In Libanon wordt reikhalzend uitgekeken naar een bestand, maar voorlopig is Israël nog druk bezig om het buurland te bestoken met raketten. Ook op plekken waar Hezbollah niets te vertellen heeft.
is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Hij woont in Beiroet.
Op de plaats delict ligt een set speelkaarten, kriskras verspreid. Hier een hartentwee, daar een schoppenkoning. Tussen de glasscherven een natgeregende joker. Het zijn de restanten van de winkel in kantoorartikelen die Jamal Sharaf (67) hier met zijn kinderen bestierde. Binnen liggen de paperassen nog te smeulen als gevolg van een Israëlische luchtaanval, zondagavond in hartje Beiroet, waarbij minstens twee doden vielen.
Vijf weken lang bleef het centrum van de Libanese hoofdstad verschoond van Israëlische bombardementen. De meeste bommen vielen kilometers verderop op de zuidelijke buitenwijken, door Hezbollah gedomineerd, en in de grensstreek van Zuid-Libanon. Maar zondag deed Israël er een schepje bovenop, en bestookte de soennitische wijk Ras al Nabaa, op nog geen halve kilometer van de Franse ambassade. Hezbollah-woordvoerder Mohammed Afif werd bij dat bombardement gedood, evenals drie anderen.
Enkele uren later volgde de luchtaanval op een winkelstraat in Mar Elias, een gemengd christelijk-islamitische wijk waar Hezbollah niks te vertellen heeft. Winkeleigenaar Sharaf staat verslagen bij het afzetlint dat het Libanese leger haastig heeft aangebracht. Hij zag op tv dat zijn winkel in brand stond. Verderop dept een tweede winkelier zijn tranen met een zakdoek. ‘Ik heb deze zaak sinds dertig jaar’, mompelt Sharaf vol ongeloof. ‘Iedereen hier kent mij.’
Er is een duidelijke reden, zo lijkt het, dat Israël sinds enkele dagen zwaar bombardeert. In de coulissen is de diplomatie volop gaande, volgens het principe negotiating under fire. Vrij vertaald: zo hard tekeergaan dat je de vijand dwingt jouw voorwaarden te slikken. Andersom bestookt Hezbollah voortdurend het noorden van Israël met drones en raketten. Donderdag overhandigde de Amerikaanse ambassadeur Lisa Johnson een blauwdruk voor een staakt-het-vuren aan de Libanese parlementsvoorzitter, een man die zelf niet bij Hezbollah (in Amerika opgenomen op de terreurlijst) hoort, maar die namens de groepering bemiddelt.
Wat er precies in het voorstel staat, is onduidelijk, maar sommige elementen zijn uitgelekt. In essentie gaat het om een kopie van VN-resolutie 1701 die in 2006 tot stand kwam, na de vorige oorlog tussen Israël en Hezbollah. Destijds bleek dat al snel een dode letter, eentje die beide partijen naar hartenlust konden schenden.
Achttien jaar later is het opnieuw de bedoeling dat Hezbollah zich terugtrekt uit het zuidelijke grensgebied, tot boven de Litani-rivier. Het Libanese leger, ofschoon zwak, is de aangewezen (want neutrale) partij om vervolgens het vacuüm te vullen met enkele duizenden soldaten. Daarnaast dringt Israël aan op de vorming van een internationaal comité dat de terugtrekking monitort, met daarin Franse en Amerikaanse topmilitairen.
Hezbollah zou volgens de laatste berichten ‘positief’ hebben gereageerd op het Israëlische 11-puntenplan, al wil de groepering een aantal zaken veranderd zien. Vermoedelijk gaat het om wezenlijke geschilpunten. Volgens de Libanese nieuwssite Nidaa al-Watan eisen de Israëliërs een volledige ontwapening van Hezbollah, niet alleen ten zuiden van de Litani, maar in het hele land. Voor zo’n capitulatie zal Hezbollah logischerwijs niet tekenen.
Opmerkelijk is ook dat Israël volgens The Washington Post een rol ziet weggelegd voor Rusland bij de handhaving van een soort wapenembargo tegen Hezbollah. Hezbollahs raketten komen doorgaans uit Iran, en worden vanuit Syrië naar Libanon gereden. Nu al worden die aanvoerlijnen voortdurend door Israël geraakt. Als nauwe bondgenoot van de Syrische president Bashar al-Assad zou Vladimir Poetin erop toe moeten zien dat die kraan dicht blijft.
Er zijn, kortom, grote hordes te nemen. Voor dinsdag staat een bezoek gepland van de Amerikaanse Libanon-gezant Amos Hochstein aan Beiroet, maar het is onduidelijk of dat doorgaat. Duidelijk is wel dat Israël meer dan ooit bereid is om de Libanon-oorlog tot een einde te brengen, ook omdat het leger na ruim een jaar oorlog op zijn tandvlees loopt.
In de wijk Mar Elias zijn tientallen mensen toegestroomd om de verwoesting met eigen ogen te zien. De 35-jarige Mohammad (‘geen achternaam’) denkt ook dat Israël uit is op een staakt-het-vuren, maar niet omdat Hezbollah ‘verslagen’ zou zijn, zoals de Israëlische minister van Defensie Katz recent zei. ‘Israël krijgt zelf harde klappen, daarom snakken ze naar een bestand’, pocht Mohammad. ‘Dit is de overwinning die de Hezbollah-strijders ons beloofd hebben. Dit is hun succes, niet dat van Hochstein of wie dan ook ter wereld.’
Zoals zovelen in deze wijk is Mohammed direct door de oorlog geraakt. Het zuidelijke grensdorp waar hij vandaan komt, Qabrikha, is aan flarden geschoten. Hij verloor 25 familieleden, zegt hij. ‘Sommige lichamen zijn onder het puin blijven liggen. Het Rode Kruis krijgt geen toestemming om hun stoffelijke overschotten daar weg te halen.’
Waarom deze wijk zondag gebombardeerd werd, kan niemand zeggen. Schouders worden opgehaald, hoofden afgewend. Volgens Libanese media had Israël het specifiek gemunt op de eigenaar van een bekende computerwinkel, Mahmoud Madi. Hij zou een Hezbollah-commandant zijn geweest, een bewering die zijn werknemers afdoen als propaganda. ‘Hij repareerde laptops’, aldus een 46-jarige winkelmedewerker die anoniem wil blijven. ‘Als hij een strijder was, zou je hem toch aan het front verwachten?’ Wat de waarheid ook is, Madi is nu dood.
Aan speculaties wil winkeleigenaar Sharaf zich niet wagen. Hij is vastbesloten zijn afgebrande zaak op te knappen, ook al heeft hij daar eigenlijk geen geld voor. Enkele uren later, als de avond is gevallen, bombardeert Israël opnieuw het centrum, ditmaal enkele honderden meters van het parlement. Als er al een bestand aankomt, betaalt het land er een hoge prijs voor.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant