters simpelweg als antisemitisme werd gelabeld.

Het CIDI hanteert een definitie van antisemitisme waarin alle kritiek op Israël wordt uitgelegd als antisemitisme. Israël zou nooit genieten van zoveel uitzonderingen op het internationale recht zonder deze definitie van antisemitisme; zo bleven de illegale annexatie van Oost-Jeruzalem en nederzettingen op de Westelijke Jordaanover bijvoorbeeld vrijwel zonder consequenties vanuit het Westen. En het CIDI verwijst op zijn beurt naar Israël als ‘de levensverzekering van het Joodse volk’. Zonder de dreiging van antisemitisme, zou je dus aan de belangen van de staat Israel kunnen twijfelen.

Ontmenselijking

De afgelopen twee weken werden er twee groepen tegen elkaar uitgespeeld. Enerzijds Joden, waarvan wordt gedaan alsof ze als één blok achter Israël staan, en anderzijds de Palestijnse solidariteitsbeweging waaraan nu de collectieve verdenking van ‘antisemitisme’ kleeft. Zo kan Israël zonder al te veel weerstand van de Nederlandse overheid doorgaan met het afslachten van Palestijnse burgers. En zo is tegelijkertijd iedereen in Nederland met een islamitische achtergrond weer een stapje verder ontmenselijkt, getuige de uitspraken die de afgelopen weken door bewindslieden over islamitische Nederlanders zijn gedaan.

Anti-Joods racisme moeten we – net als elke andere vorm van racisme – keihard aanpakken. Daarom is het juist zo belangrijk om in deze tijd een zo duidelijk mogelijk onderscheid te maken tussen kritiek op Israël, en écht anti-Joods racisme.

We kunnen deze cirkel doorbreken door ook andere Joodse organisaties aan het woord te laten, met name aan tafel bij het kabinet, en te streven naar een betere representatie. Zoals bijvoorbeeld Een Ander Joods Geluid, een stichting die zich inzet voor Joodse mensen die een ander Israël voor ogen hebben, Erev Rav, Gate48, The Right Forum en Oy Vey. We mogen het immers niet laten gebeuren dat de Nederlandse samenleving door een buitenlandse mogendheid uit elkaar gespeeld wordt.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next