Home

Oranje keert terug in het stadion waar het speelde voor één journalist

Na vier jaar keert Oranje vanavond terug in Stadion Bilino Polje voor het Nations League-duel met Bosnië en Herzegovina. De vorige keer was een weinig hoogstaand duel dat in 0-0 eindigde. Toch was het door de omstandigheden een unieke interland.

Uiteraard zit hij vanavond op de perstribune in Zenica. "Ik heb inmiddels meer dan 260 interlands van het Nederlands elftal bijgewoond als journalist", zegt Maarten Wijffels, sinds 2003 vaste volger van Oranje voor het AD. Hij is er altijd. Althans, bijna altijd. "Voor de geboorte van mijn kinderen heb ik een paar interlands gemist. En inderdaad, ik was ook niet bij die ene interland tegen Bosnië. Hoe graag ik ook wilde. Het kon niet."

Wijffels was niet de enige. Sterker, geen enkele Nederlandse krant of website liet een journalist afreizen voor het Nations League-duel Bosnië en Herzegovina tegen Nederland op 11 oktober 2020. De coronapandemie was in volle gang. Reizen naar het met code oranje aangemerkte Balkanland kon alleen als je bij terugkeer een week in quarantaine ging. Daar lag een probleem. Drie dagen na Bosnië-Nederland speelde Oranje een veel belangrijkere interland in Bergamo tegen Italië. Het combineren van die twee wedstrijden was onmogelijk.

Het gevolg was dat de Nederlandse journalisten wel naar Italië afreisden, maar niet naar Bosnië. Op één na. "Op de redactie van de NOS kwam het verzoek of ik naar Bosnië wilde", vertelt Arno Vermeulen vier jaar later. "Dan kon ik daar de televisie-interviews doen, als vervanger van onze vaste Oranjeman Jeroen Stekelenburg. Het commentaar op radio en televisie deden ze bij uitzondering vanuit Nederland. Dan kon de NOS-ploeg een paar dagen wel naar Italië afreizen, terwijl ik in quarantaine zat."

Vermeulen stemde in ("dat weekje binnen blijven was zo voorbij"), waardoor hij als enige Nederlandse journalist op de tribune in Stadion Bilino Polje zat. Hij had alleen de Nederlandse cameraman Peter Bijlmakers bij zich. Langs het veld liep één Nederlandse fotograaf: Marcel van Dorst. Én Bas Ticheler, de perschef van Oranje, was er ook. "Houtje touwtje heb ik met mijn telefoon wat beelden gemaakt van de warming-up van Oranje", herinnert Ticheler zich. "Ik moest wat. Er was niemand van de KNVB om de sociale media te doen."

Met dat kleine Nederlandse groepje mediamensen ter plaatse werd Bosnië-Nederland vanuit mediaperspectief een bijzondere interland. En misschien zelfs een unieke. "Ja, het zou zomaar kunnen dat dit de enige interland ooit is van Oranje zonder schrijvend journalist uit Nederland ter plaatse", zegt sporthistoricus Jurryt van de Vooren. "Ook al speelt Oranje al sinds 1905 interlands."

Van de Vooren vertelt over Engeland-Nederland in 1907. Oranje verloor in het Engelse Darlington met 12-2, nog altijd de grootste nederlaag ooit. "Zelfs in die tijd waren er Nederlandse journalisten bij, al was een sportjournalist toen iets anders dan we het nu definiëren. Ze waren bijvoorbeeld ook sponsor, official of bestuurder. Dat liep een beetje door elkaar heen. Maar ze schreven wel uitgebreide verslagen voor de sportbladen en kranten. Dat was ook nodig, zonder tv of radio. Anders wist niemand wat er gebeurd was."

Ook toen in de decennia die volgden de radio en later tv opkwamen, bleven journalisten meereizen met Oranje. "Een krant als De Telegraaf werd groot door sensatie en sportnieuws. Daar werd echt vol op ingezet en dus waren schrijvende journalisten er altijd bij als Oranje speelde. Tot de dag van vandaag. Behalve dan in Bosnië."

Dat hij er als enige wél bij was in Zenica maakt Vermeulen niet trots. "Maar ik vind het nu wel een grappig feit. Al was het wel een interland om snel te vergeten. Oranje speelde slecht, er gebeurde bijna niets."

Het was invaller Ryan Babel die voor 2.000 Bosnische toeschouwers (vanwege de pandemie moest het stadion grotendeels leegblijven) vlak voor tijd naast schoot en zo de grootste kans verprutste. Een schot van Frenkie de Jong werd gekeerd door de Bosnische keeper, evenals een kopbal van Luuk de Jong. Dat was het wel. Als Vermeulen vier jaar later in zijn geheugen graaft, zijn het ook niet de herinneringen aan de wedstrijd die bovenkomen.

"Ik herinner me vooral mijn taxirit van Sarajevo naar het stadion in Zenica. We reden langs een muur van witte kruizen waar geen einde aan leek te komen. Allemaal graven. Natuurlijk, ik weet dat er oorlog is geweest in Bosnië, maar dit maakte wel indruk op me. Ik werd er stil van. Oranje reed vier jaar geleden ook over die weg, die moeten het ook gezien hebben. Dat zal nu weer gebeuren."

Zo zijn er overeenkomsten tussen de interland van vier jaar geleden en de wedstrijd van vanavond. Ook het hotel van Oranje is hetzelfde, Hotel Hills aan de rand van Sarajevo.

Daar was maandagavond ook de vooruitblikkende persconferentie van bondscoach Ronald Koeman en Stefan de Vrij. Op de stoelen op het zwart-blauw-gele tapijt zaten zo'n 25 journalisten in de zaal. Op precies dezelfde plek waar vier jaar geleden alleen Vermeulen zat, met twee collega's uit Bosnië. De rest keek via Zoom vanuit Nederland mee.

Toenmalig bondscoach Frank de Boer en Frenkie de Jong schoven aan, met daarnaast perschef Ticheler. "Ik vind toch het leuker als ik jullie hier zijn", zei De Boer.

Ticheler kan het zich vier jaar later nog goed herinneren. "Het was surrealistisch om een persconferentie te geven in een lege zaal, het werd ook een beetje lacherig. De Bosniërs hadden heel lief voor ons geregeld dat journalisten online vragen konden stellen. Maar dat ging technisch niet altijd goed. Het was wennen. Het was de eerste uitwedstrijd van Oranje sinds het begin van de pandemie."

In de maanden die volgden werd het beter. "We hebben er als KNVB steeds alles aan gedaan om de persmomenten zoveel mogelijk face-to-face te doen, als de coronamaatregels dat toelieten. Omdat we geloven dat dat beter is voor de journalistieke verhalen. Maar af en toe moest het online, zoals destijds in Bosnië."

Op YouTube is de persconferentie van De Boer en Frenkie nog terug te vinden. Tekenend voor de tijdgeest is de afsluiting van Ticheler.

"We gaan het het hierbij laten", zegt hij tegen de journalisten die thuis meekijken. "Bedankt voor deze bijzondere avond, ik hoop dat jullie er iets aan gehad hebben. Normaal is er nog koffie en broodjes. Daar zal je zelf thuis voor moeten zorgen. Misschien ligt er iet in de koelkast. En normaal zeg ik nu: tot morgen bij de wedstrijd. Maar dat zal ook al niet zo zijn. We hopen een aantal van jullie in Italië wel tegen te komen. En we hopen vooral dat het allemaal weer snel normaal wordt."

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next